Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 29 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:5325Zaaknummer 11420359

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
6 augustus 2026
Zaaknummer
11420359
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart: de passagiers zijn drie dagen later dan oorspronkelijk gepland aangekomen op hun eindbestemming. De vervoerder heeft de hoofdsom erkend. Daarom wordt de vordering tot compensatie toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97; griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 288,00;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 72,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [eiser 1]
  2. 1 Het procesverloop
  3. 2 De feiten
  4. 3 Het geschil
  5. 4 De beoordeling
  6. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11420359 \ CV EXPL 24-8353

Uitspraakdatum: 29 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1]

2. [eiser 2]

beiden wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Air Europa Lineas Aereas S.A.

gevestigd te Balearen (Spanje)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. S. van den Boogaard (De La Fuente Advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers zijn drie dagen later dan oorspronkelijk gepland aangekomen op hun eindbestemming. De vervoerder heeft de hoofdsom erkend. Daarom wordt de vordering tot compensatie toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 8 september 2023 moest vervoeren van Silvio Pettirossi International Airport (Paraguay) naar Madrid-Barajas Airport (Spanje), hierna te noemen ‘de vlucht’, en op 9 september 2023 van Madrid naar Amsterdam-Schiphol Airport, met de vluchtcombinatie UX24 en UX1093.

2.2.

Er heeft een schemawijziging plaatsgevonden. De passagiers zijn op 11 en 12 september 2023 naar de eindbestemming vervoerd, waar zij met een langdurige vertraging zijn aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 217,80, althans een in redelijke justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de schemawijziging dan wel annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.[_16a93d92-379e-4858-bc4d-9f7fd995a30b]

3.3.

De vervoerder voert verweer tegen de nevenvorderingen. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De gevorderde hoofdsom is door de vervoerder erkend en zal daarom worden toegewezen.

4.3.

Ten aanzien van de over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente geldt het volgende. De passagiers hebben de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het gaat om een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is.[_bd22d0dc-4f9d-4292-ac2e-764bcefc1ee3] Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 8 september 2023, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.

4.4.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft dit (gemotiveerd) betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De bij repliek overgelegde aanmaningen maken dit niet anders, nu deze betrekking hebben op 97 claims en hieruit niet zonder meer volgt dat de passagiers in kwestie buitengerechtelijke incassokosten hebben gemaakt. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde wettelijke rente) moet daarom worden afgewezen.

4.5.

De vervoerder zal (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97; griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 288,00;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 72,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.