Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 21 januari 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:505Zaaknummer 11891945 \ CV FORM 25-6328

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
11891945 \ CV FORM 25-6328
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden; er was sprake van een capaciteitsbeperking op de luchthaven van vertrek. Hierdoor dreigde de vlucht met zodanige vertraging uitgevoerd te worden dat deze de avondklok van de luchthaven van aankomst zou schenden. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek wordt afgewezen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissingDe kantonrechter:

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11891945 \ CV FORM 25-6328

Uitspraakdatum: 21 januari 2026

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te [plaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen, Oostenrijk

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden; er was sprake van een capaciteitsbeperking op de luchthaven van vertrek. Hierdoor dreigde de vlucht met zodanige vertraging uitgevoerd te worden dat deze de avondklok van de luchthaven van aankomst zou schenden. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 24 september 2023 vervoeren van Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht U28686 dan wel EJU8686 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.

3.2.

De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-.[_a746c746-b5d5-4323-88c6-e87094b2727c]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_8bc4e8cb-5524-486b-b0a5-d4d3b8a45182]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.[_b3488e7b-1d5e-41b3-a271-8c783ca4a541]

4.3.

Volgens de vervoerder was er op de dag van de vlucht sprake van een personeelstekort bij de luchtverkeersleiding van de luchthaven van Londen. Daarom werd er een capaciteitsbeperking ingesteld. Dit leidde tot langdurige vertragingen en late opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Dit had tot gevolg dat de vlucht de avondklok van Schiphol zou schenden. Daarom moest de vlucht geannuleerd worden.

4.4.

Het verweer van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat deze de avondklok van Schiphol dreigde te schenden vanwege een latere vertrektijd door problemen bij de luchtverkeersleiding. Als een toestel een latere vertrektijd krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moet immers altijd worden opgevolgd. Dit geldt ook voor de avondklok op Schiphol. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarom was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden.

4.5.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat het niet mogelijk was om de annulering te voorkomen omdat een eventueel reservetoestel en -bemanning met dezelfde beperkingen van de luchtverkeersleiding zou zijn geconfronteerd. Na de annulering heeft hij de passagier de keuze geboden tussen terugbetaling van de ticketprijs of een alternatieve vlucht naar de eindbestemming.

4.6.

De passagier betwist dit. De kantonrechter begrijpt dat hij aanvoert dat hij niet is omgeboekt naar de eerste alternatieve vlucht naar de eindbestemming. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat er wel een eerdere vlucht beschikbaar was maar dat de passagier zelf via de omboekingslink heeft gekozen voor de latere vlucht.

4.7.

Het betoog van de vervoerder slaagt. Weliswaar staat niet vast dat de passagier is omgeboekt op de snelst mogelijke alternatieve vlucht naar de eindbestemming, maar de vervoerder heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat dit op verzoek van de passagier zelf was. Niet valt in te zien wat er meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. De passagier heeft in dit verband ook niets aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek van de passagier zal worden afgewezen.

4.8.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5 De beslissingDe kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 82,00 aan salaris gemachtigde;en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.