Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 25 maart 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:4265Zaaknummer 11573592 \ CV EXPL 25-1443

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
11573592 \ CV EXPL 25-1443
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. De passagiers zijn ontvankelijk in hun vordering. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden slaagt niet, gelet op het TAP-arrest. De vorderingen zijn toewijsbaar.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.760,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 9 mei 2024, en over € 360,00 vanaf 5 februari 2025, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;griffierecht € 257,00;salaris gemachtigde € 434,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11573592 \ CV EXPL 25-1443

Uitspraakdatum: 25 maart 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

3. [eiser 3], allen wonende te [plaats 1]

4. [eiser 4]wonende te [plaats 2]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R. Bos

tegen

Corendon Dutch Airlines B.V.

gevestigd te Badhoevedorp

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer

De zaak in het kort

De passagiers zijn ontvankelijk in hun vordering. De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Dit verweer slaagt niet. De vorderingen zijn toewijsbaar.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 9 mei 2024 moest vervoeren van Gazipasa Airport, Gazipasa (Turkije) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht CD432 (hierna: de vlucht).

2.2.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

2.3.

Passagier sub 2 en sub 3 zijn de wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Passagier sub 2 en sub 3 hebben het vermeende vorderingsrecht van deze minderjarige kinderen aan zichzelf gecedeerd.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 360,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

De passagiers zijn ontvankelijk

4.2.

De vervoerder voert aan dat passagier sub 2 en sub 3 het vermeende vorderingsrecht van hun minderjarige kinderen niet rechtsgeldig hebben overgedragen aan zichzelf. In tegenstelling tot het verweer van de vervoerder, is de kantonrechter van oordeel dit weldegelijk het geval is. Van de overdracht is immers een akte opgemaakt, productie 1 bij dagvaarding, en bij dagvaarding is daarvan eveneens mededeling gedaan aan de vervoerder. Daarmee is sprake van een rechtsgeldige cessie (overdracht) van de vordering en zijn passagier sub 2 en sub 3 rechthebbende op de vordering van hun minderjarige kinderen jegens de vervoerder geworden. Dat sprake is van twee cessionarissen, leidt niet tot een ander oordeel.

Het beroep op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden slaagt niet

4.3.

De vlucht in kwestie maakt onderdeel uit van de rotatie Amsterdam-Gazipasa-Amsterdam. De vervoerder voert aan dat op de enige landingsbaan van de luchthaven van Gazipasa (baan 08/26) tijdens het geplande landing van de aan de vlucht voorafgaande vlucht, vlucht CND431, was geblokkeerd als gevolg van een ongeval. Ter onderbouwing legt de vervoerder een ‘Notice of Airmen’ (hierna: NOTAM) over, waaruit volgt: “B) 2405090816 C) 2405092000 EST E) RWY 08/26 CLSD TO TFC”. Baan 08/26 was op 9 mei 2024 vanaf 08:16 uur (UTC) ‘closed to trafic’ en die sluiting zou naar verwachting tot 20:00 uur (UTC) duren, aldus de vervoerder. Vlucht CND431 is als gevolg hiervan uitgeweken naar de luchthaven van Antalya, waar de vlucht om 09:48 uur (UTC) is gearriveerd. Uitwijking van de vlucht in kwestie had tot gevolg dat er geen toestel op de luchthaven van Gazipasa beschikbaar was om de vlucht in kwestie uit te voeren.

4.4.

Wat hier ook van zij, vaststaat dat de passagiers met een vertraging van meer dan 24 uur zijn aangekomen op de eindbestemming. Het is in beginsel geen redelijke maatregel, indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen. Dit is anders indien er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door haarzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de volgende vlucht van de betrokken luchtvaartmaatschappij, of dat het organiseren van een dergelijke alternatieve vlucht voor die laatste een onaanvaardbaar offer betekende gelet op de mogelijkheden van haar onderneming op het relevante tijdstip[_f9f1f159-5775-4e1f-8807-a8b5eff91cc6]. Hierbij gaat de kantonrechter, voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’, uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Gesteld noch gebleken is dat zich één van deze uitzonderingssituaties voordeed.

4.5.

Het had tegenover deze betwisting op de weg van de vervoerder gelegen om nader te onderbouwen dat het niet mogelijk was om de passagiers om te boeken op een vlucht die zou worden uitgevoerd door een andere luchtvaartmaatschappij, waarmee zij eerder op de eindbestemming zouden zijn aangekomen[_7697619a-cd15-42e8-94af-301afc40cc40]. De vervoerder heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken. Het betoog dat dezelfde bemanning en hetzelfde toestel zouden worden ingezet om de vervangende vlucht uit te voeren, leidt gelet op het voorgaande niet tot een ander oordeel.

4.6.

Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment zou komen vast te staan dat sprake was van buitengewone omstandigheden, de vervoerder gehouden is de passagier te compenseren in verband met de vertraging van de passagier van meer dan 24 uur op de eindbestemming.

4.7.

Het betoog van de vervoerder dat de vlucht niet is geannuleerd, maar op 10 mei 2024 is hervat en uitgevoerd, wordt door de kantonrechter niet gevolgd. De vervoerder heeft namelijk eveneens aangevoerd dat het hervatten van de vlucht niet langer mogelijk was, waarna de passagiers op 9 mei 2024 het volgende bericht ontvingen: “Beste reiziger, uw vlucht van Gazipasa naar Amsterdam met vluchtnummer CD432 van vandaag is geannuleerd. (…)”. Het betoog dat de term ‘annulering’ niet zou staan voor de annulering van de vlucht, zoals door de vervoerder is aangevoerd, is onbegrijpelijk en wordt dan ook niet gevolgd.

4.8.

Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen.

4.9.

Ten aanzien van de gevorderde wettelijke rente wordt het volgende overwogen. De passagier heeft de wettelijke rente gevorderd met ingang “vanaf datum vlucht”. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade[_756d944b-1116-4c6a-893d-a21bf142b5c9] terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 9 mei 2024, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.

4.10.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

4.11.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden.

4.12.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.760,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 9 mei 2024, en over € 360,00 vanaf 5 februari 2025, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;griffierecht € 257,00;salaris gemachtigde € 434,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.