Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 17 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:4230Zaaknummer C/15/376998

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/15/376998
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 april 2026 tot 1 mei 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.3.

roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. G.D. de Jong op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank Noord-Holland aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;

5.4.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.5.

vraagt de griffier [de minderjarige] en haar advocaat op te roepen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. J. van Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier, en op schrift gesteld op 20 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/376998 / JU RK 26-605

Datum uitspraak: 17 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering te Velserbroek,

hierna te noemen de GI,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats], [land],

hierna te noemen [de minderjarige],

advocaat mr. D.J. Klock uit Haarlem.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 17 april 2026;
  • de mondelinge toelichting van de GI op het verzoek van 17 april 2026;
  • de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper, ontvangen op

17 april 2026.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.2.

[de minderjarige] verblijft in een gesloten accommodatie van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] in [plaats].

2.3.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 juni 2025 [de minderjarige] voorlopig onder

toezicht gesteld tot 6 september 2025. [de minderjarige] is vervolgens bij beschikking

van 29 augustus 2025 onder toezicht gesteld tot 29 augustus 2026.

2.4.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 juni 2025 een spoedmachtiging

verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een

jeugdhulpaanbieder, die bij beschikking van 18 juni 2025 is gehandhaafd en verlengd tot 6

september 2025.

2.5.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 oktober 2025 een spoedmachtiging

verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie

voor jeugdhulp, die is gehandhaafd en laatstelijk is verlengd tot 20 april 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van één maand.

4 De beoordeling

4.1.

Op basis van de verkregen informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.[_3717e9e0-9e7c-4909-b7d6-0c18a2ba58f2]

4.2.

De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.

Voordat [de minderjarige] gesloten werd geplaatst waren er al lange tijd zorgen over haar. Zij liep regelmatig weg waarbij het niet duidelijk was waar en met wie ze was. Er waren signalen dat ze in situaties terecht kwam die voor een jong meisje onveilig en ongezond zijn. [de minderjarige] verblijft nu al enige tijd op een gesloten plek van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp], waar zij zich veilig en vertrouwd voelt en waar zij grote positieve stappen heeft gezet.

De GI is daarom voornemens haar op korte termijn over te plaatsen naar een open plek. Er is alleen nog geen geschikte plek gevonden. Het verzoek hiervoor staat gepland op de zitting van 1 mei 2026. Het is de verwachting dat rond die periode een passende plek beschikbaar zal zijn.

De machtiging voor de gesloten plek waar [de minderjarige] nu verblijft loopt echter af op 20 april 2026. Dit betekent dat er voor de periode 20 april 2026 tot 1 mei 2026 nog niet geregeld is waar [de minderjarige] kan verblijven. Terug naar de moeder is geen optie omdat dit veel spanningen teweeg zal brengen, zowel bij de moeder als bij [de minderjarige].

Hoewel de geslotenheid op dit moment niet meer noodzakelijk lijkt, is het wel noodzakelijk dat zij vanuit haar huidige veilige en vertrouwde plek bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] overgaat naar een open passende plek. Een tussentijdse overplaatsing naar een crisisplek zou teveel risico’s met zich meebrengen.

De kinderrechter ziet hierin en in de aflopende termijn van de machtiging gesloten jeugdhulp de noodzaak en spoed voor een korte machtiging voor gesloten jeugdhulp. Op deze wijze krijgt [de minderjarige] tot en met 1 mei 2026 de noodzakelijke stabiliteit en veiligheid in afwachting van een passende vervolgplek.

4.3.

De gedragswetenschapper heeft een instemmingsverklaring afgegeven zonder met [de minderjarige] te hebben gesproken. Gelet op het doel en de duur van deze spoedmachtiging, gaat de kinderrechter akkoord met deze instemmingsverklaring. Indien het aangehouden deel van het verzoek op 1 mei 2026 wordt gehandhaafd, is het noodzakelijk dat een verklaring van een gedragswetenschapper wordt overgelegd die [de minderjarige] in persoon heeft onderzocht. Bij het voorgaande heeft de kinderrechter mee laten wegen dat de moeder en [de minderjarige] akkoord gaan met toewijzing van het verzoek voor een korte periode.

4.4.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige]. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot en met

1 mei 2026.

4.5.

De GI, [de minderjarige], haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 april 2026 tot 1 mei 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.3.

roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. G.D. de Jong op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank Noord-Holland aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;

5.4.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.5.

vraagt de griffier [de minderjarige] en haar advocaat op te roepen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. J. van Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier, en op schrift gesteld op 20 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.