Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 15 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:4125Zaaknummer 11615924 \ CV EXPL 25-2022

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
11615924 \ CV EXPL 25-2022
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. De passagiers vorderen compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder heeft de hoofdsom niet weersproken. Daarom wordt deze toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 29 april 2024 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;griffierecht € 257,00;salaris gemachtigde € 434,00;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11615924 \ CV EXPL 25-2022

Uitspraakdatum: 15 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1] 2. [eiser 2]beiden handelende pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van het minderjarige kind [minderjarige]3. [eiser 3]allen wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Air Europa Lineas Aereas S.A.

gevestigd te Baleares, Spanje

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. S. van den Boogaard (De La Fuente advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers vorderen compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder heeft de hoofdsom niet weersproken. Daarom wordt deze toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 april 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Madrid, Spanje, naar Porto, Portugal, met vluchtcombinatie UX1098 en UX1143.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht UX1098 van Madrid naar Porto (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

2.5.

Passagiers sub 1 en sub 2 zijn door de kantonrechter gemachtigd om in deze procedure op te treden als wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kind.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 290,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.[_ed83f354-37c8-42ce-9896-d580583f269e]

3.3.

De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde compensatie. Wel betwist hij de vorderingen tot vergoeding van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De gevorderde compensatie is niet weersproken en daarmee toewijsbaar.

4.3.

De wettelijke rente over de compensatie is eveneens toewijsbaar, met ingang van de datum waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de datum waarop zij op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is.[_916cccab-956d-4ca9-919d-08fb6df53ff0] Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 29 april 2024.

4.4.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De bij repliek overgelegde aanmaningen maken dit niet anders omdat deze betrekking hebben op bijna 100 verschillende dossiers, zodat hieruit niet zonder meer volgt dat de passagiers in kwestie buitengerechtelijke incassokosten hebben gemaakt. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.5.

De vervoerder zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 29 april 2024 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;griffierecht € 257,00;salaris gemachtigde € 434,00;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.