Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 11 februari 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:3860Zaaknummer 11544379 \ CV EXPL 25-952

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
11544379 \ CV EXPL 25-952
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart; Annulering; Compensatie en terugbetaling van de ticketprijs; De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid, namelijk blikseminslag op de voorgaande vlucht. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagier wordt afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11544379 \ CV EXPL 25-952

Uitspraakdatum: 11 februari 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. M. van Oosterum (ProBe-ASP)

tegen

De vennootschap naar buitenlands recht

Air Arabia Maroc S.A.

gevestigd te Casablanca (Marokko)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. V.L. van Uden (AKD advocaten)

De zaak in het kort

De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht en terugbetaling van de ticketprijs. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid, namelijk blikseminslag op de voorgaande vlucht. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagier wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 19 januari 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Sais Airport, Fes (Marokko), met vlucht 3O126 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 488,09, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 73,21 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- en de nakosten.

3.2.

De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00.[_78e7bfca-8781-4a5f-909f-977de0c99587] Daarnaast vordert de passagier een bedrag van € 88,09 voor de terugbetaling van de ticketprijs van de vlucht.[_9d0ab5c3-e251-4d2a-93ba-e60103500898]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden.

4.3.

De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Fez-Amsterdam-Fez (vluchtnummers 3O125 en 3O126). Vlucht 3O125 werd tijdens de nadering naar Luchthaven Schiphol getroffen door bliksem, waardoor het toestel bij aankomst een verplichte inspectie moest ondergaan. Ter onderbouwing heeft de vervoerder een verslag overgelegd. Uit de inspectie blijkt dat het toestel schade heeft geleden. Wanneer er schade is geleden moet de schade aan de hand van de ‘structual repair manual’ in kaart worden gebracht door specialisten. Deze specialisten waren destijds niet aanwezig en moesten worden ingevlogen. Tevens was er een hangaar nodig. Hierdoor kon de inspectie niet op 19 januari 2023 uitgevoerd worden. De vervoerder heeft daarom besloten om de vlucht naar Tanger in de ochtend van 20 januari 2023 om te leiden naar Fez. Die vlucht heeft vluchtnummer 3O128 gekregen. De passagier is vervoerder met deze vlucht. De annulering is veroorzaakt door omstandigheden die niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. De vervoerder kan geen daadwerkelijke invloed uitoefenen op natuurverschijnselen zoals een blikseminslag.

4.4.

De passagier betwist dit. De passagier stelt ten eerst dat hij een conclusie van antwoord zonder producties ontvangen heeft. Daarom kan hij hier niet inhoudelijk op reageren. Verder stelt de passagier dat de vervoerder niet met stukken heeft aangetoond dat vlucht 3O125 en 3O126 door hetzelfde toestel zijn uitgevoerd. Het is niet voldoende om dit enkel te stellen. Het beroep op buitengewone omstandigheden is daarom niet concreet en niet voldoende onderbouwd, aldus de passagier.

4.5.

Bij conclusie van dupliek voert de vervoerder aan dat hij de producties heeft verstuurd aan de passagier. Aangezien de producties gehecht waren aan de conclusie van antwoord moet de passagier hiervan kennis hebben genomen. Met betrekking tot de stelling dat vluchten 3O125 en 3O126 niet door hetzelfde toestel zijn uitgevoerd zegt de vervoerder het volgende. Uit productie 1 blijkt dat de vlucht 3O125 door toestel CN-NMJ is uitgevoerd. Uit productie 2 blijkt dat de vlucht in kwestie ook door dat toestel uitgevoerd zou worden. Daarbij komt dat de passagier bij de gate stond toen het toestel arriveerde. Hij heeft dus zelf kunnen waarnemen dat het toestel niet inzetbaar was door een blikseminslag. Er is dus geen sprake van een gemotiveerde betwisting. De annulering is daarom veroorzaakt door (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid, aldus de vervoerder.

4.6.

De kantonrechter overweegt dat een blikseminslag en daaropvolgende inspectie onder bepaalde omstandigheden gekwalificeerd kunnen worden als een buitengewone omstandigheid, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen. De vervoerder heeft met de door hem overgelegde producties voldoende aangetoond dat het toestel dat de onderhavige vlucht zou uitvoeren aan een inspectie moest worden onderworpen ten gevolge van een blikseminslag. Met het overleggen van het verslag van de voorafgaande vlucht heeft de vervoerder voorts voldoende onderbouwd dat de oorzaak van de annulering de inspectie van het toestel na de blikseminslag was. Mede gelet op de onvoldoende gemotiveerde betwisting van de passagier, oordeelt de kantonrechter dat er sprake van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid. Het betoog van de vervoerder slaagt.

4.7.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagier te voorkomen. De vervoerder voert aan dat hij de blikseminslag niet kon voorkomen door het treffen van aan de situatie aangepaste maatregelen. De vervoerder heeft de vlucht naar Tanger omgeleid naar Fez, zodat de passagier zo snel mogelijk naar de eindbestemming vervoerd kon worden. De passagier betwist dit. De vervoerder had hem moeten omboeken naar een vlucht hem bij eerste gelegenheid naar de eindbestemming zou vervoerder. Daarom dient de vervoerder aan te tonen dat dit de eerst mogelijke vlucht was. De vervoerder heeft niet aangetoond dat er geen plek was op eerdere vluchten.

4.8.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In het onderhavige geval is de passagier met 16 uur en 10 minuten vertraging (en dus minder dan 24 uur) op de eindbestemming aangekomen. De vervoerder heeft een vlucht omgeleid naar de eindbestemming van de passagier om de vertraging van de passagier zoveel mogelijk te beperken. Bovendien heeft de passagier nagelaten om te bewijzen dat er eerdere vluchten waren met beschikbare plekken die hem eerder op de eindbestemming hadden kunnen vervoeren. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagier wordt afgewezen.

4.9.

Bij dagvaarding stelt de passagier dat zijn vlucht werd geannuleerd en dat hij niet is omgeboekt naar een alternatieve vlucht. Hij vordert daarom terugbetaling van de ticketkosten. De vervoerder betwist dit en voert aan dat de passagier was omgeboekt naar vlucht 3O128 en vertraagd is aangekomen op de eindbestemming. Daarom heeft de passagier geen recht op terugbetaling van de ticketkosten. Bij conclusie van repliek zegt passagier ook dat hij is omgeboekt op vlucht 3O128. De vordering tot terugbetaling van de ticketkosten wordt daarom ook afgewezen.

4.10.

De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.