Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 8 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:3788Zaaknummer 11936698 \ CV EXPL 25-7175

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11936698 \ CV EXPL 25-7175
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Niet voldaan aan informatieplicht omtrent ontbindingsrecht. Sanctie. Rentebeding in algemene voorwaarden vernietigd vanwege oneerlijkheid.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 360,34;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 145,16;

griffierecht € 135,00;

salaris gemachtigde € 87,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11936698 \ CV EXPL 25-7175

Uitspraakdatum: 8 april 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Woningstichting Eigen Haard

te Amsterdam

de eisende partij

gemachtigde: KVN gerechtsdeurwaarders en juristen

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 18 februari 2026 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om toe te lichten op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen en hoe zij daarbij tegenover de gedaagde partij heeft voldaan aan haar (pre)contractuele informatieplichten. Zij is ook in de gelegenheid gesteld om zich in deze akte uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van een rentebeding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2 De beoordeling

2.1.

Uit de toelichting van de eisende partij in de akte blijkt dat de vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten

2.2.

De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een e-mail en een afschrift van de huurovereenkomst overgelegd, voorzien van een toelichting. Uit deze toelichting en stukken blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht(en) als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h BW heeft voldaan. Niet gesteld of gebleken is immers dat zij de gedaagde partij heeft geïnformeerd over het recht op ontbinding van de overeenkomst en de voorwaarden daarvoor. Voor deze schending(en) zal een sanctie worden toegepast.

Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht

2.3.

De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW. De huurovereenkomst bevat echter niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Zoals zojuist overwogen ontbreekt daarin namelijk informatie over het ontbindingsrecht. Dit betekent dat zij op dit punt ook niet heeft voldaan aan haar contractuele informatieplicht. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.

Welke sanctie hoort hierbij?

2.4.

De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.

2.5.

Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie[_6669e3b1-563b-49e1-9045-fc2a10da9524] en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021[_a03968ea-ecaa-490a-bd87-83c9b80a9859] moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.

2.6.

De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn[_d4f76ea4-12c1-413a-878e-7ce8a3b6d19e] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

2.7.

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter het rentebeding in artikel 18 lid 1 van de algemene voorwaarden voorlopig oneerlijk bevonden en het voornemen uitgesproken om het om die reden te vernietigen. De eisende partij is in de gelegenheid gesteld om zich daarover uit te laten in de akte, maar heeft dit nagelaten. De kantonrechter ziet daarom en ook anderszins geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding, voor zover dit ziet op de bedongen rente. De wettelijke rente zal daarom worden afgewezen.

Wat is toewijsbaar?

2.8.

Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 360,34 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 450,43 x 0,80). De gevorderde wettelijke rente wordt gelet op het voorgaande afgewezen.

2.9.

De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze akte op te stellen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 360,34;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 145,16;

griffierecht € 135,00;

salaris gemachtigde € 87,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.