Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3524Zaaknummer 11979549 \ CV FORM 25-7854
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Publicatiedatum
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- 11979549 \ CV FORM 25-7854
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart. EPGV. De passagier vraagt compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder stelt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, te weten (met name) een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11979549 \ CV FORM 25-7854
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker] wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Société Air France
gevestigd te Parijs, Frankrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kort
De passagier vraagt compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder stelt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, te weten (met name) een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
- het vorderingsformulier (formulier A);
- het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.
2 De feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 20 januari 2025 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Parijs, Frankrijk, naar Miami, Verenigde Staten, met vluchtcombinatie AF1341 en AF90.
De vervoerder heeft vlucht AF1341 van Amsterdam naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen.
De passagier heeft de vervoerder daarom verzocht om hem te compenseren.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,-.[_85286a97-864b-4679-8ad1-3dfbfb402d22]
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_860eda65-e052-4501-a4e1-ea05fcf3ab77]
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.[_fcfca605-91d5-466b-bed0-b0d6a78cc7c4]
De vervoerder stelt dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Parijs – Amsterdam – Parijs (vluchtnummers AF1340 en AF1341). Volgens hem werd vlucht AF1340 van Parijs naar Amsterdam vanwege verschillende redenen vertraagd uitgevoerd. Vervolgens kreeg de vlucht in kwestie een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding, waardoor deze met een vertraging van 52 minuten is uitgevoerd. Hierdoor miste de passagier de aansluitende vlucht.
Het betoog slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de beoordeling van de oorzaken van de vertraging van vlucht AF1340 van Parijs naar Amsterdam achterwege blijven omdat de vervoerder zich (ook) op het standpunt heeft gesteld dat de luchtverkeersleiding ook een latere vertrektijd aan de vlucht in kwestie zou hebben opgelegd als het toestel tijdig zou zijn aangekomen. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg was van de latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarmee was de vertraging van de vlucht het gevolg van een buitengewone omstandigheid. Vast staat dat de passagier hierdoor de aansluitende vlucht heeft gemist. De langdurig vertraagde aankomst van de passagier op de eindbestemming was dus het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de vertraging niet kon voorkomen maar dat hij de vlucht onder deze omstandigheden zo snel mogelijk heeft uitgevoerd. Daarnaast heeft hij de passagier omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming.
De kantonrechter stelt voorop dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een passagier een dag later dan gepland aankomt met een alternatieve vlucht die door de vervoerder zelf werd uitgevoerd. In dat geval is het aan de vervoerder om te onderbouwen dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht die door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij werd uitgevoerd.[_8180c93a-48e1-4eff-a12b-c0a3cf41a817]
Vast staat dat de passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan een dag op de eindbestemming is aangekomen, zodat deze omboeking in beginsel geen redelijke maatregel is. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij echter voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen mogelijkheid was voor een eerdere vlucht. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. Voor zover de passagier bedoelde aan te voeren dat er een eerdere vlucht voor hem beschikbaar was, had het op zijn weg gelegen om dit concreter te maken, bijvoorbeeld door concreet te stellen welke vlucht dat was. Omdat hij dit heeft nagelaten, heeft hij onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij is omgeboekt op het eerst beschikbare alternatief. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek zal worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking.
5 De beslissingDe kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde,en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking;
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.