Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:3523Zaaknummer 11087219 \ CV EXPL 24-2748

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
11087219 \ CV EXPL 24-2748
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat de vertraging van eerdere vluchten doorwerkte op de vlucht en evenmin dat de vlucht daardoor geannuleerd moest worden. De vordering wordt toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 25 juni 2023 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 107,50;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 21,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11087219 \ CV EXPL 24-2748

Uitspraakdatum: 1 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [plaats]

eiseres

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. B.W. Floris (Yource B.V.)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

EasyJet Airline Company Limited

gevestigd te London Luton Airport, Verenigd Koninkrijk

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

De zaak in het kort

De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat de vertraging van eerdere vluchten doorwerkte op de vlucht en evenmin dat de vlucht daardoor geannuleerd moest worden. De vordering wordt toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eiseres.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 25 juni 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Londen, Verenigd Koninkrijk, met vlucht U28687 dan wel EZY8687 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-.[_f074cf6c-8210-44bd-8075-3145a7f5605b]Daarnaast verzoekt de passagier afgifte van een certificaat.[_bd0e9b6d-d374-469d-bfcb-d3844a5bd9bc]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_540cddec-a92a-44d8-be46-c1fafd574ee8]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden vanwege de doorwerking van vertraging van eerdere vluchten. Door deze vertraging legde de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan de vlucht in kwestie op. Daardoor kon de vlucht niet vertrekken voor het ingaan van de avondklok van Schiphol. Daarop heeft de vervoerder de vlucht geannuleerd.

4.4.

Het verweer slaagt niet. Volgens de vervoerder heeft de luchtverkeersleiding een vertrektijd van 20:28 uur aan de vlucht opgelegd. Hij stelt dat dergelijke vertrektijden een marge van 5 tot 10 minuten bevatten waarbinnen het vliegtuig moet opstijgen. Daarnaast stelt hij dat de avondklok of het nachtregime van Schiphol pas om 21.00 uur ingaat en dat dit geldt voor vluchten die aankomen op Schiphol, terwijl de vlucht in kwestie juist vanaf Schiphol zou vertrekken. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, volgt hieruit dus niet dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat deze het nachtregime zou schenden.

4.5.

Bovendien verwijst hij ter onderbouwing naar een vluchtrapport. Daarin staat vermeld dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van de vertraging van een voorgaande vlucht. Weliswaar stelt hij dat een eerdere vlucht EZY8681 van Amsterdam naar Londen vertraagd is uitgevoerd, maar de vlucht in kwestie zou eveneens vliegen van Amsterdam naar Londen. Hier moet dus in ieder geval één vlucht tussen hebben gezeten. Over de tussengelegen vlucht heeft de vervoerder niets gesteld. Daarmee heeft hij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht EZY8681 doorwerkte op de vlucht in kwestie. Al met al heeft de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege (de doorwerking) van buitengewone omstandigheden. De vordering zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.

4.6.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.7.

De vervoerder zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

4.8.

Het verzoek tot afgifte van een certificaat wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van vonnissen in EU-lidstaten en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 25 juni 2023 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 107,50;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 21,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.