Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:3517Zaaknummer 11550546 \ CV EXPL 25-1144

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
11550546 \ CV EXPL 25-1144
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder erkent dat de passagiers door deze vertraging een aansluitende vlucht hebben gemist, maar voert aan dat hij de passagiers een alternatief heeft aangeboden waarmee het mogelijk was om alsnog zonder vertraging op de eindbestemming aan te komen. Daarmee ontbreekt het verband tussen de vertraging van de vlucht en de uiteindelijke langdurige vertraagde aankomst van de passagiers op de bestemming. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 506,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,

en veroordeelt de passagier tot betaling van € 126,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11550546 \ CV EXPL 25-1144

Uitspraakdatum: 1 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn, Duitsland

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de buitenlandse vennootschap British Airways Plc

gevestigd te Harmondsworth, Verenigd Koninkrijk

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum)

De zaak in het kort

AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder erkent dat de passagiers door deze vertraging een aansluitende vlucht hebben gemist, maar voert aan dat hij de passagiers een alternatief heeft aangeboden waarmee het mogelijk was om alsnog zonder vertraging op de eindbestemming aan te komen. Daarmee ontbreekt het verband tussen de vertraging van de vlucht en de uiteindelijke langdurige vertraagde aankomst van de passagiers op de bestemming. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 8 en 9 juli 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Londen, Verenigd Koninkrijk, en via Hong Kong, China, naar Tokio, Japan, met vluchtcombinatie BA439, CX250 en CX542.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht BA439 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan AirHelp.

2.4.

AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 360,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 600,- per persoon.[_2fea91ad-5fe2-47f0-8921-c34202cd99ad]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht in kwestie vertraagd is uitgevoerd en dat de passagiers daardoor de aansluitende vluchtcombinatie naar de bestemming hebben gemist. In geschil is wat er vervolgens is gebeurd. AirHelp stelt dat de passagiers direct zijn omgeboekt op een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming zijn aangekomen.

4.3.

De vervoerder betwist dit. Hij voert aan dat hij de passagiers aanvankelijk heeft omgeboekt op een andere alternatieve vluchtcombinatie. Hiermee zouden zij zonder enige vertraging op de bestemming aankomen. De passagiers zijn om onbekende redenen echter niet meegevlogen met dit alternatief. Vervolgens hebben de passagiers enkele uren later zelf aan de balie gevraagd om een (nieuwe) alternatieve vlucht. Daarmee zijn zij met meer dan drie uur vertraging op de bestemming aangekomen. Ter onderbouwing verwijst hij naar een uittreksel uit een intern systeem. AirHelp heeft daar tegenin gebracht dat de passagiers niet vrijwillig voor dit latere alternatief hebben gekozen.

4.4.

De kantonrechter overweegt dat op AirHelp de last rustte te bewijzen dat de uiteindelijke langdurig vertraagde aankomst van de passagiers op de eindbestemming het gevolg was van de vertraging van de vlucht in kwestie. Zij doet immers een beroep op de rechtsgevolgen daarvan (namelijk een compensatieplicht voor de vervoerder) en de vervoerder heeft dit gemotiveerd betwist.[_fc278151-944c-4cd3-b289-ec0beac36074]

4.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter is zij daar niet in geslaagd. Het had op de weg van AirHelp gelegen om nader te onderbouwen waarom de passagiers geen gebruik hebben gemaakt van het aanvankelijk door de vervoerder aangeboden eerdere alternatief en dat dit niet te wijten was aan een doen of laten van de passagiers zelf. Dit had zij bijvoorbeeld kunnen doen door verklaringen van de passagiers over te leggen over de gang van zaken op de luchthaven van Londen. Omdat zij dit heeft nagelaten, staat het verband tussen de vertraging van de vlucht en de uiteindelijke langdurige vertraagde aankomst op de eindbestemming niet vast. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder. De vordering van AirHelp zal worden afgewezen.

4.6.

AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 506,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,

en veroordeelt de passagier tot betaling van € 126,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.