Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:3515Zaaknummer 11931939 \ CV FORM 25-7092

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
11931939 \ CV FORM 25-7092
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. EPGV. Achmea heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. Hij heeft de passagiers omgeboekt naar een vlucht die meer dan een dag later aankwam en hij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere mogelijkheden waren. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder niet. Het verzoek wordt toegewezen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissingDe kantonrechter:

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11931939 \ CV FORM 25-7092

Uitspraakdatum: 1 april 2026

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

Stichting Achmea Rechtsbijstand gevestigd te Tilburg

verzoekende partij

verder te noemen: Achmea

gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen, Oostenrijk

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

De zaak in het kort Achmea heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. Hij heeft de passagiers omgeboekt naar een vlucht die meer dan een dag later aankwam en hij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere mogelijkheden waren. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder niet. Het verzoek wordt toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 28 juni 2024 vervoeren van Edinburgh, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht U27838 dan wel EJU7838 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan Achmea.

2.4.

Achmea heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

Achmea verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.

3.2.

Achmea baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Achmea stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,- per persoon.[_a59f12f2-ccf2-4241-b093-ac2a44cd2f63]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_457029fa-ea29-4170-9f88-fadf6004a553]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of er sprake was van eventuele buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen of te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een passagier een dag later dan gepland aankomt met een alternatieve vlucht die door de vervoerder zelf werd uitgevoerd. In dat geval is het aan de vervoerder om te onderbouwen dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht die door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij werd uitgevoerd.[_6aad46af-15dd-4f77-b4e8-f17602d2e595]

4.4.

Vast staat dat de passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van bijna twee dagen op de eindbestemming zijn aangekomen. Daarmee is deze omboeking in beginsel geen redelijke maatregel. Weliswaar stelt de vervoerder dat er geen vluchten van hemzelf beschikbaar waren die binnen 24 uur aankwamen, maar daaruit volgt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerder alternatief met hemzelf of met een andere luchtvaartmaatschappij. De passagiers zijn immers met een vertraging van bijna twee dagen op de bestemming aangekomen. In tegendeel: hij stelt dat er wel een vlucht met een andere luchtvaartmaatschappij beschikbaar was. Hij heeft niet toegelicht waarom hij de passagiers niet op dit alternatief heeft omgeboekt. Al met al heeft de vervoerder hiermee onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere vluchten beschikbaar waren of waarom hij de passagiers daar niet op heeft omgeboekt. Daarmee heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken.

4.5.

Dit betekent dat, ook als de annulering het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, de vervoerder moet compenseren. De door Achmea verzochte hoofdsom zal worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.

4.6.

Achmea heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter is van oordeel dat Achmea voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door Achmea kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Achmea worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

4.8.

Op verzoek van Achmea zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.[_02c42bef-5e5d-4805-a182-ad8a9c70722c]

5 De beslissingDe kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Achmea van € 575,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 500,00 vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Achmea tot en met vandaag worden begroot op € 340,00 aan griffierecht en € 144,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door Achmea worden gemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.