Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3512Zaaknummer 11751842 \ CV EXPL 25-3870
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Publicatiedatum
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 11751842 \ CV EXPL 25-3870
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart. De passagiers vorderen compensatie van de vervoerder voor een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk een kuil in de taxibaan. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken. De vorderingen worden toegewezen.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,00 vanaf 6 juli 2023, en over € 300,00 vanaf 23 mei 2025, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 144,47;griffierecht € 257,00;salaris gemachtigde € 434,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11751842 \ CV EXPL 25-3870
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1]
2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats 1]
3. [eiser 3], wonende te [plaats 2], Spanje
4. [eiser 4]
5. [eiser 5]beiden wonende te [plaats 3] eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [betrokkene] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de besloten vennootschap
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Badhoevedorp
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kort
De passagiers vorderen compensatie van de vervoerder voor een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk een kuil in de taxibaan. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken. De vorderingen worden toegewezen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 6 juli 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Las Palmas, Spanje, met vlucht CD451 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraging van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 300,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.[_16a2d784-1786-4933-a16f-27ec94294754]
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_06cc63fe-5cf9-40d3-af76-f05066ae92c1]
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
Volgens de vervoerder was de oorzaak van de vertraging een kuil in de taxibaan op Schiphol. Toen het toestel naar de taxibaan was gesleept, kwam het niet zelfstandig in beweging. Aanvankelijk werd daarom gedacht aan een technisch defect. Na inspectie bleek dat het vliegtuig technisch in orde was maar dat het in een kuil in de taxibaan stond. Vanwege de duur van de technische inspecties was het vervolgens noodzakelijk om een nieuwe bemanning op te roepen. De oorspronkelijke bemanning zou haar wettelijke diensttijd overschrijden als deze zowel de vlucht in kwestie als de daarop volgende vlucht zou uitvoeren. Uiteindelijk is de vlucht met 7 uur en 19 minuten vertraging vertrokken en met 7 uur en 15 minuten vertraging aangekomen. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer een vluchtrapport en een e-mail van een medewerker van Schiphol overgelegd.
De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat uit het vluchtrapport wel blijkt dat technische inspecties hebben plaatsgevonden, maar niet dat het toestel niet tijdig kon vertrekken vanwege de kuil in de taxibaan. Uit de e-mail blijkt daarentegen dat er wel sprake was van kuilen (ergens) op Schiphol, maar daarin ontbreekt enige koppeling met de vlucht en de taxibaan in kwestie. Daarnaast begrijpt de kantonrechter dat zij aanvoeren dat de vervoerder de bemanning sneller had moeten wisselen.
De vervoerder heeft de gang van zaken daarop nader toegelicht. Hij stelt dat om 09:30 uur UTC werd vastgesteld dat het toestel technisch in orde was. Vervolgens moesten de nieuwe bemanningsleden worden opgeroepen, moest extra brandstof worden getankt en moesten de passagiers weer instappen. Uiteindelijk is de vlucht om 12:19 uur UTC hervat.
Het verweer slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter kan bij de beoordeling in het midden blijven in hoeverre de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft namelijk onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken.
Ook als immers vast zou komen te staan dat de vertraging door de kuil in de taxibaan geheel het gevolg was van buitengewone omstandigheden, blijkt uit de toelichting van de vervoerder dat de inspectie van het vliegtuig slechts tot 09:30 uur UTC heeft geduurd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het vervolgens noodzakelijk was om de vertraging met bijna drie uur op te doen lopen. Weliswaar stelt hij dat deze tijd nodig was voor het inschakelen van de nieuwe bemanning, het tanken en het opnieuw laten instappen van de passagiers, maar dit is onvoldoende. Het ‘uit de uren lopen’ van de bemanning is immers in beginsel een operationeel probleem. Daarbij komt dat de bemanning pas op de volgende vlucht haar wettelijke diensttijden zou overschrijden en niet op de vlucht in kwestie. Hij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het bijvoorbeeld niet mogelijk was om de alternatieve bemanning eerder op te roepen of de vlucht in kwestie toch met de oorspronkelijke bemanning uit te voeren en een nieuwe bemanning in te schakelen te Las Palmas. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken. De vorderingen zullen worden toegewezen.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is eveneens toewijsbaar, met ingang van de datum waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de datum waarop de passagiers op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is.[_bafd831f-dcab-44a5-a94d-78837c627586] Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 6 juli 2023.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht.Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Zij hebben niet gesteld dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,00 vanaf 6 juli 2023, en over € 300,00 vanaf 23 mei 2025, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 144,47;griffierecht € 257,00;salaris gemachtigde € 434,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.