Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3504Zaaknummer 11979590 \ CV FORM 25-7858
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Publicatiedatum
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 11979590 \ CV FORM 25-7858
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder beroept zich op buitengewone omstandigheden; de vlucht kon vanwege een samenloop van omstandigheden pas een dag later worden uitgevoerd. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd waarom het op die dag noodzakelijk was om een ander toestel in te zetten en eerst een andere vlucht uit te voeren. Het verzoek wordt toegewezen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11979590 \ CV FORM 25-7858
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [verzoeker 1], wonende te [plaats 1]
2. [verzoeker 2]wonende te [plaats 2], Spanje
3. [verzoeker 3]
4. [verzoeker 4] beiden wonende te [plaats 3]
5. [verzoeker 5] 6. [verzoeker 6]
beiden wonende te [plaats 4]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Ryanair DAC
gevestigd te Dublin, Ierland
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder beroept zich op buitengewone omstandigheden; de vlucht kon vanwege een samenloop van omstandigheden pas een dag later worden uitgevoerd. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd waarom het op die dag noodzakelijk was om een ander toestel in te zetten en eerst een andere vlucht uit te voeren. Het verzoek wordt toegewezen.
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
- het vorderingsformulier (formulier A);
- het verweerschrift.
2 De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 3 december 2023 vervoeren van Malaga, Spanje, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht FR8768 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 360,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.[_666b24b9-aea9-4146-a754-284e3ae7490e]
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_75c0aa56-0a1d-41fe-82ad-f401fb77d431]
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.[_ada154a4-f2b9-4827-a4e7-2c9650a48d03]
De vervoerder voert aan dat de vlucht onderdeel was van de rotatievlucht Malaga – Connacht – Malaga – Amsterdam – Malaga (vluchtnummers FR8749, FR8748, FR8768 en FR8769). Vlucht FR8749 van Malaga naar Connacht vertrok op tijd maar kon niet landen vanwege zware bevriezende mist. Daarom is vlucht FR8749 aanvankelijk omgeleid naar een andere luchthaven en uiteindelijk met een langdurige vertraging uitgevoerd. Deze vertraging werkte door op vlucht FR8748 van Connacht naar Malaga en daarna op de vlucht in kwestie.
Vervolgens legde de luchtverkeersleiding een dusdanig late vertrektijd op aan de vlucht in kwestie dat deze niet kon worden uitgevoerd voor het ingaan van de nachtklok op Schiphol. De vervoerder kreeg geen toestemming om na het ingaan van de nachtklok te landen. Daarom moest de vervoerder de vlucht een dag later uitvoeren. Hij heeft gekozen om een reservetoestel in te vliegen naar Amsterdam en de rotatie om te draaien. Hij heeft eerst vlucht FR8769 van Amsterdam naar Malaga uitgevoerd en daarna de vlucht in kwestie.
Het verweer slaagt niet. De vervoerder heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de voorgaande vluchten vertraagd uitgevoerd werden vanwege een combinatie van slechte weersomstandigheden en besluiten van de luchtverkeersleiding. Hij heeft daarbij eveneens voldoende onderbouwd dat de vlucht in kwestie daardoor niet meer uitgevoerd kon worden vóór het ingaan van de nachtklok op Schiphol en dat het daarom noodzakelijk was om de vlucht naar de volgende dag te verplaatsen.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd waarom het vervolgens noodzakelijk was om de rotatievlucht Malaga – Amsterdam – Malaga om te draaien en hiervoor een toestel in te vliegen, waarmee hij de vlucht in kwestie verder heeft vertraagd. Zonder nadere toelichting moet het er immers voor worden gehouden dat het toestel waarmee de vlucht in kwestie oorspronkelijk zou worden uitgevoerd, nog in Malaga stond. Hij heeft niet toegelicht dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog met dat toestel uit te voeren. Daarmee heeft hij in ieder geval onvoldoende toegelicht dat hij geen invloed had op de vertraging of dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om deze te beperken. Wellicht heeft hij in deze planning (operationele) keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. De wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II.
Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.[_206cc528-e8dc-4ee0-b31c-8747fafe02bf]
5 De beslissingDe kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.760,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 3 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 253,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 126,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.