Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:3503Zaaknummer 11575039 \ CV EXPL 25-1493

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
11575039 \ CV EXPL 25-1493
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en de vorderingen worden afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [eiser 1]
  2. 2. [eiser 2]
  3. 1 Het procesverloop
  4. 2 De feiten
  5. 3 Het geschil
  6. 4 De beoordeling
  7. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11575039 \ CV EXPL 25-1493

Uitspraakdatum: 1 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1]

2. [eiser 2]

3. [eiser 3] allen wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Turk Havayollari A.O. (Turkish Airlines)

gevestigd te Istanboel, Turkije

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink (LVH Advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en de vorderingen worden afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

De passagiers hebben, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 8 februari 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Istanboel, Turkije, naar Dubai, Verenigde Arabische Emiraten, met vluchtcombinatie TK1958 en TK758.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht TK1958 van Amsterdam naar Istanboel (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraagde aankomst van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 270,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.[_9719788d-264f-4402-92be-e21953e979f7]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_abd9cabe-d3e8-4f66-92d6-03cbb7085e47]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De vervoerder stelt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding vanwege slecht weer. De passagiers hebben dit niet weersproken. Daarmee staat vast dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden.

4.4.

De kantonrechter gaat voorbij aan het door de passagiers bij repliek gevoerde betoog dat zij de aansluitende vlucht ook na de vertraging van de vlucht in kwestie nog hadden kunnen halen. In de dagvaarding hebben zij zich immers juist op het standpunt gesteld dat zij door de vertraging van de vlucht in kwestie de aansluitende vlucht hebben gemist. Ook hebben zij niet toegelicht waarom zij bij dagvaarding stellen dat de vlucht in kwestie met 2 uur en 34 minuten vertraging is uitgevoerd, terwijl zij bij repliek stellen dat sprake zou zijn van 1 uur en 45 minuten vertraging. Bovendien heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat uiteindelijk sprake was van een vertraging van 2 uur en 45 minuten, hetgeen de passagiers niet (meer) hebben weersproken. Daarmee staat vast dat het missen van de aansluitende vlucht en daarmee de langdurige vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg was van buitengewone omstandigheden.

4.5.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat de vervoerder onvoldoende buffer in de overstaptijd heeft ingeruimd.

4.6.

Dit betoog slaagt evenmin. De kantonrechter overweegt dat de vervoerder in het stadium van de planning van de vlucht redelijkerwijs rekening moet houden met het risico op vertraging. De kantonrechter acht in dit kader een buffer van ten minste 20 minuten bovenop de minimumoverstaptijd (MCT) noodzakelijk. In dit geval hebben de buitengewone omstandigheden tot een vertraging van 2 uur en 45 minuten geleid. Dit betekent dat, ook als vast zou komen te staan dat de vervoerder onvoldoende reservetijd had ingepland, dit niet heeft geleid tot de uiteindelijke langdurige vertraging op de eindbestemming. Voor het overige hebben de passagiers niet betwist dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen, hetgeen hij ook voldoende concreet heeft gesteld. Daarom worden de vorderingen afgewezen.

4.7.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.