Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:3500Zaaknummer 11589898 \ CV EXPL 25-1637

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
11589898 \ CV EXPL 25-1637
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. De passagiers hebben hun vorderingen verminderd met de hoofdsom. De vervoerder heeft de passagiers niet nodeloos gedwongen tot het opstarten van deze procedure. Daarom worden de resterende (neven)vorderingen afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [eiser 1] 2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats]
  2. 1 Het procesverloop
  3. 2 De feiten
  4. 3 Het geschil
  5. 4 De beoordeling
  6. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11589898 \ CV EXPL 25-1637

Uitspraakdatum: 1 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1] 2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Icelandair EHF

gevestigd te Reykjavik, IJsland

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)

De zaak in het kort

De passagiers hebben hun vorderingen verminderd met de hoofdsom. De vervoerder heeft de passagiers niet nodeloos gedwongen tot het opstarten van deze procedure. Daarom worden de resterende (neven)vorderingen afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek, tevens vermindering van eis;

- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 11 februari 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Keflavik, IJsland, met vlucht FI501 (hierna: de vlucht).

2.2.

De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen, na vermindering van eis, dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.

3.2.

De vervoerder voert verweer. Op de grondslagen van de vorderingen en het verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De passagiers hebben bij conclusie van erkend dat zij geen recht hebben op compensatie – hetgeen de oorspronkelijke vordering was – omdat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Bij conclusie van repliek hebben zij de vorderingen verminderd met de hoofdsom. Zij hebben de vorderingen tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten wel gehandhaafd. Zij leggen daaraan ten grondslag dat zij niet tot dagvaarding zouden zijn overgegaan als zij voorafgaand aan de procedure door de vervoerder in kennis zou zijn gesteld van feiten en omstandigheden die pas in deze procedure bij hen bekend zijn geworden.

4.3.

Dit betoog slaagt niet. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij ook in de buitengerechtelijke fase al een beroep op buitengewone omstandigheden heeft gedaan, namelijk slechte weersomstandigheden. De enkele omstandigheid dat de vervoerder dit betoog niet heeft voorzien van stukken of dat hij daarin niet heeft gespecificeerd dat de slechte weersomstandigheden het onmogelijk maakten om passagiersbruggen in te zetten, betekent niet dat hij de passagiers daarmee (nodeloos) heeft gedwongen een procedure te starten. De keuze van de passagiers om de procedure vervolgens door te zetten en daarvoor (incasso- en proces)kosten te maken, komt daarom voor hun eigen rekening en risico. Er is geen aanleiding om de vervoerder te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten of de proceskosten. De vorderingen zullen worden afgewezen.

4.4.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.