Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:3495Zaaknummer 11680406 \ CV EXPL 25-2891

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
11680406 \ CV EXPL 25-2891
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. De passagier heeft compensatie en schadevergoeding van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De schadevergoeding wordt afgewezen omdat de passagier onvoldoende heeft gesteld waarom deze kosten voor rekening van de vervoerder zouden moeten komen. Voor de compensatie doet de vervoerder een beroep op buitengewone omstandigheden; de vlucht moest worden geannuleerd om te voldoen aan een capaciteitsbeperking op de luchthaven. Dit verweer slaagt. De vordering wordt afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11680406 \ CV EXPL 25-2891

Uitspraakdatum: 1 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [plaats]

eiseres

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

British Airways PLC

gevestigd te Harmondsworth, Verenigd Koninkrijk

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum)

De zaak in het kort

De passagier heeft compensatie en schadevergoeding van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De schadevergoeding wordt afgewezen omdat de passagier onvoldoende heeft gesteld waarom deze kosten voor rekening van de vervoerder zouden moeten komen. Voor de compensatie doet de vervoerder een beroep op buitengewone omstandigheden; de vlucht moest worden geannuleerd om te voldoen aan een capaciteitsbeperking op de luchthaven. Dit verweer slaagt. De vordering wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2025, waarin de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam zich onbevoegd heeft verklaard en de zaak heeft doorverwezen naar de rechtbank Noord-Holland;[_3cf5eea1-6ed5-49d4-a600-f035907561ba]

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 30 juni 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Londen, Verenigd Koninkrijk, naar New York, Verenigde Staten, met vluchtcombinatie BA435 en BA1510.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht BA435 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.074,85, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 161,23 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.

3.2.

De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,-.[_660318a7-8706-484a-bc55-e1ac23ad9d06] Op de grondslag van het restant van de vordering wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert onder meer aan dat hij niet hoeft te compenseren omdat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_5c5ddab1-319e-494c-a569-f458c03126bf]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Naast de vordering tot compensatie, die hierna zal worden beoordeeld, heeft de passagier een bedrag van € 474,85 gevorderd. Zij stelt dat de vervoerder haar na de annulering een alternatieve vluchtcombinatie heeft aangeboden. Zij is niet akkoord gegaan met dit aanbod en heeft een ander alternatief geboekt bij een andere luchtvaartmaatschappij. Het bedrag betreft het prijsverschil tussen de oorspronkelijke en de alternatieve vluchtcombinatie.

4.3.

Dit gedeelte van de vordering zal worden afgewezen. De Verordening bevat geen algemeen recht op vergoeding van de (meer)kosten van een door de passagier zelf geboekte vlucht en de passagier heeft evenmin gesteld op welke (andere) grondslag zij deze vordering baseert. Daarmee heeft zij voor dit gedeelte van de vordering niet aan haar stelplicht voldaan.

4.4.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.[_802b289d-72ab-4003-beac-f2a5daac06f4]

4.5.

De vervoerder stelt dat de vlucht moest worden geannuleerd vanwege een capaciteitsbeperking op de luchthaven van Londen. Deze capaciteitsbeperking was ingesteld om de gevolgen van een personeelstekort op de luchthaven op te vangen. De luchthaven heeft luchtvaartmaatschappijen verplicht om het aantal vluchten dat gebruik zou maken van een aantal terminals met 10% te verminderen. De vervoerder heeft voldaan aan deze verplichting door een aantal vluchten, waaronder de vlucht in kwestie, te annuleren. Ter onderbouwing heeft hij onder meer een ‘notice to airmen’ (hierna: NOTAM) overgelegd. De passagier betwist dit.

4.6.

De kantonrechter overweegt dat een capaciteitsbeperking een buitengewone omstandigheid kan vormen als een luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij, vanwege de duur en de mate van de beperkingen, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. In dit geval is de vervoerder daarin geslaagd. Hij heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het aantal vluchten met 10% moest worden verminderd. De tegenwerping van de passagier dat de beperkingen alleen tot 11:00 uur zouden gelden, lijkt te berusten op een onjuiste lezing van de NOTAM. Een dergelijke beperking van het aantal vluchten is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder.

4.7.

Dat, zoals de passagier aanvoert, bij de keuze welke vluchten specifiek werden geannuleerd wellicht ook operationele aspecten zijn meegewogen, betekent niet dat de vervoerder invloed had op de beperkingen. Vast staat immers dat er een aantal vluchten moest worden geannuleerd. Naar het oordeel van de kantonrechter moet de vervoerder daarbij enige ruimte hebben om daarin een zelfstandige afweging te maken. Daarmee was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden.

4.8.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de annulering niet kon voorkomen. Na de annulering heeft hij de passagier de keuze gegeven tussen terugbetaling van de ticketkosten en een alternatieve vlucht naar de eindbestemming. De passagier heeft gekozen voor terugbetaling.

4.9.

De passagier betwist dit. Zij voert aan dat ze door de vervoerder is omgeboekt naar een vluchtcombinatie waarmee zij met 18 uur vertraging aan zou komen. Er waren eerdere vluchten beschikbaar. De vervoerder had haar daarom een van deze eerdere vluchten aan moeten bieden.

4.10.

Het verweer slaagt. De vervoerder heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij de passagier de keuze heeft geboden tussen omboeking en terugbetaling, waarbij de passagier heeft gekozen voor terugbetaling. Daarmee heeft de vervoerder aan zijn verplichtingen uit de Verordening voldaan. De passagier heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Zij heeft namelijk onvoldoende concreet gemaakt dat er eerdere vluchten voor haar beschikbaar waren. De door haar genoemde vluchten betreffen slechts vluchten voor het traject Amsterdam – Londen en niet voor de aansluitende vlucht naar New York, zodat uit het enkele noemen van deze vluchten niet blijkt dat zij daarmee eerder op haar bestemming zou zijn aangekomen. Bovendien blijkt uit dit lijstje evenmin dat op deze vluchten plaats voor haar was. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering zal worden afgewezen.

4.11.

De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.