Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 25 maart 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3269Zaaknummer 12016416 \ CV FORM 25-8481
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Publicatiedatum
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- 12016416 \ CV FORM 25-8481
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart. EPGV. De passagiers vragen compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk het moeten verwijderen van bagage van een passagier die niet op kwam dagen, een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding en het ijsvrij moeten maken van het toestel. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12016416 \ CV FORM 25-8481
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Société Air France
gevestigd te Parijs, Frankrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kort De passagiers vragen compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk het moeten verwijderen van bagage van een passagier die niet op kwam dagen, een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding en het ijsvrij moeten maken van het toestel. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
- het vorderingsformulier (formulier A);
- het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moesten zij op 16 januari 2024 vervoerd worden van Amsterdam-Schiphol Airport, via Parijs, Frankrijk, naar Kaapstad, Zuid-Afrika, met vluchtcombinatie AF8395 dan wel KL1227 en AF0890.
Vlucht AF8395 dan wel KL1227 van Amsterdam naar Parijs (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht. Hiermee zijn zij met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.[_87baddf7-582a-4c75-bf27-3e95ea4793d7]
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_fa2d5a66-bd4b-46ef-843c-e9f9736a8234]
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en deze daar ook geen invloed op kon uitoefenen.[_108ba521-0dee-42a5-85fc-4c170d13f4a0]
Volgens de vervoerder werd de vlucht uitgevoerd door KLM. De vlucht werd met 16 minuten vertraagd omdat één van de passagiers niet op kwam dagen. Daarom moest de bagage van deze passagier worden uitgeladen. Daarnaast was er sprake van slechte weersomstandigheden op Schiphol, waardoor de luchtverkeersleiding een capaciteitsbeperking heeft ingesteld en het noodzakelijk was om het toestel ijsvrij te maken (‘de-icing’). Daarom kreeg het toestel pas met 1 uur en 5 minuten vertraging toestemming om van de gate te vertrekken. Vervolgens moest het toestel de de-icingprocedure ondergaan, waardoor de vertraging verder is opgelopen. Uiteindelijk is de vlucht hierdoor met 1 uur en 34 minuten vertraging aangekomen.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van het moeten uitladen van de bagage van een passagier, een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding en de noodzaak om het toestel ijsvrij te maken.
Het moeten verwijderen van de bagage van de afwezige passagier is een onverwacht vliegveiligheids- of beveiligingsprobleem en is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij. KLM kon daar ook geen invloed op uitoefenen. Datzelfde geldt voor de verlate toestemming van de luchtverkeersleiding om op te stijgen. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit immers niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Daarmee was dit gedeelte van de vertraging van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Daarnaast kunnen zowel het wachten op de-icing als de de-icingprocedure zelf een buitengewone omstandigheid zijn, mits dat voldoende wordt onderbouwd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder in dit geval voldoende onderbouwd dat het ijsvrij maken van het toestel in dit geval niet inherent was aan de bedrijfsactiviteit van KLM en dat zij daar ook geen invloed op kon uitoefenen omdat zij daarbij afhankelijk was van de faciliteiten van de luchthaven. De passagiers hebben dit ook niet weersproken. Al met al was de gehele vertraging van de vlucht daarmee het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Vast staat dat de passagiers hierdoor de aansluitende vlucht hebben gemist. Daarmee was de langdurig vertraagde aankomst van de passagiers op de eindbestemming het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt dat KLM de omstandigheden niet kon voorkomen en de vlucht niet sneller uit kon voeren. De vervoerder heeft de passagiers vervolgens omgeboekt op een alternatieve vlucht naar de bestemming.
Het verweer van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem of KLM kon worden verwacht. Daarnaast heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de passagiers op eigen verzoek op een latere alternatieve vlucht dan oorspronkelijk gepland zijn omgeboekt. Daarmee kan het hem niet tegengeworpen worden dat zij daarmee (nog) later dan met die oorspronkelijk geplande alternatieve vlucht op de eindbestemming zijn aangekomen. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek zal worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking.
5 De beslissingDe kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking;
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.