Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 26 februari 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:2850Zaaknummer C/15/371582 / JU RK 25-1590

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
28 september 2026
Zaaknummer
C/15/371582 / JU RK 25-1590
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging machtiging uithuisplaatsing in gesloten jeugdhulp voor de resterende termijn van twee maanden. Gelet op het risicovolle en zelfbepalende gedrag van de minderjarige en de minimale gedragsverandering die er tot nu toe heeft plaatsgevonden, is voorzetting van het verblijf in gesloten jeugdzorg noodzakelijk en passend.

4 De beslissing

De kinderrechter:

4.1.

verlengt de machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 maart 2026 tot 11 mei 2026.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. S.W.S. Kilic, kinderrechter, in aanwezigheid van B.H.E. Zuidam en S.M.J. Boon als griffiers, en op schrift gesteld op 12 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De verdere beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/371582 / JU RK 25-1590

Datum uitspraak: 26 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats],

hierna te noemen [de minderjarige],

advocaat mr. B.J. de Groot, kantoorhoudende te Haarlem.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats].

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de beschikking van de kinderrechter van 21 november 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de brief van de GI van 16 februari 2026, met bijlagen;
  • het behandelplan van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp], ontvangen op 20 februari 2026;
  • de instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper van 18 februari 2026, ontvangen op 19 februari 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • [de minderjarige], bijgestaan door zijn advocaat;
  • de vader;
  • de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI].
1.3.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd, in bijzijn van zijn advocaat. [de minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2 De feiten

2.1.

De vader is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.2.

[de minderjarige] verblijft op een gesloten groep van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp], locatie [locatie].

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 september 2025

[de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 19 september 2026. Tevens heeft de kinderrechter bij

beschikking van 19 september 2025 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht

uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 19 maart 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 een

spoedmachtiging verleend [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 17 november 2025. Bij beschikking van 30 oktober 2025 heeft de

kinderrechter de spoedmachtiging beëindigd en het verzoek tot een (reguliere) machtiging

gesloten jeugdhulp afgewezen vanwege het ontbreken van een geziene

instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper.

2.5.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 november 2025

(opnieuw) een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten

accommodatie voor jeugdhulp, welke machtiging is verlengd en nu nog voortduurt tot 4 maart 2026.

3 De verdere beoordeling

beschikking van 21 november 2025

3.1.

Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 november 2025 is het verzoek van de GI tot het verlenen van een aansluitende machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp toegewezen voor de duur van drie maanden, te weten tot 4 maart 2026. De kinderrechter heeft hierbij overwogen dat een gesloten plaatsing een ingrijpende maatregel is. Om [de minderjarige] te motiveren en om zicht te houden op de (voortgang van de) diagnostiek en behandeling van [de minderjarige] is het verzoek voor de resterende termijn (te weten tot 11 mei 2026) aangehouden.

nadere informatie en standpunt GI

3.2.

De GI heeft bij brief van 16 februari 2026 het volgende naar voren gebracht.

Het risicovolle en zelfbepalende gedrag bij [de minderjarige] is zeer zorgelijk. De veranderingen in zijn gedrag zijn op dit moment nog minimaal. Hij heeft weinig tot geen motivatie om te veranderen en zich open te stellen voor andere mensen en hij heeft verduidelijking nodig in wat goed gedrag inhoudt. Er is voor hem meer tijd nodig om vertrouwen te krijgen in de mensen om hem heen en ruimte te vinden voor zijn behandelmotivatie.

Indien [de minderjarige] hiervoor niet de mogelijkheden krijgt binnen de gesloten setting zijn er risico’s op voortgang van zijn delinquente gedrag en verdere belemmering van zijn identiteitsontwikkeling. Het lukt [de minderjarige] inmiddels wel om dagelijks naar school te gaan en hij doet het goed op het school. Als hij nu weer van verblijfplek zou moeten wisselen, is hij niet in staat om opnieuw vorm te geven aan zijn vertrouwen in de mensen om hem heen en de start van een behandeling. Op dit moment ziet de vader nog geen mogelijkheden om [de minderjarige] weer thuis te laten wonen. Na verdere behandeling kan er bekeken worden of er opties zijn om weer bij vader te gaan wonen.

3.3.

Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat de psychomotorische therapie (PMT) inmiddels is gestart. Er is een behandelplan opgemaakt door [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] en [de minderjarige] staat op de wachtlijst voor diagnostiek. Er worden in de behandeling kleine stappen gezet. De GI heeft zich op het standpunt gesteld dat [de minderjarige] nog niet zo ver is dat hij terug naar huis kan; de periode dat [de minderjarige] nu gesloten geplaatst is, is te kort om gedragsverandering te bewerkstelligen. De GI heeft aangegeven het niet helpend te vinden om het verzoek voor een kortere duur toe te wijzen en het overige aan te houden, zoals verzocht namens [de minderjarige]. De GI heeft geen invloed op de wachtlijsten, maar enkel het verblijf in een gesloten instelling is al hulpverlening waar hij structuur ontvangt.

standpunt vader

3.4.

Ter zitting heeft de vader meegedeeld dat hij achter de verlenging van de gesloten uithuisplaatsing staat. Gedragsverandering door behandeling is nodig voordat [de minderjarige] weer naar huis kan.

standpunt [de minderjarige] en zijn advocaat

3.5.

[de minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat hij naar huis wil; hij vindt niet dat hij meer tijd in de gesloten setting nodig heeft. Momenteel gaat het goed op school.

3.6.

Namens [de minderjarige] heeft zijn advocaat naar voren gebracht dat [de minderjarige] goed zijn best doet, waardoor het op school beter gaat. Zijn schoolgang is echter het enige wat verbeterd is. [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] is een behandelsetting, maar behandeling is nog niet van start gegaan. Het is aan de GI om hier regie op te voeren. [de minderjarige] verblijft eigenlijk al te lang in de gesloten setting. De advocaat heeft daarom verzocht om slechts een maand toe te wijzen en de behandeling van de zaak voor het overige aan te houden om [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] in de gelegenheid te stellen een plan van aanpak op te stellen waaruit blijkt wat de doelen van de PMT zijn en de diagnostiek op te starten.

overwegingen kinderrechter

3.7.

De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.[_8e782a5a-c40a-4fd6-941f-8173ca1e70ef]

3.8.

Uit de overlegde stukken, waaronder de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper blijkt dat [de minderjarige] nu profiteert van de duidelijkheid, dagstructuur en begrenzing binnen de gesloten setting. Het is positief dat hij weer hele dagen naar school gaat en inmiddels ook onderwijs op zijn niveau krijgt. Hij bagatelliseert echter zijn eerdere grens- en norm overschrijdende gedrag en laat nog weinig van zichzelf zien. Ook wil hij geen openheid geven over zijn netwerk; de zorg bestaat dat hij voornamelijk met oudere en risicovolle jongens omgaat. Verder blijkt dat [de minderjarige] geen dan wel beperkte motivatie heeft om iets te veranderen; hij ziet niet in dat er hulp nodig is en lijkt geen behoefte te hebben aan hulpverlening. Gelet op het risicovolle en zelfbepalende gedrag van [de minderjarige] en de minimale gedragsverandering die er tot nu toe heeft plaatsgevonden, acht de kinderrechter voortzetting van het verblijf in gesloten jeugdzorg noodzakelijk en passend. Hoewel de kinderrechter het betreurt dat de noodzakelijk geachte diagnostiek nog niet gestart is, ziet zij geen aanleiding om een deel van de resterende termijn van het verzoek aan te houden, zoals verzocht door de advocaat van [de minderjarige]. Het is nu van belang dat de positieve ontwikkeling van [de minderjarige] wordt voortgezet. De GI wordt verzocht om toezicht te houden op het verdere traject en regie te voeren op de voortgang van het behandelplan en de diagnostiek.

3.9.

De kinderrechter heeft niet de mogelijkheid geboden een familiegroepsplan op te stellen. Gelet op de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [de minderjarige] heeft de kinderrechter hiervan afgezien.

3.10.

De kinderrechter machtigt de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 maart 2026 tot 11 mei 2026.

4 De beslissing

De kinderrechter:

4.1.

verlengt de machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 maart 2026 tot 11 mei 2026.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. S.W.S. Kilic, kinderrechter, in aanwezigheid van B.H.E. Zuidam en S.M.J. Boon als griffiers, en op schrift gesteld op 12 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.