Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 4 maart 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:2765Zaaknummer 11621377 \ CV EXPL 25-2085
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 4 maart 2026
- Publicatiedatum
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 11621377 \ CV EXPL 25-2085
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart. De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert geen verweer ten opzichte van de compensatie. Hij voert wel aan dat hij rauwelijks is gedagvaard en dat de passagiers daarom in de proceskosten moeten worden veroordeeld. Dit verweer slaagt niet omdat hij heeft erkend dat de passagiers hem hebben aangemaand en dat hij deze aanmaningen heeft ontvangen.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 920,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 800,00 vanaf 14 mei 2023, en over € 120,00 vanaf 4 maart 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening van deze bedragen;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 144,47;griffierecht € 226,00;salaris gemachtigde € 288,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 72,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11621377 \ CV EXPL 25-2085
Uitspraakdatum: 4 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1]
2. [eiser 2]
beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Royal Air Maroc
gevestigd te Casablanca (Marokko)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert geen verweer ten opzichte van de compensatie. Hij voert wel aan dat hij rauwelijks is gedagvaard en dat de passagiers daarom in de proceskosten moeten worden veroordeeld. Dit verweer slaagt niet omdat hij heeft erkend dat de passagiers hem hebben aangemaand en dat hij deze aanmaningen heeft ontvangen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 14 mei 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Mohamed V Airport (Marokko) naar Agadir Almassira Airport (Marokko), met vluchtcombinatie AT851 en AT431.
De vlucht van Amsterdam-Schiphol Airport naar Mohamed V Airport met vluchtnummer AT851(hierna: de vlucht) is geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt, voor zover relevant, bij de beoordeling ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder betwist primair dat passagier sub 2 Aviclaim heeft gemachtigd om hem in deze procedure te vertegenwoordigen. Hij voert aan dat de handtekeningen op de overgelegde machtiging niet overeenkomt met de handtekening in het paspoort van deze passagier.
De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening van passagier sub 2 op de volmacht voldoende overeenkomt met de handtekening op zijn paspoort. Ook is het overleggen van de reisdocumenten een aanwijzing voor een geldige volmacht. De kantonrechter oordeelt dan ook dat de passagiers voldoende concreet hebben gesteld en onderbouwd dat ook passagier sub 2 Aviclaim heeft gemachtigd om deze procedure namens hem te voeren.
Omdat de vervoerder geen verweer tegen de hoofdsom en de daarover gevorderde wettelijke rente heeft gevoerd, zullen deze vorderingen worden toegewezen.
Dan resteert de vraag of er sprake is van rauwelijks dagvaarden. De vervoerder voert aan dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt omdat de passagiers een procedure hadden kunnen voorkomen door de vordering op de juiste wijze in te dienen (via zijn website). De gemachtigde van de passagiers heeft aanmaningen namens de passagiers verstuurd naar een e-mailadres van de vervoerder. Hierop is een automatisch antwoord verstuurd dat verwijst naar de website van de vervoerder. De passagiers hebben hun vordering volgens de vervoerder niet via deze website ingediend. De aanmaningen waren ook niet voorzien van de juiste bijbehorende stukken, zodat hij niet in staat was om de vordering te beoordelen, aldus de vervoerder.
De kantonrechter stelt voorop dat het indienen van een buitengerechtelijk verzoek tot compensatie in beginsel vormvrij is. De vervoerder heeft erkend dat de aanmaningen hem per e-mail hebben bereikt. De omstandigheid dat de passagiers de vordering niet (ook) via de website van de vervoerder hebben ingediend, maakt dit niet anders. Met betrekking tot het ontbreken van de bijbehorende stukken geldt dat de vervoerder niet heeft gesteld dat hij daar voorafgaand aan de procedure om heeft gevraagd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij zal gaan. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 920,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 800,00 vanaf 14 mei 2023, en over € 120,00 vanaf 4 maart 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening van deze bedragen;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 144,47;griffierecht € 226,00;salaris gemachtigde € 288,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 72,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.