Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 14 januari 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:245Zaaknummer 11448200

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11448200
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart; redelijke maatregelen; het enkele feit dat het herstel van een storing langere tijd in beslag neemt, doet op zichzelf geen afbreuk aan de vraag of voldoende inspanningen zijn geleverd om deze te verhelpen

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 476,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [eiser 1]
  2. 1 Het procesverloop
  3. 2 De feiten
  4. 3 Het geschil
  5. 4 De beoordeling
  6. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11448200 \ CV EXPL 24-8695

Uitspraakdatum: 14 januari 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1]

2. [eiser 2]

3. [eiser 3]

4. [eiser 4]

5. [eiser 5]

allen wonende te [plaats]eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Delta Air Lines Inc.

gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. Als onbetwist is komen vast te staan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een IT-storing. Daarnaast heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 22 juli 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Atlanta International Airport (Verenigde Staten) naar Cancun Airport (Mexico), met de vluchtcombinatie DL73 en DL1939.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht DL1939 (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 514,25, althans een in redelijke justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.[_a5e198bf-f197-415c-9d4e-7eee5abaa10f]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.[_0ba21346-fa07-41cb-b393-7a32771dc0ba]

4.3.

De vervoerder stelt in dit verband dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd als gevolg van een op 19 juli 2024 opgetreden IT-storing. De passagiers hebben dit niet betwist, zodat de kantonrechter dit als vaststaand aanneemt. Daarom slaagt het beroep op buitengewone omstandigheden.

4.4.

Tussen partijen is slechts in geschil of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de gevolgen van deze omstandigheden zo beperkt mogelijk te houden. Hij stelt in dit verband dat hij de vlucht alsnog zo snel mogelijk heeft uitgevoerd. De passagiers betwisten dit en voeren aan dat de systemen van de vervoerder al voldoende hersteld hadden moeten zijn om de vlucht met een minimale vertraging uit te voeren. De kantonrechter is echter van oordeel dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat hij er alles aan heeft gedaan om zijn operatie zo snel mogelijk weer op orde te krijgen. Het enkele feit dat het herstel van een storing langere tijd in beslag neemt, doet op zichzelf ook geen afbreuk aan de vraag of voldoende inspanningen zijn geleverd om deze te verhelpen. Er kon in de gegeven omstandigheden niet meer van de vervoerder worden verwacht. Daarom heeft hij alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van de passagiers zal daarom worden afgewezen.

4.5.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 476,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.