Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Noord-Holland, 23 oktober 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:14580Zaaknummer 25/5444

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23 oktober 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
25/5444
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Participatiewet. Uitkeringsspecificatie mbt inhouding vakantiegeld ivm een vordering is geen Awb-besluit. Reeds eerder in een besluit te kennen gegeven dat de bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een lening en het gereserveerde vakantiegeld één keer per jaar in mei zal worden ingehouden voor het aflossen van de schuld. In het saldo-overzicht voorafgaand aan de uitkeringsspecificatie wordt de schuld gespecificeerd en herhaald dat het vakantiegeld wordt gereserveerd voor de aflossing van de schuld. Uit de uitkeringsspecificatie volgt ook dat geen nieuwe, voor eiser onbekende, aspecten spelen.

De rechtbank:

  • verklaart het beroep, voor zover gericht tegen de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar ongegrond;
  • verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen van het college op het bezwaarschrift, niet-ontvankelijk; en
  • veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, rechter, in aanwezigheid van E.A.D. Horn griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2026

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/5444

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. J. Sprakel),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, het college

(gemachtigde: mr. A.V.R. Hagers).

Procesverloop

1. De rechtbank stelt in het licht van de totstandkoming van het bestreden besluit van 10 december 2025 de volgende niet in geschil zijnde feiten en het procesverloop vast die zij tot uitgangspunt heeft genomen.

1.1.

Bij besluit van 21 november 2023 is aan eiser bijzondere bijstand toegekend in de vorm van een leenbijstand, ten bedrag van € 1.314,98.

1.2.

In februari 2025 heeft het college een saldo-overzicht verstrekt, met de stand van de schuld per 1 januari 2025.

1.3.

Op 28 mei 2025 heeft het college een uitkeringsspecificatie aan eiser verstrekt.

1.4.

Hiertegen heeft eiser op 8 juli 2025 bezwaar gemaakt.

1.5.

Op 13 november 2025 heeft eiser het college in gebreke gesteld en verzocht om op zijn bezwaar te beslissen.

1.6.

Op 28 november 2025 heeft eiser beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar door het college.

1.7.

Met het bestreden besluit van 10 december 2025 heeft het college het bezwaar van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

1.8.

Op 26 januari 2026 heeft eiser, onder aanvulling van gronden, het beroep gehandhaafd.

1.9.

Het college heeft op 20 juni 2026 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.10.

De rechtbank heeft het beroep op 1 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college. Het onderzoek ter zitting is aangehouden ten einde eiser in de gelegenheid te stellen om op het verweerschrift te reageren.

1.11.

De rechtbank heeft de behandeling van het beroep op 15 oktober 2026 op zitting voortgezet. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang

2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser voldoende procesbelang om te kunnen worden ontvangen in deze procedure.

Het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen

3. De rechtbank stelt vast dat het college met het bestreden besluit alsnog heeft beslist op het bezwaar van eiser. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom niet-ontvankelijk.

3.1.

De rechtbank ziet aanleiding het college te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Eiser heeft immers terecht beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van het bestreden besluit. De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is verstreken, zodat een wegingsfactor 0,5 per punt wordt toegepast. De kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,00 en een wegingsfactor 0,5).

Het beroep tegen het bestreden besluit

4. Aan de orde is de vraag of de aan eiser verstrekte uitkeringsspecificatie dient te worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.1.

Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Op grond van artikel 7:1 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:1 van de Awb, staat bezwaar en beroep slechts open tegen besluiten.

4.2.

Indien in een zaak waarin bijzondere bijstand is toegekend in de vorm van een lening, of waarin een uitkering wordt teruggevorderd en expliciet in het betreffende besluit wordt aangegeven hoe hoog het terug te betalen bedrag bedraagt, hoe en op welke wijze het terug te betalen bedrag zal worden verrekend (bijvoorbeeld door inhouding van het uit te keren vakantiegeld), in een daarop volgend saldo-overzicht wordt aangegeven voor welke specifieke vordering er nog een schuld openstaat, hoe hoog die schuld bestaat, en nogmaals wordt ingegaan op de wijze van verrekening, en tenslotte in de uitkeringsspecificatie wordt vermeld ‘Aflossing vordering’, dan is naar het oordeel van de rechtbank slechts sprake van uitvoering van het eerder genomen besluit.

4.3.

In onderhavige zaak heeft het college in het besluit van 21 november 2023 te kennen gegeven dat de bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een lening en het gereserveerde vakantiegeld één keer per jaar in mei volledig of gedeeltelijk zal inhouden voor het aflossen van de schuld. In het saldo-overzicht van februari 2025, dat aan eiser is verstuurd drie maanden vóór verstrekking van de uitkeringsspecificatie van 28 mei 2025, wordt de schuld gespecificeerd en herhaald dat het vakantiegeld wordt gereserveerd voor de aflossing van de schuld. Uit de uitkeringsspecificatie volgt ook dat geen nieuwe, voor eiser onbekende, aspecten spelen.

4.4.

Dat eiser de Nederlandse taal niet (voldoende) machtig is en hem rechtsbescherming wordt onthouden volgt de rechtbank niet. Er (waren en) zijn immers diverse manieren voor eiser om de hiervoor genoemde stukken in zijn taal te laten uitleggen, bijvoorbeeld met behulp van vrienden, kennissen, of met behulp van het Sociaal Wijkteam. Daardoor is het goed mogelijk (geweest) voor eiser om voldoende zekerheid te verkrijgen omtrent zijn positie in verhouding tot het gemeentelijk overheidsorgaan, om zijn handelen daarop te kunnen afstemmen.

4.5.

De conclusie is dat de uitkeringsspecificatie niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift, is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt wel een vergoeding van zijn proceskosten in deze procedure.

6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep, gericht tegen het bestreden besluit ongegrond is.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep, voor zover gericht tegen de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar ongegrond;
  • verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen van het college op het bezwaarschrift, niet-ontvankelijk; en
  • veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, rechter, in aanwezigheid van E.A.D. Horn griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2026

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.