Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 19 augustus 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:14249Zaaknummer 11704722 \ CV EXPL 25-3155

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Publicatiedatum
20 oktober 2026
Zaaknummer
11704722 \ CV EXPL 25-3155
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk restricties vanwege een veiligheidsincident. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11704722 \ CV EXPL 25-3155

Uitspraakdatum: 19 augustus 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V.)

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. G.I. Niesert (LVH advocaten)

De zaak in het kort

De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk restricties vanwege een veiligheidsincident. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 16 april 2023 vervoeren van Orly Airport, Parijs (Frankrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht HV5194 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de annulering, althans vanaf de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- en de nakosten.

3.2.

De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De vervoerder heeft aangevoerd dat er sprake was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk restricties vanwege een veiligheidsincident. De passagier betwist dit niet, zodat dit vast is komen te staan.

4.4.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen of te beperken. De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op het verweer van de vervoerder heeft hij voldoende concreet gesteld en aannemelijk gemaakt dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Hij heeft de passagier omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee hij met minder dan 24 uur vertraging op de eindbestemming is aangekomen. Met het sturen van een sms met daarin de rechten van de passagier heeft de vervoerder voldaan aan de bijstandsplicht. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen. De passagier heeft ook niet aangetoond dat er plek beschikbaar was op de voorgestelde alternatieve vluchten. Daarom heeft hij alle redelijke maatregelen genomen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt daarom afgewezen.

4.5.

De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.