Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Noord-Holland, 9 oktober 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:14121Zaaknummer C/15/382480
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/15/382480
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vordering tot nakoming van zorgregeling na crisisopname van ouder. De voorzieningenrechter treft een ordemaatregel inhoudende een tijdelijke zorgverdeling, waarbij rekening wordt gehouden met de behandeling van het verzoek van de andere ouder tot wijziging van voorlopige voorziening dat over een paar weken plaatsvindt.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie en reconventie
bepaalt - met tijdelijke wijziging van de zorgregeling en het gebruik van de echtelijke woning als bepaald onder ‘4.1. Regulier’ en 4.2. van de beschikking van 7 mei 2026 - dat partijen de zorg voor de kinderen verdelen als omschreven in rov. 4.10 en 4.11 van dit vonnis, met ingang van maandag 12 oktober 2026,
bepaalt dat de zorgverdeling van 5.1 doorloopt totdat de familierechter in de procedure met zaak- en rekestnummer C/15/381480/FA RK 26/4670 op het verzoek tot wijziging van de voorlopige voorzieningen heeft beslist of, indien eerder, partijen in onderling overleg een andere verdeling zijn overeengekomen,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1 en 5.2 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/382480 / KG ZA 26-549
Vonnis in kort geding van 9 oktober 2026
in de zaak van
[de moeder],
te [plaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. F.D. van Damme,
tegen
[de vader],
te [plaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. E. Busch.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7
- de brief van de rechtbank aan de advocaten van partijen over het verplaatsen van de mondelinge behandeling
- conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie en akte overleggen producties 1 t/m 8 van de zijde van de vader
- de brief van 1 oktober 2026 van de zijde van de moeder met aanvullende producties 7 en 8
- de brief van 5 oktober 2026 van de zijde van de moeder met aanvullende productie 9
- de conclusie van antwoord in reconventie met aanvullende producties 10 tot en met 12
- de mondelinge behandeling van 6 oktober 2026, waarbij mr. Busch spreekaantekeningen en een gewijzigde eis in reconventie heeft overgelegd en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is een datum bepaald voor vonnis.
2 De feiten
Partijen zijn op [datum] in [plaats] met elkaar getrouwd. Zij zijn samen de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen (hierna samen: de kinderen):
- [kind 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats]
- [kind 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats].
Partijen oefenen samen het gezag over de kinderen uit. De kinderen wonen en verblijven met name op het adres aan [adres] in [plaats] (hierna: de echtelijke woning).
De moeder heeft op 9 maart 2026 een verzoek tot echtscheiding bij deze rechtbank
ingediend.[_62fdee79-60ef-491d-a039-d11bf47dda00]
Bij beschikking van 7 mei 2026 (hierna: de beschikking) heeft de rechtbank tussen partijen - voor zover hier relevant – de volgende voorlopige voorziening getroffen:
stelt de volgende zorgregeling vast:
Regulier
[kind 1] en [kind 2] verblijven steeds met de man of de vrouw in de echtelijke woning.
De man draagt in de echtelijke woning de zorg voor de kinderen iedere week van woensdag 14.15 uur tot donderdag naar school en in de oneven weken van zaterdag 12.00 uur tot maandag naar school. De vrouw draagt de rest van de tijd de zorg voor de kinderen in de echtelijke woning,
[…]
bepaalt dat de ieder van partijen bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedelgoederen aan [adres] te [plaats] op het moment dat hij of zij op grond van de onder 4.1 vastgestelde zorgregeling de zorg voor [kind 1] en [kind 2] draagt, met bevel dat de andere partij die woning dan dient te verlaten;
De moeder is van [periode] vrijwillig opgenomen geweest, omdat zij op enig moment een gevaar voor zichzelf vormde. In die periode heeft de vader voor de kinderen gezorgd. De moeder en de kinderen hebben elkaar in deze periode geregeld overdag buiten de instelling gezien en de kinderen hebben zesmaal bij de moeder in het huis van de ouders van de moeder overnacht.
Op 25 augustus 2026 heeft de vader een verzoekschrift tot wijziging van de voorlopige voorzieningen ingediend om te laten bepalen - voor zover hier relevant - dat hij bij uitsluiting is gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning, dat de kinderen van partijen aan hem worden toevertrouwd en een gewijzigde zorgregeling tussen de moeder en de kinderen te doen vaststellen, kortweg inhoudende dat de kinderen om de week het weekend bij de moeder verblijven en voor het overige bij hem. De mondelinge behandeling van het verzoek is op [datum] gepland.[_d3c6acad-8138-4db1-8efa-0188ce664cf1]
Bij brief van 26 augustus 2026 van haar advocaat aan zijn advocaat heeft de moeder de vader gevraagd de bij de beschikking vastgestelde zorgregeling (hierna: de zorgregeling) weer na te komen. De vader heeft dit geweigerd.
Sinds haar ontslag op [datum] verblijft de moeder bij haar ouders. De moeder heeft inmiddels weer voor de kinderen gezorgd, inclusief overnachting, maar - onder protest - qua frequentie en duur minder dan volgens de zorgregeling.
3 Het geschil
De moeder vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. de vader te veroordelen tot nakoming van de bij beschikking vastgestelde zorgregeling, in die zin dat de vader de kinderen op de bij die beschikking aan de moeder toebedeelde momenten daadwerkelijk aan de zorg van de moeder laat, waaronder begrepen dat de vader de echtelijke woning op die momenten verlaat, en dat de vader zich onthoudt van iedere handeling die aan de uitvoering van die regeling in de weg staat, dit alles met ingang van de eerste aan de moeder toekomende zorgperiode na betekening van dit vonnis en totdat in de tussen partijen aanhangige procedure tot wijziging van de voorlopige voorzieningen dan wel enige andere procedure anders is beslist, dit op straffe van een dwangsom,
de moeder machtigt om, indien de vader niet aan het onder sub a bepaalde voldoet, de tenuitvoerlegging daarvan zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie te bewerkstelligen,
de vader te veroordelen in de proceskosten.
De moeder legt aan haar vorderingen ten grondslag dat ook haar behandelaars onderschrijven dat er sinds haar ontslag geen beletsel bestaat om de zorg voor de kinderen weer op zich te nemen als bepaald in de zorgregeling.
De vader voert verweer. Met het oog op de mondelinge behandeling van zijn verzoek op [datum] betwist hij het spoedeisend belang bij de vorderingen in dit kort geding, maar ook inhoudelijk concludeert hij dat de vorderingen van de moeder worden afgewezen. Hij voert aan d zich door de eerdere opname zorgen te maken over de belastbaarheid van de moeder in het kader van de zorg voor de kinderen. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (hierna: CJG) heeft hem, na een gesprek met hem en een gesprek met de moeder, laten weten de uitvoering van de zorgregeling nu niet verantwoord te vinden en een rustige en zorgvuldig begeleide opbouw in het contact met de moeder te wensen met de inzet van een zorgcoach, aldus de vader.
De vader vordert in reconventie - samengevat en na wijziging van eis – met wijziging van de beschikking en totdat in de procedure tot wijziging van de voorlopige voorzieningen anders is beslist, te bepalen conform zijn verzoek tot wijziging van de voorlopige voorzieningen (zie 2.6) en de moeder in de proceskosten te veroordelen.
De moeder voert verweer, samengevat strekkend tot afwijzing van de reconventionele vorderingen.
De voorzieningenrechter zal hierna, voor zover van belang, nader op de stellingen van partijen ingaan.
4 De beoordeling
in conventie en reconventie
Gelet op de samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie zal de voorzieningenrechter deze gezamenlijk behandelen.
Spoedeisend belang
De zorgregeling wordt zonder instemming van beide partijen niet meer uitgevoerd. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang daarmee gegeven en gaat over tot de inhoudelijke beoordeling.
Uitgangspunt en gewijzigde omstandigheden
Als uitgangspunt geldt dat een overeengekomen of door de rechtbank vastgestelde zorgregeling moet worden nagekomen, zolang deze niet in onderling overleg of door de rechter is gewijzigd. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als zich feiten of omstandigheden voordoen die maken dat (onverkorte) nakoming van die zorgregeling niet (meer) in het belang van de kinderen moet worden geacht.
Door de opname van de moeder kon de zorgregeling ruim twee maanden niet worden uitgevoerd. De vader heeft in die periode in de echtelijke woning de zorg voor de kinderen gedragen.
De vraag die in dit kort geding voorligt is of de eerder bij beschikking vastgestelde zorgregeling kan en moet worden nagekomen. De standpunten van partijen liggen op dit punt ver uiteen: De moeder meent dat de zorgregeling onverkort weer kan en moet worden nagekomen en de vader meent dat de kinderen voorlopig onder begeleiding om de week het weekend bij de moeder kunnen zijn.
Ordemaatregel
Zoals de voorzieningenrechter partijen ter zitting heeft voorgehouden wil hij de familierechter bij diens beoordeling van het wijzigingsverzoek zo min mogelijk voor de voeten lopen. De mondelinge behandeling van het verzoek vindt over [aantal] weken plaats.
De voorzieningenrechter zal dan ook geen grote wijziging aanbrengen in de huidige situatie, maar een ordemaatregel geven voor de tijd totdat de familierechter heeft beslist. Het is in het belang van de kinderen en beide partijen dat er duidelijkheid is over een tijdelijke zorgverdeling. Bij het bepalen van die tijdelijke verdeling neemt de voorzieningenrechter het volgende in overweging.
Gezien het meer frequente contact tussen de moeder en de kinderen over de afgelopen weken kan een ontzegging van de moeder van omgang met de kinderen tot slechts een weekend om de week niet aan de orde zijn. De vader heeft niet weersproken dat de moeder over de periode 22 september tot en met 5 oktober 2026, negen van de 14 dagen (deels) voor de kinderen heeft gezorgd (24, 25, 26, 28, 29 en 30 september 2026 en 3, 4 en 5 oktober 2026).[_3d15b495-5675-4654-8197-800c86e530c2] De voorzieningenrechter begrijpt uit de berichten van behandelaars van de moeder dat haar therapie en de zorg voor de kinderen goed te combineren is.
Tegelijkertijd zijn naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de zorgen van de vader, of de moeder nu al kan worden belast met de dagelijkse zorg voor de kinderen, in het licht van de uitval zoals die heeft plaatsgevonden niet geheel ongegrond.
De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat er geen aanwijzingen zijn dat de veiligheid van de kinderen in het geding is bij de moeder, maar de moeder heeft niet gesteld noch is gebleken dat zij sinds haar ontslag de zorg voor de kinderen alleen heeft gedragen. In het overzicht van contactmomenten in de periode van 5 t/m 22 september 2026 (alinea 13 dagvaarding) staat steeds ook een andere volwassene genoteerd en het contact in de periode van 22 september tot en met 5 oktober 2026 was kennelijk in aanwezigheid van de ouders van de moeder.
De voorzieningenrechter neemt verder in overweging dat beide ouders zich bereid hebben verklaard het contact van de kinderen met de moeder weer op te bouwen, al heeft geen van beiden daar een concreet voorstel voor gedaan. En weliswaar verschillen partijen van mening welke hulpverlening moet worden ingezet, via de hulp die de moeder zelf al ontvangt of het CJG, niet is in geschil dat hulp wenselijk is. Dit strookt ook met het advies van een behandelaar van de moeder dat vanwege de zogenoemde vechtscheiding van partijen het belangrijk is dat het gezin zo snel mogelijk hulp krijgt.[_3a459844-22a5-4587-a589-bdd42836c2a4]
Tijdelijke zorgverdeling
Met inachtneming van het voorgaande zal de voorzieningenrechter bepalen dat de moeder de kinderen donderdagmiddag na schooltijd van school zal ophalen en zaterdagochtend naar de voetbaltraining/ -wedstrijd van [kind 1] zal brengen en daarna voor hen zorgt totdat de vader om 17:00 uur de zorg voor de kinderen zal overnemen of, in het geval er die dag geen voetbaltraining/ -wedstrijd is, de vader de kinderen op zaterdag om 17.00u bij de moeder zal ophalen. Verder zal de moeder de kinderen maandagmiddag na schooltijd van school ophalen en dinsdagochtend weer naar school brengen, waarna de vader de kinderen dinsdagmiddag weer van school zal halen en voor hen de zorg zal dragen tot de moeder de zorg donderdagmiddag na school weer overneemt en zo verder. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat het eerste contact van de kinderen met de moeder op basis van deze verdeling op [datum] zal plaatsvinden.
De moeder zal de kinderen opvangen vanuit haar huidige verblijfplaats bij haar ouders of, indien zij dat wenst, de echtelijke woning, mits daarbij een derde volwassene aanwezig is (bijvoorbeeld (een van) haar ouders of haar zus) danwel onder begeleiding van (een deskundige onder regie van) het CJG. Ter zitting heeft de vader verklaard dat hij daarmee kan instemmen en dat hij voor die tijd de woning zal verlaten.
De aanwezigheid van een derde volwassene of begeleiding van CJG is niet meer nodig zodra het CJG of de familierechter oordeelt dat er voor de hiervoor genoemde zorgen van de vader geen aanleiding (meer) bestaat. Partijen wordt geadviseerd om relevante observaties met betrekking tot dat aspect de komende weken, ter voorbereiding op de zitting van [datum] a.s., in een logboek vast te leggen.
De vader heeft verklaard contact te hebben met het CJG. De voorzieningenrechter vertrouwt erop dat de vader, zoals besproken op zitting, het CJG desnoods nogmaals zal verzoeken in het belang van de kinderen partijen op korte termijn te adviseren hoe het contact van de kinderen met de moeder verder op te bouwen qua duur, frequentie en zelfstandigheid van de moeder. Het staat de moeder uiteraard ook vrij om het CJG hiervoor zelf te benaderen en desgewenst in contact te brengen met haar behandelaars.
Geen dwangsom of tenuitvoerlegging door de sterke arm van politie en justitie
De voorzieningenrechter gaat ervan uit - en meent er op te mogen vertrouwen - dat partijen vrijwillig de tijdelijke zorgverdeling als hiervoor omschreven zullen nakomen.
Proceskosten
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie en reconventie
bepaalt - met tijdelijke wijziging van de zorgregeling en het gebruik van de echtelijke woning als bepaald onder ‘4.1. Regulier’ en 4.2. van de beschikking van 7 mei 2026 - dat partijen de zorg voor de kinderen verdelen als omschreven in rov. 4.10 en 4.11 van dit vonnis, met ingang van maandag 12 oktober 2026,
bepaalt dat de zorgverdeling van 5.1 doorloopt totdat de familierechter in de procedure met zaak- en rekestnummer C/15/381480/FA RK 26/4670 op het verzoek tot wijziging van de voorlopige voorzieningen heeft beslist of, indien eerder, partijen in onderling overleg een andere verdeling zijn overeengekomen,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1 en 5.2 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.