Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Noord-Holland, 12 oktober 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:14028Zaaknummer HAA 26/4372

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12 oktober 2026
Publicatiedatum
16 oktober 2026
Zaaknummer
HAA 26/4372
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening. Woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet na aantreffen in werking zijnde hennepkwekerij. Noodzakelijkheid en evenredigheid. Persoonlijke omstandigheden. Verwijtbaarheid. Onzekerheid uitkomst bezwaarprocedure. Voordeel van de twijfel aan verzoeker, mede gelet op ingrijpende gevolgen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat de sluiting van de woning wordt opgeschort tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaar van verzoeker;

- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;

- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,-, te betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Wammes, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit Alkmaar, verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/4372

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 oktober 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit Alkmaar, verzoeker

(gemachtigde: mr. L.N.J. Offermans),

en

de burgemeester van de gemeente Alkmaar

(gemachtigden: D. Kempenaar en Q. van Zeijl).

Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in verband met het besluit van de burgemeester om de woning aan de [adres] in Alkmaar op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van drie maanden te sluiten, nadat daar een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. Verzoeker heeft bij de burgemeester bezwaar gemaakt tegen dat besluit. Het verzoek strekt tot schorsing van de sluiting in afwachting van de uitkomst van de bezwaarprocedure.

1.2.

De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. De burgemeester heeft op 9 september 2026 toegezegd de woning van verzoeker niet te sluiten totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft nadere stukken ingediend.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker met zijn dochters [dochter 1] en [dochter 2], de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.

Waar gaat deze zaak over?

3.1.

Verzoeker huurt en bewoont de woning aan de [adres] in Alkmaar.

De burgemeester heeft op 13 juli 2026 van de politie Noord-Holland een bestuurlijke rapportage ontvangen. In de rapportage wordt beschreven dat de politie een onderzoek heeft gedaan in de woning van verzoeker. In de ‘grote slaapkamer’, achter de badkamer, trof zij een in werking zijnde hennepkwekerij aan. Hier zijn 338 hennepplanten aangetroffen van ongeveer zes à zeven weken oud. In de broek van verzoeker is een contant geldbedrag, namelijk € 900,- euro (18 x € 50,- euro) aangetroffen. De politie trof daarnaast verschillende goederen aan die werden gebruikt voor de exploitatie van de hennepkwekerij, waaronder assimilatielampen, transformatoren, koolstoffilters, ventilatoren, luchtbevochtigers, waterpompen, groeimiddelen, CO2-boosters, droogrekken en een weegschaal. Volgens de politie was sprake van een professionele en bedrijfsmatige hennepkwekerij. Daarnaast is vastgesteld dat sprake was van illegale stroomafname en illegaal watergebruik.

Uit de rapportage blijkt ook dat verzoeker heeft verklaard dat hij in 2025 in contact is gekomen met ‘ [naam] ’. In 2025 is verzoeker slachtoffer geweest van een beroving en veel geld (€ 17.300,- cash) verloren. ‘ [naam] ’ heeft voorgesteld de schulden voor hem te betalen. Hij hoefde alleen een kamer beschikbaar te stellen aan twee dames. ‘ [naam] ’ had de sleutel van de woning en brievenbus. Uiteindelijk kwam verzoeker erachter dat er geen dames in de woning waren, maar een hennepkwekerij. Verzoeker is zowel overdag (als afwasser) als in de nacht (als taxichauffeur) werkzaam en heeft daarom niet veel meegekregen van de hennepkwekerij.

3.2.

Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester op 20 juli 2026 een voornemen aan verzoeker gestuurd tot sluiting voor de duur van zes maanden, met de mogelijkheid zijn zienswijze kenbaar te maken.

3.3.

Verzoeker heeft van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen gebruik gemaakt. In de zienswijze worden de persoonlijke omstandigheden van verzoeker toegelicht alsook twee brieven van zijn dochters bijgevoegd om de persoon van verzoeker toe te lichten.

Het bestreden besluit

4. De burgemeester heeft vervolgens op 31 augustus 2026 krachtens artikel 13b van de Opiumwet besloten de woning per 9 september 2026 voor de duur van drie maanden te sluiten. Gelet op de omvangrijke en professioneel ingerichte hennepkwekerij, de illegale stroomafname en het illegale watergebruik was sprake van een gevaarlijke situatie in het appartementencomplex. Mogelijk is er eerder geoogst. Dit maakt de overtreding ernstig. De burgemeester gaat wel uit van een verminderde verwijtbaarheid en acht het aannemelijk dat verzoeker niet bewust betrokken is geweest bij de exploitatie van de hennepkwekerij en dat derden misbruik hebben gemaakt van zijn vertrouwen. Daarnaast is volgens de burgemeester sprake van bijzondere persoonlijke omstandigheden. De burgemeester acht aannemelijk dat verzoeker een kwetsbare man is. Verzoeker is 69 jaar oud, woont alleen, beschikt over een beperkt sociaal netwerk en heeft een medische voorgeschiedenis. Ook uit de verklaringen van zijn dochters blijkt dat hij vergeetachtiger en kwetsbaarder is geworden en moeite heeft om situaties goed te overzien. Een sluiting heeft aanzienlijke gevolgen voor verzoeker. De verhuurder van de woning heeft aangegeven de huurovereenkomst te willen beëindigen in verband met de hennepkwekerij. Hoewel dit civielrechtelijke gevolg niet bepalend is voor de bevoegdheid of noodzaak van de sluiting, heeft de burgemeester dit wel bij zijn afweging betrokken. De aangevoerde persoonlijke omstandigheden geven de burgemeester echter geen aanleiding om geheel van sluiting af te zien. Een waarschuwing of last onder dwangsom is onvoldoende om de doelen uit artikel 13b van de Opiumwet te bereiken. Daarmee wordt namelijk onvoldoende bereikt dat de bekendheid van de woning in het drugscircuit wordt weggenomen, de openbare orde wordt hersteld en herhaling wordt voorkomen. Gelet op de omvang en professionaliteit van de kwekerij, de illegale stroom- en waterafname en het brandgevaar blijft een sluiting noodzakelijk, aldus de burgemeester. Volgens de Beleidsregel Damocles gemeente Alkmaar geldt bij een drugsvondst zoals in dit geval normaal gesproken een sluiting van zes maanden. In dit concrete geval is de burgemeester echter van mening dat dat onevenredig zwaar uitpakt. De burgemeester ziet gelet op de persoonlijke omstandigheden aanleiding om af te wijken van de Beleidsregel en acht een sluiting van drie maanden passend en evenwichtig.

Beoordelingskader

5.1.

De voorzieningenrechter kan bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen betrekken of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter kan daarnaast de belangen van verzoeker die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening afwegen tegen de belangen van de burgemeester die pleiten tegen het treffen daarvan.

5.2.

De voorzieningenrechter stelt vast dat met het bestreden besluit een herstelsanctie is opgelegd in de vorm van een sluiting van de woning voor drie maanden. De bevoegdheid voor het geven van een sluitingsbevel is neergelegd in artikel 13b van de Opiumwet. In de overzichtsuitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 februari 2022[_b7caa7ef-a9df-4741-ad61-3e38fa5824d1] en 6 juli 2022[_a6bae91b-ba58-4446-a261-0766ddc98ec8] is het toetsingskader voor woningsluitingen nader aangevuld. In een uitspraak van 16 juli 2025[_728273ea-f9fd-4b88-b29d-56fb50a2aebb] heeft de Afdeling nog benadrukt dat, gelet op de forse inbreuk die een woningsluiting kan maken op de grondrechten van een bewoner, de toetsing bij woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet doorgaans indringend is.

Spoedeisend belang

6.1.

De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist.

6.2.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker een spoedeisend belang bij de beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat de burgemeester de sluiting van de woning van verzoeker opschort tot de uitspraak van de voorzieningenrechter, maar één à twee weken na de uitspraak alsnog wil effectueren.

Bevoegdheid

7. Op grond van artikel 13b van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn of als voorwerpen of stoffen bedoeld voor het vervaardigen van drugs er voorhanden zijn. Verzoeker betwist niet dat de burgemeester op grond van deze bepaling bevoegd is om de woning te sluiten. Volgens de Beleidsregel volgt bij een eerste constatering van 251 tot en met 500 hennepplanten in een woning in beginsel een sluiting van zes maanden. In dit concrete geval is de burgemeester echter van oordeel dat toepassing van die volledige sluitingsduur onevenredig zwaar uitpakt en dus kiest de burgemeester voor een sluiting van drie maanden. Verzoeker acht sluiting, ook voor deze duur, onevenredig.

Noodzakelijkheid en evenredigheid

8.1.

Ongeacht de bevoegdheid van de burgemeester dient hij zich er in het geval van sluiting van een woning van te vergewissen of dat in de omstandigheden van het geval gerechtvaardigd is, en zo ja, voor hoelang. Steeds zal hij daarbij moeten beoordelen of zijn optreden in een concreet geval evenredig is. De burgemeester moet zich ervan vergewissen dat de sluiting van een woning en de duur ervan met het oog op de doelen in artikel 13b van de Opiumwet geschikt, noodzakelijk en evenwichtig zijn.[_5a28e9c3-3afc-441f-900b-8af196964cad] De geschiktheid van de sluiting is tussen partijen geen punt van geschil, de noodzaak en evenwichtigheid van de sluiting wel.

8.2.

Verzoeker voert – kort samengevat – aan dat er geen noodzaak (meer) is om de woning te sluiten, want de hennepkwekerij is verwijderd en daarmee de drugsgerelateerde activiteit en omstandigheden ook. Bij verzoeker was geen sprake van handel vanuit de woning. Er is dus niet gebleken van enige ‘loop’ naar de woning. Verzoeker is niet (bewust) betrokken geweest bij de exploitatie van de hennepkwekerij. De hennepkwekerij was gecentreerd in de grote slaapkamer en badkamer. Gezien de wijze van gebruik van zijn woning was hem niets opgevallen. Hij heeft een verkeerde beoordeling gemaakt bij de bereidwilligheid om anderen te helpen. Hoewel verzoeker mogelijk kan worden tegengeworpen dat hij niet heeft gecontroleerd of de kamer werd gebruikt door de twee vrouwen, meent hij dat dit dient te worden beoordeeld tegen de achtergrond van zijn persoonlijke omstandigheden (leeftijd, taalbarrière en gevolgen van een TIA). Verzoeker wijst in dat kader ook op de grote gevolgen van de sluiting van de woning. De burgemeester heeft zich er onvoldoende rekenschap van gegeven dat de sluiting van de huurwoning, onafhankelijk van de duur van de sluiting, de verhuurder de wettelijke grondslag biedt om de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Huisvesting is een vereiste voor hereniging met zijn vrouw die op dit moment in Oeganda woont. Verzoeker zal zijn werk verliezen als hij de woning moet verlaten. Zijn taxivergunning is reeds ingetrokken. Verzoeker bevindt zich in een kwetsbare financiële positie. Op hem rust een flinke schuldenlast, onder meer als gevolg van vorderingen van nutsbedrijven. Het is onduidelijk waarom niet kan worden volstaan met een minder ingrijpende maatregel.

8.3.

De burgemeester heeft – gelet op de persoonlijke omstandigheden en verminderde verwijtbaarheid – besloten om de duur van de sluiting te matigen van zes maanden naar drie maanden, maar wil tegelijkertijd niet zover gaan dat volledig wordt afgezien van sluiting. Volgens de burgemeester kan niet worden volstaan met een minder zwaar middel om hetzelfde doel te bereiken (bijvoorbeeld oplegging van een last onder dwangsom). Daarbij heeft volgens het verweerschrift onder meer een rol gespeeld dat het niet duidelijk is wie de kwekerij heeft ingericht en geëxploiteerd en in hoeverre deze personen (‘ [naam] ’) nog over toegang tot of kennis van de woning beschikken. De burgemeester wil voorkomen dat ‘ [naam] ’ (weer) naar de woning gaat.

8.4.

Ter zitting heeft verzoeker – niet weersproken – gesteld dat de sloten van de woning zijn vervangen door de politie. Daarmee hebben ‘ [naam] ’ of andere onbekende betrokkenen geen toegang (meer) tot de woning. Op zitting heeft de burgemeester niet uitgesloten dat dit een relevante omstandigheid kan zijn in de belangenafweging om de woning al dan niet te sluiten. Met deze onzekerheid over de uitkomst van de bezwaarprocedure en de mogelijkheid dat de bezwaarprocedure tot een ander besluit leidt, geeft de voorzieningenrechter het voordeel van de twijfel aan verzoeker, mede gelet op de ingrijpende gevolgen die sluiting voor verzoeker heeft. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe.

Conclusie en gevolgen

9.1.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de burgemeester de woning van verzoeker nu niet mag sluiten, maar eerst de bezwaarprocedure en de termijn voor het vervolgens instellen van beroep moet afwachten.

9.2.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat de burgemeester het griffierecht moet vergoeden en dat verzoeker ook een vergoeding krijgt van zijn proceskosten, omdat hij in het gelijk wordt gesteld. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een beroepsmatige rechtsbijstandverlener als gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elk van deze proceshandelingen heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat de sluiting van de woning wordt opgeschort tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaar van verzoeker;

- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;

- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,-, te betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Wammes, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.