Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 17 september 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:13802Zaaknummer K/4102/12295152

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
29 oktober 2026
Zaaknummer
K/4102/12295152
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing van de informatieplichten. Niet voldaan aan artikel 6:230m lid 1 sub h (herroepingsrecht) en artikel 6:230v lid 7 BW. De algemene voorwaarden van Klarna zijn ook getoetst en bevatten geen oneerlijke bedingen.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 73,59, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 33,59 vanaf 18 juni 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;

4.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 125,57;

griffierecht € 139,00;

salaris gemachtigde € 43,00;

4.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De vordering
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 12295152 \ CV EXPL 26-2350

Uitspraakdatum: 17 september 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar vreemd recht Coeo Securitisation Limited

te Dublin (Ierland)

de eisende partij

gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De vordering

2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 41,99 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.

2.2.

De eisende partij legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag.

De gedaagde partij heeft goederen gekocht via de website van vidaXL Marketplace B.V. (hierna: de webwinkel). Bij het afronden van de bestelling heeft de gedaagde partij gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat de gedaagde partij de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, hoefde te betalen aan Klarna. De gedaagde partij heeft dat niet gedaan. Klarna heeft de vordering op de gedaagde partij vervolgens verkocht aan de eisende partij.

3 De beoordeling

De koopovereenkomst

3.1.

De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en de gedaagde partij, zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.[_e13a64fd-aa66-49d3-95a9-26de115bb7e0]

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten

3.2.

De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan artikel 6:230v lid 3 BW. In verband met de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW heeft de eisende partij schermafdrukken van het online bestelproces overgelegd, voorzien van een toelichting. De gedaagde partij is naar het oordeel van de kantonrechter tijdens het bestelproces niet op duidelijke en begrijpelijke wijze geïnformeerd over het ontbindingsrecht (artikel 6:230m lid 1 sub h BW). Weliswaar is informatie over het ontbindingsrecht op de website te vinden, maar hiervoor moet onderaan de omschrijving van het product onder de kop ‘Klantenservice’ op de knop “Retourneren” geklikt worden. De gedaagde partij krijgt tijdens het bestellen dus geen informatie over het ontbindingsrecht te zien, maar moet dus zelf op zoek gaan. Daarmee is de gedaagde partij niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op die informatie gewezen. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.

Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht

3.3.

Om te kunnen vaststellen dat is voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een concrete, daadwerkelijk aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging worden overgelegd. Die ontbreekt, waardoor niet aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is voldaan. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.

Welke sanctie hoort hierbij?

3.4.

De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.

3.5.

De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.[_049990e0-e6da-4bb7-83b3-9afa83f1981a] De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn[_bd16ab97-27ec-402d-9197-9f44f10eaadc] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.

De kredietovereenkomst

3.6.

De gedaagde partij heeft gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkredietovereenkomsten (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW. Het Hof van Justitie[_62434b94-1ab3-4d1c-8e6a-0ae7f29a07fb] heeft geoordeeld dat overeenkomsten als de onderhavige in beginsel onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten) vallen. Dit is alleen anders als die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

3.7.

De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.[_e31d3e5c-b68f-48da-974c-f0bc0b372ac1]

3.8.

Vanwege de door gedaagde partij gekozen betalingswijze, waardoor de vordering van de webwinkel op de gedaagde partij direct wordt gecedeerd aan Klarna, zijn de algemene voorwaarden van Klarna van toepassing op de kredietovereenkomst. Deze moeten dan ook ambtshalve worden getoetst.

3.9.

Op de overeenkomst(en) zijn de algemene betaalvoorwaarden van Klarna (Koop nu – Betaal later) van toepassing. Het daarin opgenomen incassokostenbeding luidt als volgt:

“ (…) Kosten en (te) late betaling

Betaal later binnen 30 dagen

We brengen factuurkosten van €0 per aankoop in rekening.

Als Klarna de betaling niet heeft ontvangen op de uiterste betaaldatum van de aankoop, ontvang je een eerste gratis herinnering via e-mail met een nieuwe betaaltermijn van 14 dagen. In deze e-mail waarschuwen we je voor wettelijke incassokosten als je niet op tijd betaalt.

Bij de tweede herinnering worden gedeeltelijke incassokosten van €7,50 in rekening gebracht.

Als Klarna na de eerste en tweede herinnering geen (volledige) betaling ontvangt, wordt de factuur doorgestuurd voor incasso. De kosten kunnen dan oplopen tot:

Aankoopbedrag tot en metToepasselijk percentage MaximumMaximum
€2,50015% over het aankoopbedrag €375 (min € 40)€375 (min. €40)
€5,000€375 + 10% over (aankoopbedrag - €2,500) €625dddd
€10,000€625 + 5% over (aankoopbedrag - €5,000) €875€875

De maximale kosten die van je gevorderd worden zullen altijd in overeenstemming zijn met het Besluit Vergoeding Buitengerechtelijke incassokosten.

Betaal later op een specifieke datum

Als Klarna op de vervaldatum geen volledige betaling heeft ontvangen, ontvang je een gratis betalingsherinnering per e-mail. In de tweede herinnering worden beperkte incassokosten van maximaal € 7,50 in rekening gebracht. We kunnen in deze periode ook nog één keer proberen het bedrag af te schrijven van je opgeslagen betaalmethode. Als we dan nog steeds geen betaling hebben ontvangen, wordt de factuur doorgestuurd naar incasso en zijn de volledige incassokosten van toepassing, zoals hierboven beschreven.”

3.10.

Het incassokostenbeding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Wat is toewijsbaar?

3.11.

Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 33,59 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 41,99 x 0.8).

3.12.

De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 40,00.

3.13.

De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.

Conclusie en proceskosten

3.14.

De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.

3.15.

De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 73,59, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 33,59 vanaf 18 juni 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;

4.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 125,57;

griffierecht € 139,00;

salaris gemachtigde € 43,00;

4.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Voetnoten

  1. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.
  2. HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
  3. Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten (https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/richtlijn-sanctiemodel-informatieplichten.pdf), te vinden op rechtspraak.nl.
  4. HvJ EU 17 oktober 2024, zaak C- 409/23, ECLI:EU:C:2024:895 (Riverty).
  5. HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.