Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 7 oktober 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:13702Zaaknummer 12220257 \ CV EXPL 26-3047

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
7 oktober 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
12220257 \ CV EXPL 26-3047
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

3XL vordert betaling voor de uitvoering van elektrotechnische installatiewerkzaamheden. {gedaagde} voert aan dat zij deze vordering mag verrekenen omdat zij zelf veel kosten heeft moeten maken doordat 3XL de werkzaamheden niet correct heeft uitgevoerd. Het verweer slaagt niet omdat 3XL dit gemotiveerd heeft betwist. De vordering wordt toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan 3XL te betalen een bedrag van € 1.483,64,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan 3XL te betalen een bedrag van € 217,80 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.065,07, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 12220257 \ CV EXPL 26-3047

Vonnis van 7 oktober 2026

in de zaak van

3XLSOLARSSOLUTIONS B.V.

te Haarlem

eisende partij

hierna te noemen: 3XL

gemachtigde: mr. R.J Oost

tegen

[gedaagde] B.V.

te [plaats]

gedaagde partij

hierna te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: [gemachtigde]

De zaak in het kort

3XL vordert betaling voor de uitvoering van elektrotechnische installatiewerkzaamheden. [gedaagde] voert aan dat zij deze vordering mag verrekenen omdat zij zelf veel kosten heeft moeten maken doordat 3XL de werkzaamheden niet correct heeft uitgevoerd. Het verweer slaagt niet omdat 3XL dit gemotiveerd heeft betwist. De vordering wordt toegewezen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding;

- het mondeling antwoord;

- het tussenvonnis van 27 mei 2026;

- het bericht van 9 september 2026 met producties van 3XL;- de mondelinge behandeling van 15 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een overeenkomst gesloten. Op grond daarvan moest 3XL elektrotechnische installatiewerkzaamheden voor [gedaagde] verrichten bij een project in Baarn, voor een bedrag van € 1.452,00.

2.2.

De werkzaamheden zijn feitelijk verricht door een onderaannemer van 3XL.

2.3. 3

XL heeft een factuur voor de werkzaamheden aan [gedaagde] gestuurd.

2.4.

[gedaagde] heeft niet betaald.

3 Het geschil

3.1. 3

XL vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.452,00, vermeerderd met rente en kosten. Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] haar betalingsverplichting uit de overeenkomst moet nakomen.

3.2.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van 3XL. Zij doet een beroep op verrekening.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vast staat dat partijen zijn overeengekomen dat 3XL de werkzaamheden zou verrichten voor een bedrag van € 1.452,00. Eveneens staat vast dat (de onderaannemer van) 3XL in dit kader de werkzaamheden heeft uitgevoerd.

4.2.

[gedaagde] voert echter aan dat de werkzaamheden niet correct zijn afgerond. Zij heeft 3XL ingeschakeld omdat er een batterijsysteem geïnstalleerd en ingeschakeld moest worden. Daarbij moesten ook zogenaamde ‘DC-schakelaars’ worden geïnstalleerd. Deze schakelaars zijn niet veilig geïnstalleerd. De bedrading lag open. Daarnaast is de installatie niet in bedrijf gesteld. Dit heeft de leverancier van de apparatuur later moeten doen. Uiteindelijk heeft [gedaagde] de situatie zelf op moeten lossen. Dit heeft haar veel uren gekost. Volgens [gedaagde] moeten de kosten daarvoor worden verrekend met de vordering.

4.3. 3

XL betwist dit. Zij voert aan dat het niet mogelijk was om de installatie af te ronden omdat [gedaagde] niet alle benodigde materialen beschikbaar had op de projectlocatie. Daarom heeft haar onderaannemer contact opgenomen met de leverancier van de materialen om de werkzaamheden alsnog af te ronden en de installatie in gebruik te stellen. De installatie is vervolgens in gebruik genomen. Tot slot heeft zij met [gedaagde] afgesproken dat [gedaagde] zelf een kast om de installatie zou plaatsen om deze af te schermen en veilig te maken. Ter onderbouwing heeft zij een verklaring van haar onderaannemer in het geding gebracht.

4.4.

Het verweer van [gedaagde] slaagt niet. De kantonrechter oordeelt dat zij, gelet op de gemotiveerde betwisting door 3XL, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat 3XL de werkzaamheden onjuist heeft afgerond en dat zij als gevolg van deze tekortkoming kosten heeft moeten maken, die zij mag verrekenen met de vordering van 3XL. Op de mondelinge behandeling heeft haar directeur namelijk niet weersproken dat de afspraak was dat (de onderaannemer van) 3XL de installatie aan zou sluiten en dat [gedaagde] vervolgens de afschermende kast zou plaatsen. Daarnaast heeft zij evenmin voldoende weersproken dat de leverancier van de materialen de installatie uiteindelijk, in samenspraak met de onderaannemer van 3XL, in bedrijf heeft gesteld. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, volgt daaruit evenmin dat zij daardoor zelf veel extra werkzaamheden heeft moeten doen en dat zij daarvoor kosten heeft gemaakt. Bovendien heeft zij evenmin concreet gesteld wat deze extra werkzaamheden zouden hebben behelsd en hoe deze hebben geleid tot de door haar begrote kosten. Daarom moet zij 3XL betalen voor de door 3XL verrichte werkzaamheden. De vordering zal worden toegewezen.

4.5.

De vervallen wettelijke handelsrente over de vordering is als onweersproken toewijsbaar. De gevorderde wettelijke rente is op grond van de wet niet toewijsbaar over de al berekende handelsrente, voor zover deze niet over een geheel jaar verschuldigd is. Daarom zal de gevorderde wettelijke rente over de berekende handelsrente worden afgewezen.

4.6. 3

XL vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). 3XL heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. 3XL heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 217,80 worden toegewezen.

4.7.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Omdat 3XL niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.

4.8.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van 3XL worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€125,57
- griffierecht€397,00
- salaris gemachtigde€434,00(2 punten × € 217,00)
- nakosten€108,50(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€1.065,07

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan 3XL te betalen een bedrag van € 1.483,64,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan 3XL te betalen een bedrag van € 217,80 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.065,07, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.