Uitspraak · Goederenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 31 maart 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:13692Zaaknummer C/15/375108

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
C/15/375108
Rechtsgebied
Civiel recht, Goederenrecht
Procedure
Kort geding
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geschil tussen ex-echtelieden over verkoop aan derden voormalige echtelijke woning. Vorderingen van de vrouw toegewezen. Machtiging vrouw om tot verkoop en levering over te kunnen gaan; veroordeling man om woning uiterlijk 15 mei 2026 te ontruimen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

machtigt de vrouw om na betekening van dit vonnis zonder medewerking van de man over te gaan tot verkoop en levering van de gezamenlijke woning tegen een door [bedrijf] of een nog nader door de vrouw te kiezen NVM-makelaar vast te stellen marktconforme vraagprijs,

5.2.

veroordeelt de man om de gezamenlijke woning gelegen aan het [adres] ([postcode]) [plaats 2] uiterlijk 15 mei 2026 te ontruimen en te verlaten, met al het zijne en de zijnen, onder achterlating van de sleutels,

5.3.

bepaalt dat de veroordeling tot ontruiming van de gezamenlijke woning ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet,

5.4.

machtigt de vrouw om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van deze beslissing te bewerkstelligen, indien de man in gebreke blijft aan het onder 5.2 van dit vonnis bepaalde te voldoen,

5.5.

machtigt de vrouw om na ontruiming van de woning op kosten van de man nieuwe sloten op de gezamenlijke woning te plaatsen,

5.6.

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken op 31 maart 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/375108 / KG ZA 26-92

Vonnis in kort geding van 31 maart 2026 bij vervroeging

in de zaak van

[eiser],

te [plaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. S.G.B.M. Schönhage,

tegen

[gedaagde],

te [plaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: de man,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties - de mondelinge behandeling van 24 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

De vrouw en de man zijn beiden op de zitting verschenen. De vrouw is bijgestaan door mr. Schönhage. Namens de man was als toehoorder de heer [betrokkene] aanwezig.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

De vrouw en de man zijn gehuwd geweest. Zij hebben samen twee kinderen, van wie één minderjarig is.

2.2.

Het huwelijk is ontbonden op 2 februari 2018 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 10 januari 2018 in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente].

2.3.

De vrouw en de man hebben gezamenlijk in eigendom de woning gelegen aan het adres ([postcode]) [adres] te [plaats 2] (hierna: de woning). Op de woning rust een hypothecaire geldlening.

2.4.

De vrouw heeft na het vertrek uit de woning eerst een woning gehuurd en daarna een woning gekocht. Voor de financiering van laatstgenoemde woning heeft zij (mede) een privélening moeten afsluiten (hierna: de privélening) omdat de man niet meewerkte aan het verkrijgen van een overbruggingskrediet.

2.5.

De vrouw is in 2025 bij deze rechtbank tegen de man een procedure gestart om tot verkoop van de woning te komen (zaaknummer C/15/365161 / HA ZA 25-280). De man is in die procedure niet verschenen en tegen hem is verstek verleend. Op 20 augustus 2025 is vonnis gewezen.

2.6.

In het dictum van dat vonnis staat voor zover relevant:

3.1.

bepaalt dat de woning moet worden verkocht en dat [bedrijf] te

[plaats 2] (hierna: de makelaar) bij deze verkoop zal bemiddelen,

(…)

3.3.

veroordeelt de man om binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn

medewerking te verlenen aan het verstrekken van een verkoopopdracht aan de makelaar met

betrekking tot de woning,

3.4.

wijst de vrouw aan om, in het geval de man zijn medewerking aan het verstrekken

van een verkoopopdracht aan de makelaar binnen voornoemde termijn van twee weken

weigert, (als gevolmachtigde) namens de man de verkoopopdracht aan de makelaar te

verstrekken,

3.5.

veroordeelt de man om na betekening van dit vonnis:

- op eerste verzoek van de makelaar een werknemer van het makelaarskantoor in de

gelegenheid te stellen de woning te bezichtigen, foto’s te nemen en een omschrijving te

maken voor op of in diverse websites of folders;

- ervoor zorg te dragen dat hij de woning, de tuin, de ondergrond en overige toebehoren in behoorlijke staat en opgeruimd heeft op het moment dat de makelaar foto’s en een

omschrijving komt maken;

- aan de vrouw, op haar eerste verzoek, toegang te verschaffen tot de woning teneinde haar

haar spullen (genoegzaam bekend bij partijen) te kunnen laten meenemen;

- de vrouw in de gelegenheid te stellen zowel bij de eerste bezichtiging door de makelaar als

bij het maken van foto’s aanwezig te zijn teneinde te kunnen bepalen of de woning, tuin,

ondergrond en overige toebehoren daadwerkelijk in behoorlijke staat kunnen worden

gefotografeerd;

- eventuele potentiële kopers en de makelaar toe te laten voor bezichtigingen;

- de woning in behoorlijke staat open te stellen voor potentiële kopers;

- zijn volledige medewerking te verlenen aan het door de makelaar op te zetten verkoopplan

ook als dit inhoudt “voor de markt uit verkopen”,

zulks op verbeurte van een dwangsom, direct opeisbaar en niet voor matiging vatbaar, van

€ 250,00, voor iedere keer dat de man - na sommatie met daarin een concrete omschrijving

van wat van hem verlangd wordt - deze voorwaarden niet nakomt, zulks tot een maximum

van € 5.000,00,

(…)

3.9.

bepaalt dat wanneer de man in gebreke blijft aan de veroordelingen in 3.6, 3.7 en

3.8

te voldoen, het vonnis in de plaats treedt van zijn medewerking aan, toestemming voor

of ondertekening van het voorlopig koopcontract en/of de notariële leveringsakte,

3.10.

bepaalt dat de man de woning in geval van verkoop uiterlijk 48 uur vóór de dag van

de eigendomsoverdracht onder afgifte van de sleutels ontruimd moet hebben met alle daarin

aanwezige personen en zaken, zulks op verbeurte van een dwangsom direct opeisbaar en

niet voor matiging vatbaar van € 500,00, voor iedere dag dat de man na betekening van dit

vonnis deze voorwaarden niet nakomt, zulks tot een maximum van € 25.000,00,

2.7.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en aan de man betekend. De man heeft geen verzet ingesteld.

2.8.

Mr. Schönhage heeft de man bij brief van 1 september 2025 aangeschreven en toegelicht waartoe het vonnis de man verplicht en hem verzocht zijn volledige medewerking te verlenen.

2.9.

De man heeft de vrouw op 2 september 2025 een e-mail gestuurd met als onderwerp ‘tussen 6 plankjes ga ik pas weg!’.

2.10.

Makelaar [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) heeft een stuk getiteld ‘opdracht tot bemiddeling bij verkoop woning’ opgesteld en dat ter ondertekening naar de vrouw en de man gestuurd. De vrouw heeft op 12 september 2025 getekend. De man heeft niet getekend. Ook heeft de man iedere medewerking aan het (opstarten van het) verkoopproces geweigerd.

2.11.

Op 18 december 2025 heeft [bedrijf] mr. Schönhage geschreven dat hij gelet op de weigerachtige houding van de man het verkoopproces enkel zal hervatten als de woning wordt ontruimd en dat de vrouw anders beter een andere makelaar kan inschakelen.

2.12.

Op 6 februari 2026 heeft mr. Schönhage de man geschreven dat het tot dan toe niet is gelukt om de medewerking van de man te verkrijgen bij de verkoop van de woning en dat als die medewerking uitblijft de vrouw niets anders rest dan een procedure te starten tot ontruiming van de woning. De man is verzocht te laten weten of hij alsnog bereid is zijn medewerking te verlenen. De man heeft hierop niet gereageerd.

3 Het geschil

3.1.

De vrouw vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

 de vrouw machtigt om zonder medewerking van de man over te gaan tot verkoop en levering van de woning tegen een door makelaar [bedrijf] of een andere door de vrouw te kiezen NVM-makelaar vast te stellen marktconforme vraagprijs,

 de man veroordeelt om de woning binnen 72 uur na betekening van het vonnis te ontruimen,

 bepaalt dat de veroordeling tot ontruiming van de woning ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de ontruiming zich daar bevindt of binnentreedt,

 bepaalt dat als de man niet vrijwillig aan de veroordeling voldoet de deurwaarder de woning kan doen ontruimen, zo nodig met inschakeling van de sterke arm van politie en justitie,

 de vrouw machtigt de woning op kosten van de man te voorzien van nieuwe sloten,

met veroordeling van de man in de kosten van de procedure.

3.2.

De vrouw legt verkort weergegeven het volgende aan haar vorderingen ten grondslag.

De man voldoet niet aan het vonnis van 20 augustus 2025. Ondanks herhaalde verzoeken weigert de man [bedrijf] toegang te geven tot de woning. Die toegang is nodig om de woning te kunnen verkopen. [bedrijf] weigert de verkoopopdracht uit te voeren zolang de man de woning niet heeft ontruimd. De vrouw lijdt hierdoor ernstige financiële schade omdat zij door de weigerachtige houding van de man de privélening niet kan aflossen die zij heeft moeten afsluiten om haar huidige woning te kunnen kopen. Daardoor moet zij (langer) maandelijks hoge rentekosten betalen. De vrouw heeft geen andere mogelijkheid meer om het vonnis van 25 augustus 2025 te kunnen effectueren dan door middel van ontruiming. Het belang van de vrouw bij ontruiming weegt, gelet op de weigerachtige houding van de man aan het vonnis van 25 augustus 2025 te voldoen, zwaarder dan het belang van de man bij voortgezet gebruik van de woning.

3.3.

De man heeft mondeling gereageerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De man heeft ter zitting zijn persoonlijke situatie nader toegelicht en heeft aangegeven dat de door de vrouw gewenste ontruimingstermijn te kort is en hem meer tijd moet worden gegund om de woning te ontruimen en vervangende woonruimte te vinden. De vrouw heeft ter zitting aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben. Partijen hebben in overleg de uiterlijke datum van ontruiming op 15 mei 2026 gesteld. De voorzieningenrechter zal de vordering tot ontruiming daarom toewijzen en bepalen dat de man de woning uiterlijk 15 mei 2026 zal moeten hebben ontruimd.

4.2.

Ook de overige vorderingen zullen worden toegewezen. De vrouw heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat waar het gaat om de voor de verkoop en levering benodigde (rechts)handelingen zij in onvoldoende mate kan rekenen op de vrijwillige medewerking van de man. De rechtbank zal daarom de vrouw, zoals verzocht, machtigen in de zin van artikel 3:299 BW om namens de man de voor de verkoop en levering benodigde (rechts)handelingen te verrichten.

4.3.

Gelet op de relatie tussen partijen worden de proceskosten gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

machtigt de vrouw om na betekening van dit vonnis zonder medewerking van de man over te gaan tot verkoop en levering van de gezamenlijke woning tegen een door [bedrijf] of een nog nader door de vrouw te kiezen NVM-makelaar vast te stellen marktconforme vraagprijs,

5.2.

veroordeelt de man om de gezamenlijke woning gelegen aan het [adres] ([postcode]) [plaats 2] uiterlijk 15 mei 2026 te ontruimen en te verlaten, met al het zijne en de zijnen, onder achterlating van de sleutels,

5.3.

bepaalt dat de veroordeling tot ontruiming van de gezamenlijke woning ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet,

5.4.

machtigt de vrouw om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van deze beslissing te bewerkstelligen, indien de man in gebreke blijft aan het onder 5.2 van dit vonnis bepaalde te voldoen,

5.5.

machtigt de vrouw om na ontruiming van de woning op kosten van de man nieuwe sloten op de gezamenlijke woning te plaatsen,

5.6.

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken op 31 maart 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.