Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 23 september 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:13090Zaaknummer C/15/360056 / HA ZA 24-694

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/15/360056 / HA ZA 24-694
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Partijen zijn bij het tussenvonnis van 26 november 2025 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voornemen van de rechtbank om een deskundige te benoemen. Daarna is de zaak enige tijd aangehouden voor onderling overleg, maar is uiteindelijk toch verzocht om een deskundige te benoemen. Uiteindelijk beveelt de rechtbank in dit vonnis een deskundigenonderzoek en gaat zij over tot benoeming van Bregman Makelaardij als deskundige.

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

  • Op basis van de wijze van verdeling zoals de rechtbank die in haar vonnis van 26 november 2025 heeft vastgesteld (rechtsoverweging 4.3 tot en met 4.7), op welk bedrag waardeert u de aan [eiser] toe te delen percelen (belast met erfdienstbaarheid van overpad ten gunste van [gedaagde]) en op welk bedrag waardeert u de aan [gedaagde] toe te delen percelen (met daarbij het recht van overpad ten laste van de ontsluitingsweg van [eiser] ).
  • Maakt het voor de waardering van de percelen uit indien bij de waarde wordt betrokken de ligging van de andere percelen van [eiser] dan wel [gedaagde] en, zo ja, in hoeverre heeft dat gevolg voor de waardering van de te verdelen percelen?
  • Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.

benoemt tot deskundige:

Bregman Makelaardij,

correspondentieadres: Keesomstraat 6A, 1821 BS Alkmaar,

telefoon: 072-515 65 64,

e-mailadres: bog@bregman.nl,

www.bregmanbedrijfsmakelaardij.nl,

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

het voorschot

3.4.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 14.501,85 (inclusief btw),

3.5.

bepaalt dat beide partijen ieder de helft van het voorschot moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.6.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige erop dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),

- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige erop dat:

- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.12.

bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.13.

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van woensdag 7 april 2027,

3.14.

draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of

- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen op een termijn van vier weken,

3.15.

verwijst voor het overige naar de beslissingen in het tussenvonnis in deze zaak van 26 november 2025,

3.16.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.

AFS/JG

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: C/15/360056 / HA ZA 24-694

Vonnis van 23 september 2026

in de zaak van

[eiser],

te [woonplaats],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. K.M. Janssen, voorheen: mr. A.A. Aartse Tuijn,

tegen

[gedaagde],

te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. C.I. Burger.

De zaak in het kort

Partijen zijn bij het tussenvonnis van 26 november 2025 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voornemen van de rechtbank om een deskundige te benoemen. Daarna is de zaak enige tijd aangehouden voor onderling overleg, maar is uiteindelijk toch verzocht om een deskundige te benoemen. Uiteindelijk beveelt de rechtbank in dit vonnis een deskundigenonderzoek en gaat zij over tot benoeming van Bregman Makelaardij als deskundige.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 26 november 2025 (hierna: het tussenvonnis);- de akte van [eiser] van 19 december 2025.

1.2.

Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1.

In het tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat zij voornemens is een deskundigenonderzoek te gelasten om het gezamenlijke perceel en de zich daarop bevindende gebouwen te waarderen. Dit deskundigenonderzoek zal in dit vonnis worden bevolen.

2.2.

De rechtbank heeft in haar tussenvonnis (voorlopig) geoordeeld dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van taxaties. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Alleen [eiser] heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. In deze akte deelde [eiser] aan de rechtbank mede dat partijen het eens waren over de benoeming van één deskundige: de heer B. De Heul van De Heul Vastgoed.

2.3.

Kort gezegd heeft de rechtbank De Heul vervolgens gevraagd of hij bereid was om een deskundigenonderzoek uit te voeren in deze zaak. Hierna verliep echter het contact tussen de rechtbank en De Heul erg moeizaam. De rechtbank heeft partijen in juni 2026 de gelegenheid gegeven om zelf contact op te nemen met De Heul of om gezamenlijk een andere deskundige voor te stellen.

2.4.

In juni 2026 hebben partijen de rechtbank te kennen gegeven dat zij beiden kunnen instemmen met de benoeming van Bregman Makelaardij te Alkmaar. De rechtbank heeft contact gezocht met Bregman Makelaardij en heeft gevraagd of Bregman Makelaardij bereid zou zijn om als deskundige in deze zaak op te treden en daarvoor een offerte op te stellen. Deze offerte is met partijen gedeeld. [eiser] heeft geen bezwaar geuit tegen de offerte. [gedaagde] stemt weliswaar in met de benoeming van Bregman Makelaardij, maar verzoekt de rechtbank om de offerte van Bregman Makelaardij van € 14.501,85 kritisch te beoordelen. [gedaagde] voert aan dat de geoffreerde werkzaamheden van De Heul beduidend lager waren dan die van Bregman Makelaardij.

Bevel deskundigenbericht

2.5.

De rechtbank zal Bregman Makelaardij benoemen als deskundige. Een taxatie laten uitvoeren via een door de rechtbank benoemde deskundige is nu eenmaal duur, nu de deskundige ook werkzaamheden moet uitvoeren en extra kosten moet maken die verband houden met een deskundigenbericht dat aan de rechtbank moet worden uitgebracht in plaats van aan partijen zelf. De rechtbank zal daarom voorbijgaan aan het standpunt van [gedaagde] dat de in de offerte genoemde bedragen aan de forse kant zijn.

2.6.

Voldoende is gebleken dat Bregman Makelaardij over de ter zake nodige expertise beschikt. Bregman Makelaardij heeft de rechtbank bericht dat zij bereid is het onderzoek uit te voeren en dat zij vrij staat ten opzichte van partijen.

Vragen

2.7.

[eiser] heeft zich bij zijn akte van 19 december 2025 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het formuleren van de aan de deskundige te stellen vragen. Aan de deskundige zullen daarom de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.

Voorschot

2.8.

De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 14.501,85 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. De rechtbank heeft hiervoor onder 2.5 al op dit bezwaar gereageerd. De rechtbank zal het voorschot daarom vaststellen op een bedrag van € 14.501,85 (inclusief btw). In het vonnis van 26 november 2025 is al aangekondigd en toegelicht dat beide partijen ieder de helft van het voorschot dienen te betalen, dus € 7.250,93 per partij.

Ten slotte

2.9.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.10.

Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

2.11.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

  • Op basis van de wijze van verdeling zoals de rechtbank die in haar vonnis van 26 november 2025 heeft vastgesteld (rechtsoverweging 4.3 tot en met 4.7), op welk bedrag waardeert u de aan [eiser] toe te delen percelen (belast met erfdienstbaarheid van overpad ten gunste van [gedaagde]) en op welk bedrag waardeert u de aan [gedaagde] toe te delen percelen (met daarbij het recht van overpad ten laste van de ontsluitingsweg van [eiser] ).
  • Maakt het voor de waardering van de percelen uit indien bij de waarde wordt betrokken de ligging van de andere percelen van [eiser] dan wel [gedaagde] en, zo ja, in hoeverre heeft dat gevolg voor de waardering van de te verdelen percelen?
  • Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.

benoemt tot deskundige:

Bregman Makelaardij,

correspondentieadres: Keesomstraat 6A, 1821 BS Alkmaar,

telefoon: 072-515 65 64,

e-mailadres: bog@bregman.nl,

www.bregmanbedrijfsmakelaardij.nl,

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

het voorschot

3.4.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 14.501,85 (inclusief btw),

3.5.

bepaalt dat beide partijen ieder de helft van het voorschot moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.6.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige erop dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),

- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige erop dat:

- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.12.

bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.13.

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van woensdag 7 april 2027,

3.14.

draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of

- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen op een termijn van vier weken,

3.15.

verwijst voor het overige naar de beslissingen in het tussenvonnis in deze zaak van 26 november 2025,

3.16.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.

AFS/JG

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.