Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 8 januari 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:126Zaaknummer 11639227 \ CV EXPL 25-1030

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
11639227 \ CV EXPL 25-1030
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Prijsbeding niet transparant maar ook niet oneerlijk.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.148,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 april 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 146,14;

griffierecht € 340,00;

salaris gemachtigde € 135,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 11639227 \ CV EXPL 25-1030

Uitspraakdatum: 8 januari 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Mindler B.V.

te Amsterdam

de eisende partij

gemachtigde: mr. J.J.F. de Geus (Flanderijn)

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 4 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om toe te lichten hoe de prijs van de overeenkomst tot stand is gekomen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2 De verdere beoordeling

Het prijsbeding

2.1.

Uit de toelichting van de eisende partij blijkt dat de kosten van de behandeling(en) door de eisende partij worden berekend overeenkomstig de geldende tarievenlijst, zoals deze door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is vastgesteld en gepubliceerd.

2.2.

De kantonrechter oordeelt dat het prijsbeding in de algemene voorwaarden niet transparant is, omdat daarin een vindplaats naar de toepasselijke tarievenlijst van de NZa ontbreekt. Weliswaar stelt de eisende partij dat de algemene voorwaarden een link bevatten die verwijst naar een webpagina die weer doorlinkt naar de NZa-tarievenlijst, maar zonder nadere onderbouwing, zoals een schermafbeelding, blijkt dit niet zonder meer uit de door haar overgelegde producties. Bovendien is het maar de vraag of de patiënt in staat is om op basis van deze tarievenlijst de prijs voor de behandeling vast te stellen. Echter, omdat de eisende partij de behandelingskosten berekent aan de hand van de door de NZa[_201c02f8-5fb3-44f4-9dd3-4a2141f51c44] vastgestelde tarieven is naar het oordeel van de kantonrechter per definitie geen sprake van een oneerlijk beding. Het prijsbeding wordt dus in stand gelaten.

Wat is toewijsbaar?

2.3.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat in de door de eisende partij verzonden aanmaning een hoger bedrag wordt genoemd dan op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is toegestaan.

2.4.

De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

2.5.

De gedaagde partij heeft reeds een bedrag van € 900,00 voldaan. Deze deelbetalingen strekken, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de verschenen rente (€ 180,85) en de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 1.148,09 zal worden toegewezen

Conclusie en proceskosten

2.6.

De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.

2.7.

De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.148,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 april 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 146,14;

griffierecht € 340,00;

salaris gemachtigde € 135,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.