Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 2 juli 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:10636Zaaknummer 12078502 \ CV EXPL 26-311
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Publicatiedatum
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12078502 \ CV EXPL 26-311
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Verstek
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ambtshalve toetsing prijsbeding. Zorgzaak.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 448,19, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 366,25 vanaf 17 januari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 153,77;
griffierecht € 139,00;
salaris gemachtigde € 87,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 12078502 \ CV EXPL 26-311
Uitspraakdatum: 2 juli 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Stichting Acibadem International Medical Center
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: TeRecht deurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2 De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 366,25 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.
De geneeskundige behandelingsovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen de eisende partij als handelaar en de gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
Informatieplichten
Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelingsovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing.
Het prijsbeding
Het prijsbeding moet wel ambtshalve getoetst worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Op grond van artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn kernbedingen (zoals het prijsbeding) echter uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn.
De kantonrechter oordeelt dat dit prijsbeding niet transparant is, omdat de tarievenlijst van de NZA niet vooraf aan de gedaagde partij is verstrekt. Weliswaar heeft zij de passantentarieven gepubliceerd op haar website, maar gesteld noch gebleken is dat de eisende partij vóór de behandeling verwijst naar de door haar op haar website gepubliceerde passantentarieven. Bovendien is het maar de vraag of de patiënt in staat is om op basis van deze tarievenlijst de prijs voor de behandeling vast te stellen. Dit betekent dat het prijsbeding niet transparant is en getoetst moet worden op oneerlijkheid.
Volgens artikel 3, lid 1 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.
Uit de stukken volgt dat de eisende partij bij niet-gecontracteerde zorg de prijs voor de behandeling achteraf aanpast aan de vergoeding die de verzekeraar voor de behandeling aan de patiënt betaalt (door creditering van het meerdere). Voorwaarde daarvoor is wel dat de patiënt zijn factuur indient bij de verzekeraar en de specificatie daarvan aan de eisende partij stuurt. In dat geval moet de patiënt alleen de van de verzekeraar ontvangen vergoeding aan de eisende partij voldoen, eventueel nog vermeerderd met het verrekende eigen risico. Het staat vast dat de eisende partij deze wijze van factureren voorafgaande aan de behandeling bij het sluiten van de behandelovereenkomst heeft medegedeeld en heeft vastgelegd in de overeenkomst.
Omdat de patiënt, als hij de van te voren gecommuniceerde instructie ten aanzien van de factuur opvolgt, uiteindelijk alleen de vergoeding van de verzekeraar en het eventueel verrekend eigen risico hoeft te betalen aan de eisende partij, is het prijsbeding niet oneerlijk. Het evenwicht tussen partijen is namelijk door de ondoorzichtigheid over de uiteindelijke prijs niet in strijd met de goede trouw aanzienlijk verstoord. Zowel bij contractuele als bij niet-contractuele zorg brengt de eisende partij bij de patiënt (uiteindelijk) immers alleen de prijs in rekening die door de verzekeraar aan de patiënt wordt vergoed, zodat een patiënt zelf ten hoogste het eigen risico moet betalen. Dat is alleen anders als de patiënt, zoals in dit geval, geen inzicht verschaft in wat hij of zij van de verzekeraar vergoed heeft gekregen. Dat de eisende partij in dat geval ook niet weet welk bedrag gecrediteerd moet worden, kan haar niet worden verweten en betekent niet dat het evenwicht tussen partijen vanwege het prijsbeding aanzienlijk is verstoord. Het prijsbeding wordt dus in stand gelaten.
Wat is toewijsbaar?
Naast de in de dagvaarding berekende rente, zal de verdere rente worden toegewezen, zoals hierna zal worden vermeld.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Conclusie en proceskosten
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 448,19, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 366,25 vanaf 17 januari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 153,77;
griffierecht € 139,00;
salaris gemachtigde € 87,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.