Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 14 augustus 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:10617Zaaknummer C/15/381187

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14 augustus 2026
Publicatiedatum
19 augustus 2026
Zaaknummer
C/15/381187
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 14 augustus 2026 tot 11 september 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;

5.3.

bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] tijdig oproept voor de zitting;

5.4.

bepaalt dat de GI uiterlijk op de dag na plaatsing van [de minderjarige] de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bij de rechtbank indient en naar de belanghebbenden stuurt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Maat, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/381187 / JU RK 26-1300

Datum uitspraak: 14 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats], [land],

hierna te noemen [de minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 14 augustus 2026;

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.2.

[de minderjarige] woont bij haar ouders.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 november 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 27 november 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Er zijn al langere tijd veel zorgen over [de minderjarige], onder andere over haar beïnvloedbaarheid, haar gemoedstoestand en over haar emotionele ontwikkeling. Zij heeft zich inmiddels meermaals onttrokken aan het gezag van haar ouders. [de minderjarige] maakt keuzes die niet goed voor haar zijn. Zij heeft contact met meerderjarige jongens. Er zijn zorgen dat [de minderjarige] onder druk wordt gezet om seksuele contacten te hebben met meerdere jongens. Van deze contacten zou beeldmateriaal zijn gemaakt, waarmee ze gechanteerd wordt om geld over te maken. [de minderjarige] vertelt hierover wisselende verhalen. [de minderjarige] heeft hiernaast haar emoties niet onder controle en kan dan fysiek en agressief naar anderen worden. Er is daarbij fors schoolverzuim en er zijn zorgelijke signalen over de veiligheidssituatie bij haar thuis.

[de minderjarige] is sinds maandag weggelopen en verblijft buiten het zicht van haar ouders en de hulpverlening. Zij heeft via TikTok contact gekregen met een jongen van 18 jaar of ouder, is naar hem toegegaan en heeft bij hem overnacht. Het is onvoldoende duidelijk wie deze jongen is en welke bedoelingen hij met [de minderjarige] heeft. Daarnaast heeft [de minderjarige] aangegeven dat zij met een 25-jarige man naar Frankrijk wil vertrekken. Hierdoor bestaan ernstige zorgen over mogelijke beïnvloeding en seksuele of andere vormen van uitbuiting. [de minderjarige] is kwetsbaar en lijkt de gevolgen van haar keuzes onvoldoende te kunnen overzien. Wanneer zij aandacht en bevestiging van jongens krijgt, lijkt zij zich snel aan hen te hechten. De hulpverlening heeft onvoldoende zicht op [de minderjarige]. Zij is niet op de afgesproken plaats verschenen en is daarna niet meer bereikbaar geweest. [de minderjarige] heeft haar ouders en familie geblokkeerd. Zij heeft aangegeven niet meer thuis te willen wonen.

4.2.

Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.[_8fb9a5cc-76b5-415e-9fa7-3736251e67ff]

4.3.

De kinderrechter is gelet op het voorgaande ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige]. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.

4.4.

Bij het verzoek ontbreekt een verklaring van een gedragswetenschapper. De kinderrechter vindt het op basis van de stukken voldoende aannemelijk dat onderzoek door een gedragswetenschapper in deze situatie feitelijk niet mogelijk was. Het was niet mogelijk haar te spreken, omdat [de minderjarige] is weggelopen en het onbekend is waar zij op dit moment is. De kinderrechter zal daarom de machtiging verlenen onder de voorwaarde dat [de minderjarige] de eerstvolgende dag na plaatsing wordt onderzocht door een gedragswetenschapper en de instemmingsverklaring wordt ingediend.

4.5.

De GI, [de minderjarige], haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 14 augustus 2026 tot 11 september 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;

5.3.

bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] tijdig oproept voor de zitting;

5.4.

bepaalt dat de GI uiterlijk op de dag na plaatsing van [de minderjarige] de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bij de rechtbank indient en naar de belanghebbenden stuurt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Maat, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.