Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Noord-Holland, 13 augustus 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:10558Zaaknummer HAA 25/5257

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
HAA 25/5257
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aan eiser is een last onder dwangsom opgelegd vanwege prostitutiewerkzaamheden, zonder de benodigde vergunningen, in de door hem gehuurde woning. De last is ingetrokken omdat eiser is verhuisd, maar eiser is nog wel aangemerkt als overtreder. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij wordt of zal worden gehinderd bij het vinden van een nieuwe huurwoning. Er is verder geen sprake van een publieke aantasting van de eer en goede naam van eiser nu het feit dat hij is aangemerkt als overtreder niet publiekelijk bekend is gemaakt. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026 door mr. C.M.A.V. van Kleef, rechter, in aanwezigheid van mr. I.W. Neleman, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats 1] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beslissing
  4. Gronden van de beslissing
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/5257

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats 1] , eiser

(gemachtigde: mr. Y. Spijker),

en

de burgemeester van Zaanstad

(gemachtigden: mr. S.E.H. van Thoor en S. Kiziel).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de ontvankelijkheid van het beroep van eiser.

Met het bestreden besluit van 9 oktober 2025 op het bezwaar van eiser heeft de burgemeester het besluit om eiser een last onder dwangsom op te leggen, opgeheven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigden van de burgemeester.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Gronden van de beslissing

1. Voldoende procesbelang wordt aangenomen als het resultaat dat eiser met een procedure wil nastreven ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat ook feitelijk betekenis voor eiser kan hebben. De aan eiser opgelegde last onder dwangsom is bij de beslissing op bezwaar opgeheven.

2. Eiser heeft aangevoerd dat het feit dat de burgemeester hem heeft aangemerkt als overtreder hem in de weg kan staan bij het vinden van een nieuwe huurwoning. Deze grond slaagt niet. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt, bijvoorbeeld met een verklaring van Woningnet. Daar komt bij dat eiser er zelf voor heeft gekozen om de huurovereenkomst voor zijn woning aan [adres] in [plaats 2] te ontbinden, door zonder bezwaar te maken zijn handtekening onder die ontbinding te zetten. Eiser heeft op de zitting bovendien toegelicht dat hij zelf ook uit de woning weg wilde en dat hij de huur te hoog vond. Dat eiser op dit moment geen woning heeft, komt daarom voor zijn rekening en risico.

3. Eiser heeft verder, in ieder geval in bezwaar, aangevoerd dat omdat de burgemeester hem als overtreder heeft aangemerkt, dit mogelijk kan leiden tot reputatieschade en aantasting van zijn goede naam. Dit is echter op zichzelf geen goede reden om procesbelang aan te nemen. Niet is gebleken dat er sprake is van een publieke aantasting van de eer en goede naam van eiser. Het feit dat eiser door de burgemeester is aangemerkt als overtreder is niet publiekelijk bekend gemaakt. Eiser is niet gestigmatiseerd. Daar komt bij dat de burgemeester op de zitting heeft toegelicht dat het overtrederschap niet aan eiser zal worden tegengeworpen bij nieuwe aanvragen, bijvoorbeeld bij de aanvraag van een bijstandsuitkering.

4. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat hij anderszins schade heeft geleden van het feit dat hij is aangemerkt als overtreder door de burgemeester, dan wel dat hij hiervan in de toekomst mogelijk schade zal ondervinden.

5. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft. Omdat eiser geen procesbelang heeft, verklaart de rechtbank het beroep van eiser niet-ontvankelijk. Dit betekent dat eiser zijn proceskosten niet vergoed krijgt. Eiser krijgt ook zijn griffierecht niet terug.

6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026 door mr. C.M.A.V. van Kleef, rechter, in aanwezigheid van mr. I.W. Neleman, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.