Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 12 augustus 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:10379Zaaknummer C/15/381102 / JU RK 26-1280

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Publicatiedatum
19 augustus 2026
Zaaknummer
C/15/381102 / JU RK 26-1280
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats], in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 12 augustus 2026 tot 9 september 2026;

5.2.

verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.4.

roept de GI en de moeder en de vader als informant op voor de zitting van mr. J. Lintjer op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank, De Appelaar aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.6.

vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Lintjer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/381102 / JU RK 26-1280

Datum uitspraak: 12 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats],

hierna te noemen: [de minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

De rechtbank merkt als informant aan:

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats].

1 Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 12 augustus 2026, mee in de beoordeling.

2 De feiten

2.1.

[de minderjarige] is erkend door de vader. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.2.

[de minderjarige] woont bij haar moeder.

2.3.

Bij beschikking van 19 mei 2026 heeft de kinderrechter van deze rechtbank [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld, waarna de ondertoezichtstelling is verlengd tot 19 augustus 2027.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. De GI is vanuit de ondertoezichtstelling betrokken bij [de minderjarige] en haar gezin en voert de regie. Samen met de moeder, [de minderjarige], GGZ NHN en andere betrokken professionals wordt geprobeerd om haar veiligheid te bewaken en passende behandeling te organiseren. Er is nog geen zorgaanbod gevonden dat aansluit bij de volledige problematiek van [de minderjarige]. GGZ NHN heeft na overleg op directieniveau geconcludeerd dat zij zowel op de korte als op de langere termijn niet kan instaan voor de veiligheid van [de minderjarige] en haar gezin. De GI herkent dat de benodigde combinatie van verblijf, behandeling, toezicht en medische monitoring op dit moment niet binnen één bestaande voorziening beschikbaar is. Bij [de minderjarige] is sprake van ernstige eetproblematiek, suïcidale gedachten en gedragingen, problemen met emotieregulatie, automutilatie, onvoldoende zelfzorg en een verstoord dag- en nachtritme. In de afgelopen periode zijn er meerdere escalaties geweest waarbij [de minderjarige] onder andere spullen vernielde, met haar hoofd bonkte, wegliep en medicatie innam die niet voor haar bedoeld was. Begin juli is [de minderjarige] na een medicatie-inname en toenemende zorgen over suïcidaliteit met een crisismaatregel opgenomen geweest in [plaats]. Na beëindiging van deze opname is zij weer naar huis gegaan. Sindsdien wordt ingezet op ambulante begeleiding, psychiatrische ondersteuning, medicatie en lichamelijke controles. De start met methylfenidaat lijkt mogelijk een positief effect te hebben op haar onrust en impulsiviteit. Tegelijkertijd is haar eetproblematiek sterker zichtbaar geworden. [de minderjarige] slaat opnieuw maaltijden over, drinkt minder en is in korte tijd afgevallen van 39,1 kilogram naar 37,15 kilogram. Zij heeft aangegeven niet meer te willen herstellen en verder te willen afvallen. Ook zegt zij dat niet eten het enige is waar zij nog goed in is. De omstandigheden thuis maken het extra moeilijk om haar eetproblematiek goed te begeleiden. Het gezin zit midden in een verhuizing. Er waren tijdelijk geen koelkast en kookvoorzieningen beschikbaar. De moeder had door de verhuizing en de zorg voor de andere kinderen minder ruimte om voortdurend toezicht te houden op [de minderjarige] ’s eet- en drinkmomenten. De situatie heeft invloed op het hele gezin. De moeder probeert de intensieve zorg voor [de minderjarige] te combineren met de zorg voor de andere kinderen, haar werk en de verhuizing. Deze belasting is op dit moment te groot.

4.2.

De moeder vraagt al langere tijd om meer hulp en maakt zich zorgen over [de minderjarige] en over de gevolgen voor haar andere kinderen. [de minderjarige] is bij verschillende eetstoornisklinieken afgewezen. Haar eetproblematiek kan niet los worden gezien van haar suïcidaliteit, emotieregulatie, gedrag en gezinssituatie. Gesloten jeugdzorg heeft niet de voorkeur en er is vooralsnog geen passende plek beschikbaar. De GI vindt dat [de minderjarige] een kleinschalige en voorspelbare behandelsetting nodig heeft met vaste begeleiders, duidelijke afspraken en 24-uurs toezicht. Moeder en [de minderjarige] zijn meegenomen in een mogelijke plek bij het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [provincie]. Beiden reageerden hier positief op. Vanuit deze voorziening waren voorzichtige positieve signalen over een mogelijke opname. Ook deze mogelijkheid valt echter buiten de gebruikelijke zorgpaden en vraagt om maatwerk. Uiteindelijk is er een plek vrijgekomen bij het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder]. In de loop van het maken van een plan werd [de minderjarige] door een arts gezien vanwege haar afnemende gewicht. Ze weegt op dit moment 35 kilo. GGZ heeft onderling overleg gevoerd en besloten om [de minderjarige] eerst op te nemen in het ziekenhuis om aan te sterken alvorens haar te plaatsen bij het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder]. Op 7 augustus 2026 is [de minderjarige] opgenomen in het ziekenhuis. Op 11 augustus 2026 is zij naar het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] gegaan.

4.3.

Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.[_7f4efc06-ad9a-479d-be62-92dc5f245c49]

4.4.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige]. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.

4.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.6.

De GI, [de minderjarige] en de belanghebbende worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats], in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 12 augustus 2026 tot 9 september 2026;

5.2.

verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.4.

roept de GI en de moeder en de vader als informant op voor de zitting van mr. J. Lintjer op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank, De Appelaar aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.6.

vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Lintjer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.