Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Noord-Holland, 10 augustus 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:10298Zaaknummer C/15/381064
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/15/381064
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 augustus 2026 tot 7 september 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. W.C. Oosterbroek op [datum] bij Horizon, locatie Antonius, te Castricum;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [de minderjarige] en haar advocaat op te roepen.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier en op schrift gesteld en ondertekend op 11 augustus 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/381064 / JU RK 26-1271
Datum uitspraak: 10 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
De gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen de GI,
gevestigd in Amsterdam,
namens het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente waar de jeugdige haar woonplaats heeft, zijnde [plaats],
hierna te noemen: het college van B&W,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats],
hierna te noemen [de minderjarige],
advocaat mr. J.I. Vervest uit Heemskerk.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 10 augustus 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 10 augustus 2026;
- de toestemmingsverklaring van de moeder.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].
[de minderjarige] woont bij haar moeder. Sinds begin juli 2026 verblijft [de minderjarige] bij de crisisopvang van de [crisisopvang] in [plaats].
3 Het verzoek
De GI verzoekt, namens het college van B&W, een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De GI verzoekt daarnaast, namens het college van B&W, om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.
4 De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen.
Op dit moment zijn de zorgen groot. Er is sprake van een acute en ernstig bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige]. In de afgelopen vijf dagen is [de minderjarige] viermaal weggelopen vanuit de huidige opvang en heeft zij zichzelf daarbij herhaaldelijk blootgesteld aan levensgevaarlijke en grensoverschrijdende situaties. Er zijn ernstige signalen van toenemend middelengebruik (waaronder XTC, alcohol en wiet), seksueel risicogedrag, mogelijke seksuele uitbuiting en mogelijk seksueel geweld. Daarnaast heeft [de minderjarige] zich in gevaarlijke verkeerssituaties begeven en brengt zij zichzelf structureel buiten het zicht van hulpverlening. Begeleiders geven aan ernstig te vrezen voor haar veiligheid en achten de kans reëel dat zij bij herhaling ernstig letsel oploopt of slachtoffer wordt van uitbuiting of geweld. [de minderjarige] accepteert onvoldoende hulp en de moeder heeft steeds minder de mogelijkheid om haar veiligheid te waarborgen. Er zijn ernstige zorgen over welzijn, gezondheid en toekomst van [de minderjarige]. De moeder is bang dat er ernstige gevolgen ontstaan als de situatie zo doorgaat. Minder ingrijpende vormen van hulp zijn geprobeerd, maar hebben onvoldoende effect gehad. [de minderjarige] blijft zich onttrekken aan begeleiding en toezicht, waardoor de risico’s voor haar veiligheid groot blijven. Een gesloten plaatsing is nodig om haar rust, structuur en bescherming te bieden, het middelengebruik te doorbreken en ervoor te zorgen dat behandeling daadwerkelijk kan plaatsvinden. Zonder deze maatregel is de kans groot dat de situatie verder verslechtert, waarbij er ernstig gevaar ontstaat voor haar fysieke en psychische veiligheid.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.[_25938c44-a963-49b4-98a2-f90ab8d8ea92]
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige]. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
Omdat de moeder instemt met het verzoek, is een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] niet vereist.[_e72d6c2b-5d87-44c1-82b0-f84dedc68510]
De GI, [de minderjarige], haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 augustus 2026 tot 7 september 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. W.C. Oosterbroek op [datum] bij Horizon, locatie Antonius, te Castricum;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [de minderjarige] en haar advocaat op te roepen.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier en op schrift gesteld en ondertekend op 11 augustus 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.