Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 7 augustus 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:10158Zaaknummer C/15/381014

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
7 augustus 2026
Publicatiedatum
19 augustus 2026
Zaaknummer
C/15/381014
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 7 augustus 2026 tot 4 september 2026;

5.2.

verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;

5.4.

bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] tijdig op te roepen voor de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/381014 / JU RK 26-1265

Datum uitspraak: 7 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats],

hierna te noemen [de minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonend op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 7 augustus 2026.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.2.

Bij beschikking van 17 oktober 2023 is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden. Vervolgens heeft de kinderrechter [de minderjarige] bij beschikking van 16 januari 2024 onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is laatstelijk bij beschikking van 13 januari 2026 verlengd tot 16 januari 2027.

2.3.

Bij beschikking van 17 oktober 2023 is ook een machtiging verleend om [de minderjarige] (met spoed) uit huis te plaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 2 juli 2026 tot 23 juli 2026.

2.4.

[de minderjarige] heeft zich onttrokken bij zijn aangewezen verblijfplaats en heeft geen vaste woon- of verblijfplaats.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

De GI verzoekt aansluitend een machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlenen tot, naar de rechtbank begrijpt, het einde van de ondertoezichtstelling te weten tot 16 januari 2027.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen.

[de minderjarige] verbleef tot voor kort op een accommodatie zorgaanbieder 24uurs. Dit was een geheime plek vanwege de dreiging die uit zou gaan van de betrokken vader. [de minderjarige] is in juli weggelopen uit de groep, omdat vader op de een of andere wijze achter het adres is gekomen. Sindsdien is hij weggelopen en vermist, maar hij heeft ondertussen wel contact gehad met zijn moeder en hulpverlening. Vanwege de duur van de onttrekking is de plaatsing ingetrokken en de machtiging uithuisplaatsing is hierdoor inmiddels ook verlopen/ingetrokken.

4.2.

Inmiddels is er weinig tot geen zicht, zorg of toezicht op de jeugdige. Hij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, een verkeerd netwerk, is enorm kwetsbaar en er is sprake van (hard-) drugsgebruik, waardoor hij in een psychose terecht is gekomen, en blijkt daar ook gevoelig voor. De moeder van [de minderjarige] verblijft op een plek maar is niet in staat om voor [de minderjarige] te zorgen. Er zijn zodoende ernstige en toenemende zorgen over zijn fysieke en mentale veiligheid en er is geen opvang in het gezin of netwerk beschikbaar. Moeder en hulpverlener hebben telefonisch contact opgenomen met de bureaudienst om hun zorgen te melden en hulp te vragen voor deze noodsituatie. Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, onderzoek van zijn geestelijke toestand en onderzoek van zijn lichamelijke toestand dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.[_f2c2868c-df7f-4701-8d7c-ffeb3265ea62]

4.3.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige]. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.

4.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.5.

De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 7 augustus 2026 tot 4 september 2026;

5.2.

verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;

5.4.

bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] tijdig op te roepen voor de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.