Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 15 januari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:975Zaaknummer 11274556 \ CV FORM 24-5932

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15 januari 2025
Publicatiedatum
10 maart 2025
Zaaknummer
11274556 \ CV FORM 24-5932
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. Volgens de vervoerder was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Hij heeft de passagier niet omgeboekt naar een alternatieve vlucht en ook niet gesteld waarom dit niet mogelijk was. Dit mocht wel van hem worden verwacht. Daarom heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek van de passagier wordt toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 290,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 24 augustus 2023 tot aan de dag van de betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 87,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde,

en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11274556 \ CV FORM 24-5932

Uitspraakdatum: 15 januari 2025

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te [plaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen, Oostenrijk

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

De zaak in het kort

De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. Volgens de vervoerder was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Hij heeft de passagier niet omgeboekt naar een alternatieve vlucht en ook niet gesteld waarom dit niet mogelijk was. Dit mocht wel van hem worden verwacht. Daarom heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek van de passagier wordt toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 24 augustus 2023 vervoeren van Copenhagen Airport, Denemarken, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7940 dan wel EJU7640 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2023 tot aan de dag van de betaling; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.

3.2.

De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00.[_83e7068b-f20b-4079-8270-7e4a93567d55]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij stelt dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_b0806e09-6435-4821-8497-d66f7b7d7799]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De kantonrechter oordeelt dat, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat bij annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat zij alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen.[_ce9cc58d-720a-47c6-82cf-7fe42597272f]

4.4.

Als onbetwist staat vast dat de vervoerder de passagier na de annulering geen alternatieve vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden en dat de passagier op eigen initiatief alternatief vervoer naar de eindbestemming heeft geboekt. De vervoerder heeft in het geheel niet gesteld of toegelicht waarom het niet mogelijk was om de passagier om te boeken naar een alternatieve vlucht naar de eindbestemming. Daarom heeft hij onvoldoende onderbouwd dat hij alle middelen heeft aangewend om alternatief vervoer beschikbaar te stellen. Dit had wel op zijn weg gelegen. De enkele stelling dat vervoer per bus of boot langer zou hebben geduurd, is daarvoor onvoldoende. Daarom heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen.

4.5.

Dit betekent dat, ook als de annulering het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, de vervoerder de passagier moet compenseren. Daarom zal de door de passagier verzochte hoofdsom worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als overigens onbetwist eveneens toewijsbaar.

4.6.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hij hiervoor kosten heeft gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

4.8.

Op verzoek van de passagier zal een certificaat als bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015, aan deze beschikking worden gehecht.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 290,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 24 augustus 2023 tot aan de dag van de betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 87,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde,

en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.