Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 25 juni 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:8583Zaaknummer 11073242 \ CV EXPL 24-2619

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
25 augustus 2025
Zaaknummer
11073242 \ CV EXPL 24-2619
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het had op de weg van de vervoerder gelegen om zijn verweer dat de passagier niet met de vlucht is meegevlogen te onderbouwen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juli 2023 tot de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 130,00;salaris gemachtigde € 164,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 Feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11073242 \ CV EXPL 24-2619

Uitspraakdatum: 25 juni 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands rechtAirHelp Germany GmbHgevestigd te Berlijn (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen: Airhelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Royal Air Maroc

gevestigd te Casablanca (Marokko)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. T. Teke

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 10 juli 2023 vervoeren van Amsterdam via Casablanca (Marokko) naar Oujda (Marokko).

2.2.

De vlucht van Amsterdam naar Casablanca (AT851, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft zijn aansluitende vlucht naar Oudja gemist.

2.3.

Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening op de akte van cessie in voldoende mate overeenkomt met de handtekening van de passagier op zijn paspoort. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp heeft overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt.

4.3.

Voor zover de vervoerder heeft aangevoerd dat Airhelp niet aan haar stelplicht heeft voldaan, wordt opgemerkt dat Airhelp in de dagvaarding het vluchtnummer (AT851) en de vluchtdatum (10 juli 2023) van de litigieuze vlucht heeft genoemd. Bij conclusie van repliek heeft Airhelp toegelicht dat de passagier is omgeboekt naar vlucht AT1402 van 11 juli 2023, waarmee hij met meer dan drie uur vertraging in Oujda is aangekomen. Daarmee heeft Airhelp het gebrek in de stelplicht (voor zover daarvan sprake was) hersteld. De vervoerder is niet in zijn procesbelang geschaad, omdat hij zelf over de PNR-gegevens van de passagier beschikt en het voorgaande dus (ook) had kunnen terugvinden in zijn eigen systemen.

4.4.

De vervoerder heeft de gestelde vertragingsduur betwist. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder met een dergelijke blote ontkenning niet kan volstaan. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om zijn verweer dat de passagier niet met de AT1402 van 11 juli 2023 is meegevlogen te onderbouwen. Dit heeft hij niet gedaan, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat de passagier – na omboeking – met meer dan drie uur vertraging op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen. De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De vordering tot betaling van de hoofdsom (en de daarover gevorderde wettelijke rente) ligt daarom voor toewijzing gereed.

4.5.

Resteert de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. Voor zover de vervoerder heeft aangevoerd dat Airhelp de claim via zijn website had moeten indienen, oordeelt de kantonrechter dat het indienen van een buitengerechtelijk verzoek tot compensatie in beginsel vormvrij is. Airhelp stelt dat zij de vervoerder via e-mail heeft aangemaand om tot betaling over te gaan (final demand). De vervoerder heeft betwist dat hij deze aanmaning heeft ontvangen. Hoewel het e-mailadres van de vervoerder waarnaar de aanmaning is verstuurd wordt beantwoord met een standaardbericht, blijkt uit de inhoud van het standaardbericht dat de mailbox wordt gelezen. Airhelp mocht er naar het oordeel van de kantontrechter daarom op vertrouwen dat de e-mail de vervoerder zou bereiken. De aanmaning is namens Airhelp en dus namens de juiste partij verstuurd. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake.

4.6.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juli 2023 tot de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 130,00;salaris gemachtigde € 164,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.