Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 4 juni 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:7948Zaaknummer 10948132 \ CV EXPL 24-1375

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
19 augustus 2025
Zaaknummer
10948132 \ CV EXPL 24-1375
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Van passagier(s) mag worden verwacht dat zij zich, ook bij vertraging, maximaal inspannen om hun aansluitende vlucht te halen, zélfs als dat op papier niet meer mogelijk lijkt. Het enkele feit dat de vervoerder de passagier reeds had omgeboekt, vormt dan ook geen geldige reden om hem de toegang tot zijn oorspronkelijke aansluitende vlucht te weigeren.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 april 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 164,00;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 4 De beoordeling
  4. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10948132 \ CV EXPL 24-1375

Uitspraakdatum: 4 juni 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats] (Duitsland)

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Air Europa Lineas Aereas S.A.

gevestigd te Baleares (Spanje), mede kantoorhoudende te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: [gemachtigde]

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 1 april 2023 vervoeren van Amsterdam via Madrid (Spanje) naar Porto (Portugal), met vluchten UX1098 en UX1143.

2.2.

De vlucht van Amsterdam naar Madrid (UX1098) is vertraagd uitgevoerd.

2.3.

De passagier is niet meegevlogen met vlucht UX1143 naar Porto. De passagier is omgeboekt naar vlucht UX1141, waarmee hij 5 uur en 2 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Porto is aangekomen.

2.4.

De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.

3.3.

De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem moet compenseren met een bedrag van € 400,- (artikel 7 van de Verordening).

3.4.

De vervoerder voert betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat vlucht UX1098 om 14:26 uur (lokale tijd) met 46 minuten vertraging in Madrid is aangekomen. Vlucht UX1143 stond gepland om 15:00 uur (lokale tijd) uit Madrid te vertrekken. Bij aankomst van vlucht UX1098 bleek echter dat ook vlucht UX1143 was vertraagd.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat passagier voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich (ondanks de vertraging van vlucht UX1098) voor vlucht UX1143 heeft gemeld en dat instappen op dat moment nog mogelijk was. Daarmee is sprake van een instapweigering. Dat betekent dat de passagier in beginsel recht heeft op compensatie, tenzij de weigering is gebaseerd op redelijke gronden. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter echter geen sprake. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.

4.4.

Van passagier(s) mag worden verwacht dat zij zich, ook bij vertraging, maximaal inspannen om hun aansluitende vlucht(en) te halen, zélfs als dat op papier niet meer mogelijk lijkt. Wanneer zij zich tijdig bij de gate melden, dient de vervoerder hen dan ook toe te laten tot de vlucht. Het enkele feit dat de vervoerder de passagier reeds had omgeboekt naar vlucht UX1141, vormt dan ook geen geldige reden om hem de toegang tot vlucht UX1143 te weigeren. De vordering tot compensatie wordt toegewezen.

4.5.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.6.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt hij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagier worden gemaakt.

4.7.

Het gevorderde certificaat wordt bij gebrek aan belang afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 april 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 164,00;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.