Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 30 april 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:7557Zaaknummer 10860806 \ CV EXPL 24-48
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 30 april 2025
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2025
- Zaaknummer
- 10860806 \ CV EXPL 24-48
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart; Tussenpersoon. Annulering. De vervoerder voert aan dat de passagier geen recht heeft op compensatie. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
5 De beslissing
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10860806 \ CV EXPL 24-48
Uitspraakdatum: 30 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de passagier geen recht heeft op compensatie. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 30 maart 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA431 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt, voor zover relevant, ingegaan bij de beoordeling.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft primair betwist dat de passagier zijn eventuele vorderingen aan AirHelp heeft overgedragen. De handtekening op de ‘assignment form’ van de passagier wijkt te veel af van die op zijn paspoort, aldus de vervoerder.
De kantonrechter is van oordeel dat AirHelp heeft bewezen dat de passagier zijn eventuele vorderingen aan AirHelp heeft overgedragen. De handtekening op de akte van cessie komen in voldoende mate overeen met de handtekening van de passagier op zijn paspoort. Hierbij neemt de kantonrechter tevens in aanmerking dat AirHelp, naast de ‘assignment form’, ook een elektronische certificaat van ondertekening, een boekingsbewijs en een kopie paspoort van de passagier heeft overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat AirHelp heeft aangetoond dat zij een vorderingsrecht heeft.
De vervoerder voert aan dat hij de passagier had omgeboekt naar vlucht BA2825. Deze vlucht zou 50 minuten voor de oorspronkelijke vlucht vertrekken en 45 minuten eerder aankomen op de eindbestemming. De passagier had zijn oorspronkelijke boeking gemaakt via een tussenpersoon, namelijk Egencia. Egencia heeft de passagier van vlucht BA2825 gehaald en omgeboekt naar een vlucht waardoor hij uiteindelijk met 4 uur en 9 minuten vertraging op de eindbestemming is aangekomen. Dit blijkt ook uit de ‘flight record’ die de vervoerder heeft overgelegd. De vertraging kan daarom niet verweten worden aan de vervoerder. AirHelp heeft dit niet betwist, waardoor dit vast is komen te staan. De kantonrechter oordeelt als volgt. Indien een vlucht wordt geannuleerd minder dan zeven dagen voor de geplande vertrektijd, dan heeft de passagier recht op bijstand. Tenzij de vervoerder een vlucht aanbiedt die niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en hem minder dan twee uur later dan de geplande aankomsttijd op de eindbestemming brengt.[_f946f12a-cc18-4a85-ad84-23acc9954e45] De kantonrechter overweegt dat de vervoerder heeft voldaan aan deze voorwaarde, waardoor de passagier geen recht heeft op compensatie. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5 De beslissing
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.