Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 23 april 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:6766Zaaknummer 10946226
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 23 april 2025
- Publicatiedatum
- 29 juli 2025
- Zaaknummer
- 10946226
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart; niet-ontvankelijk
5 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart AirHelp niet-ontvankelijk in haar vordering;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
verklaart dit vonnis – wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10946226 \ CV EXPL 24-1320
Uitspraakdatum: 23 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Egyptair Airlines Company
gevestigd te Caïro (Egypte)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. Niet is echter komen vast te staan dat de passagiers hun vermeende vorderingsrecht (geldig) aan AirHelp hebben overgedragen. AirHelp wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 3 september 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Caïro International Airport (Egypte) naar Jomo Kenyatta International Airport (Kenia), met de vluchtcombinatie MS758 en MS849.
De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de passagiers hun vorderingsrecht aan haar hebben overgedragen en dat de vervoerder haar daarom en vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.[_4ecf54e0-f657-4cd3-b00e-b31bc96b62b8]
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder voert aan dat AirHelp niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, omdat de handtekeningen op de akten van cessie teveel afwijken van de handtekeningen op de paspoorten van de passagiers. De vermeende vordering is derhalve niet rechtsgeldig aan AirHelp gecedeerd, aldus de vervoerder. AirHelp heeft, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet gereageerd op het niet-ontvankelijksheidsverweer van de vervoerder. Daarmee is niet komen vast te staan dat de passagiers hun vermeende vorderingsrecht aan AirHelp hebben overgedragen. AirHelp zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De overige verweren van de vervoerder behoeven dan ook geen bespreking meer.
De proceskosten komen voor rekening van AirHelp, omdat zij niet-ontvankelijk is in haar vordering. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken.
5 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart AirHelp niet-ontvankelijk in haar vordering;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
verklaart dit vonnis – wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.