Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Noord-Holland, 21 januari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:572Zaaknummer 11186696 BM VERZ 24-1258 NVDM
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 21 januari 2025
- Publicatiedatum
- 1 maart 2025
- Zaaknummer
- 11186696 BM VERZ 24-1258 NVDM
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek opheffing bewind toegewezen. Geen samenwerking meer mogelijk tussen betrokkene en de bewindvoerder. Voortzetting van het bewind is niet zinvol gebleken.
beslissing
De kantonrechter:
- heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 21 januari 2020 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [betrokkene];
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- stelt vast dat de beloning die de bewindvoerders eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mogen brengen (thans) € 248,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 11186696 BM VERZ 24-1258 NVDM
Uitspraakdatum: 21 januari 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
J. Vlaming en C. Staats, vennoten van Stabiel Support,
gevestigd te Alkmaar,
hierna ook te noemen: bewindvoerders,
in het bewind van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ter griffie ingekomen op 27 juni 2024;
- de e-mail van betrokkene, ter griffie ingekomen op 19 augustus 2024.
Op 16 december 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 21 januari 2020 ingestelde bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren.
De bewindvoerders stellen dat het bewind niet langer uitvoerbaar is. Er is geen constructieve samenwerking meer mogelijk met betrokkene en er is een gebrek aan wederzijds vertrouwen. Zo zijn de bewindvoerders en betrokkene het niet eens over de hoogte van de schulden en is er onenigheid over de wijze waarop de schulden zouden moeten worden opgelost. Verder geven de bewindvoerders aan dat zij niet veel meer voor betrokkene kunnen betekenen. Het dossier is stabiel en betrokkene doet geen gekke dingen. De bewindvoerders hebben er daarom vertrouwen in dat betrokkene in staat is haar financiën weer zelf te gaan beheren.
Betrokkene is het eens met het opheffingsverzoek van de bewindvoerders. Zij heeft de stellingen van de bewindvoerders bevestigd en is, net als de bewindvoerders, van mening dat zij weer in staat is om zelf haar financiën te gaan beheren.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het bewind opheffen. Hoewel nog wel sprake lijkt te zijn van problematische schulden, is de kantonrechter van oordeel dat voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken.
beslissing
De kantonrechter:
- heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 21 januari 2020 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [betrokkene];
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- stelt vast dat de beloning die de bewindvoerders eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mogen brengen (thans) € 248,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.