Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 7 januari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:5389Zaaknummer C/15/360146 / JU RK 24-1889

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
7 januari 2025
Publicatiedatum
16 mei 2025
Zaaknummer
C/15/360146 / JU RK 24-1889
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek machtiging gesloten jeugdhulp gedeeltelijk toegewezen, resterende deel aangehouden. Ondanks dat een deugdelijke instemmingsverklaring ontbreekt en de gesloten jeugdhulp niet geschikt is voor de minderjarige, is een verblijf op een andere tijdelijke plek niet wenselijk. De machtiging gesloten jeugdhulp is dan ook ter overbrugging naar een geschikte plek voor de minderjarige.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 7 januari 2025 tot 7 april 2025;

6.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 7 april 2025, waarbij de GI, de moeder, [de minderjarige] en mr. P.J. van de Pol dienen te worden opgeroepen;

6.3.

bepaalt dat de GI de kinderrechter uiterlijk één week voor de nieuwe zittingsdatum dient te informeren over de actuele stand van zaken. Indien het resterende verzoek wordt gehandhaafd, dient de GI ook een nieuwe verklaring van een gedragswetenschapper te overleggen die [de minderjarige] uitgebreid heeft gesproken en onderzocht.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2025 door mr. J. van Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.L. de Groot als griffier, en op schrift gesteld op 24 januari 2025.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/360146 / JU RK 24-1889

Datum uitspraak: 7 januari 2025

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Haaglanden,gevestigd te Den Haag,hierna te noemen de GI,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

hierna te noemen [de minderjarige],

advocaat mr. P.J. van de Pol te Haarlem.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift, met bijlagen, van de GI van 13 december 2024, ontvangen op 17 december 2024;
  • de brief van de moeder van 6 januari 2025, ontvangen op 7 januari 2025;
  • de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 6 januari 2025, ontvangen op 7 januari 2025;
  • het e-mailbericht van de moeder van 7 januari 2025.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:

  • de advocaat van [de minderjarige];
  • de moeder;

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI].

1.3.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven. [de minderjarige] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.2.

[de minderjarige] verblijft momenteel bij [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] in [plaats].

2.3.

Bij beschikking van 8 mei 2023 is [de minderjarige] door de kinderrechter van de rechtbank Den Haag voorlopig onder toezicht gesteld tot 18 mei 2023. Bij beschikking van 17 mei 2023 van de kinderrechter in deze rechtbank is [de minderjarige] voor het resterende deel voorlopig onder toezicht gesteld tot 8 augustus 2023. Bij beschikking van 7 augustus 2023 is [de minderjarige] definitief onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is vervolgens steeds verlengd en duurt nog tot 3 augustus 2025.

2.4.

Bij beschikking van 17 mei 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging verleend tot plaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 5 juni 2023. De kinderrechter heeft bij beschikking van 14 juni 2023 een machtiging in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 8 augustus 2023.

2.5.

Bij beschikking van 18 juli 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 5 augustus 2024 tot 3 augustus 2025.

2.6.

Bij beschikking van 12 september 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank

een spoedmachtiging verleend tot plaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor

jeugdhulp met ingang van 12 september 2024 voor de duur van vier weken. Bij beschikking van 24 september 2024 is de eerdere beschikking gehandhaafd en een machtiging verleend tot plaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 10 januari 2025.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden uit te spreken en het overige aan te houden.

3.2.

De GI heeft het verzoek in het verzoekschrift en ter zitting als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] wordt op dit moment nog ernstig in haar ontwikkeling bedreigd op verschillende leefgebieden, namelijk op het gebied van school, sociaal-emotioneel en omtrent haar seksuele ontwikkeling. Zij brengt zowel zichzelf als anderen in gevaar door fysieke agressie en onveilige seksuele contacten. Een gesloten setting lijkt daarom passend, maar dan alleen als er ook daadwerkelijk behandeling wordt geboden voor agressieregulatie en psycho-educatie voor de ASS-problematiek (Autisme Spectrum Stoornis). In de afgelopen drie maanden zijn er acht (agressie) incidenten geweest. De problematiek van [de minderjarige] lijkt te komen vanuit onmacht, onbegrip en door niet gehoord te worden, waarbij de miscommunicatie met de groepsbegeleiding steeds leidt tot agressie, frustratie en zelfbeschadiging. [de minderjarige] heeft hiervoor behandeling en begeleiding nodig, zodat ze hierna naar een veilige lange termijn setting kan zodat ze zich op een gezonde manier kan ontwikkelen tot zelfstandigheid. [de minderjarige] heeft het nodig om te leren omgaan met haar autisme en ADHD, maar ook met het gegeven dat niet iedereen rekening met haar houdt en dit soms tot vervelende situatie kan leiden.

De hulpverlening binnen [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] is door omstandigheden nog niet voldoende van de grond gekomen. Er was binnen [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] een tijdelijke behandelcoördinator die het niet lukte om dit rond te maken. Echter is sinds een maand de oude behandelcoördinator terug en zijn de benodigde behandelvormen aangevraagd en/of gestart. [de minderjarige] staat momenteel op de wachtlijst voor EMDR (traumatherapie) en ze is de eerstvolgende op de lijst om te starten. Er staat ook een kennismaking gepland met de behandelaar die psycho-educatie aan [de minderjarige] gaat geven. Ook zal de behandelaar starten met Brain Blocks bij [de minderjarige], dit kan vanaf de week van 16 december 2024. Het doel van Brain Blocks is dat er meer inzicht komt in eigen gevoelens en gedachtes en in die van anderen, door middel van reflectie. Daarnaast zal op 4 februari 2025 een IQ-test worden afgenomen bij [de minderjarige].

[de minderjarige] is verder door de GI aangemeld bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (hierna: CCE) zodat zij mee kunnen denken wat het beste is voor [de minderjarige] en waar ze het meest gebaat bij is. Er wordt dan een traject gestart met een coördinator van het CCE. In zo'n traject gaan één of meer CCE-consulenten met het systeem op zoek naar mogelijkheden. Daarbij werken ze nauw samen met zorgverleners, de cliënt(vertegenwoordiger) en naasten.

Daarnaast heeft de moeder [de minderjarige] aangemeld voor Yes We Can Clinics (YWC). Op 24 februari 2025 zal hiervoor een intake zijn. De machtiging gesloten jeugdhulp is nodig ter overbrugging naar een eventuele opname in YWC en/of andere alternatieven. De missie van YWC is het bieden van een zeer intensieve en kortdurende behandeling voor jongeren en hun ouders. Daarbij is het streven de thuisbasis te behouden en de verbinding met het gezinssysteem te herstellen. [de minderjarige] is hiervoor gemotiveerd. Tot slot is [de minderjarige] aan het opbouwen met nachten bij haar moeder thuis.

4 De standpunten

4.1.

De moeder is het eens dat [de minderjarige] de komende periode bij [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] verblijft ter overbrugging van haar plaatsing bij YWC. De moeder maakt echter bezwaar dat de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper [gedragswetenschapper] als grondslag wordt gebruikt. [de minderjarige] was die dag namelijk niet in staat om in gesprek te gaan met de gedragswetenschapper. De gedragswetenschapper heeft toen tegen [de minderjarige] gedreigd dat als zij niet met hem in gesprek zou gaan, zij opgesloten blijft zitten. Dit is niet hoe met een kind met autisme, ADHD en emotieregulatie problemen moet worden omgegaan.

4.2.

De advocaat van [de minderjarige] heeft ter zitting aangegeven dat zij zich aansluit bij het standpunt van de moeder, zodat [de minderjarige] ter overbrugging van een plaats bij YWC kan verblijven bij [gesloten accommodatie voor jeugdhulp].

5 De beoordeling

5.1.

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Ook dienen er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om de opgroei- en opvoedproblemen aan te pakken. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, vijfde lid, Jeugdwet behoeft het verzoek de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.

5.2.

De kinderrechter is van oordeel dat de instemmingsverklaring zoals die er nu ligt, niet gebruikt kan worden voor de beoordeling. Daarbij is het standpunt van de moeder meegewogen, maar ook dat medewerkers van de groep zouden hebben aangegeven dat het bezoek van de gedragswetenschapper niet op prettige wijze is gegaan. De moeder gaat hierover nog een klacht indienen.

Van belang is dat het op voorhand duidelijk was dat het lastig zou zijn om met [de minderjarige] in gesprek te gaan omdat zij net terug was van een vakantie met de moeder naar New York. Om die reden heeft de GI de gedragswetenschapper verzocht om in december met [de minderjarige] in gesprek te gaan, zodat de instemmingsverklaring voor de vakantie van [de minderjarige] gereed zou zijn. Kennelijk, zo begrijpt de kinderrechter van de GI, is de gedragswetenschapper dit toen vergeten en moest het op stel en sprong een dag voor de zitting gebeuren. De gedragswetenschapper verklaart hier anders over, namelijk dat hij meermalen heeft geprobeerd in gesprek te gaan met [de minderjarige], maar dat dit niet gelukt is door miscommunicatie met de groep.

Hoewel de kinderrechter niet kan vaststellen hoe het precies is verlopen, is duidelijk dat de gedragswetenschapper geen gesprek heeft kunnen voeren met [de minderjarige], haar niet heeft kunnen onderzoeken en er slechts een verklaring op basis van het dossier is afgegeven. Dat vindt de kinderrechter in dit stadium onvoldoende, te meer nu [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] geen geschikte plek lijkt te zijn voor [de minderjarige] en behandeling daar niet van de grond komt.

Hoewel dus niet aan de wettelijke vereisten is voldaan, is ter zitting duidelijk geworden dat het, gelet op de nog bestaande problematiek van [de minderjarige], niet mogelijk is dat [de minderjarige] naar huis gaat. Evenmin is er een open plek voor haar beschikbaar. Dit betekent dat het noodzakelijk is dat een machtiging in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp wordt verleend, zodat [de minderjarige] ter overbrugging bij [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] kan blijven. Ook de moeder en de GI zijn het eens om [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] als overbruggingsplek te gebruiken, hoewel dit geen geschikte plek is voor [de minderjarige]. Een andere tijdelijke plek zou voor [de minderjarige] nog slechter zijn. Gelet op het voorgaande wordt de machtiging voor drie maanden verleend en voor de overige drie maanden aangehouden. De GI dient de kinderrechter uiterlijk één week voor de nieuwe zittingsdatum te informeren over de actuele stand van zaken. Daarbij gaat de kinderrechter ervan uit dat voor de volgende zitting duidelijkheid is over een plek bij YWC, dan wel dat een advies van het CCE beschikbaar is. De GI zal hierbij beide trajecten gelijktijdig in gang moeten zetten, om te voorkomen dat er over drie maanden geen passend advies ligt. Het is schrijnend dat er al zo lang geen geschikte plek voor [de minderjarige] beschikbaar is. Mocht de GI het resterende verzoek handhaven, verwacht de kinderrechter een deugdelijke instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper die [de minderjarige] uitgebreid heeft gesproken en onderzocht.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 7 januari 2025 tot 7 april 2025;

6.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 7 april 2025, waarbij de GI, de moeder, [de minderjarige] en mr. P.J. van de Pol dienen te worden opgeroepen;

6.3.

bepaalt dat de GI de kinderrechter uiterlijk één week voor de nieuwe zittingsdatum dient te informeren over de actuele stand van zaken. Indien het resterende verzoek wordt gehandhaafd, dient de GI ook een nieuwe verklaring van een gedragswetenschapper te overleggen die [de minderjarige] uitgebreid heeft gesproken en onderzocht.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2025 door mr. J. van Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.L. de Groot als griffier, en op schrift gesteld op 24 januari 2025.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.