Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 14 mei 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:5345Zaaknummer 11329979 \ CV FORM 24-6886

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14 mei 2025
Publicatiedatum
14 juli 2025
Zaaknummer
11329979 \ CV FORM 24-6886
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. EPGV. Incident niet-ontvankelijkheid. Verzoek om AirHelp niet-ontvankelijk te verklaren vanwege een ontoereikende cessie wordt afgewezen omdat dit een inhoudelijk verweer betreft.

4 De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

4.1.

wijst de vordering af;

4.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de AirHelp tot en met vandaag worden begroot op € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van AirHelp;in de hoofdzaak:

4.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 11 juni 2025 voor het indienen van een antwoordformulier (formulier C) aan de zijde van de vervoerder;

4.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 Het geschil in het incident
  3. 3 De beoordeling in het incident
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11329979 \ CV FORM 24-6886

Uitspraakdatum: 14 mei 2025

Vonnis in het incident in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn, Duitsland

verzoekende partij in de hoofdzaak en verwerende partij in het incident

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Ryanair DAC

gevestigd te Dublin, Ierland

verwerende partij in de hoofdzaak en eisende partij in het incident

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vorderingsformulier (formulier A);

- de incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkheid;

- de conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in het incident

2.1.

De vervoerder vordert in het incident dat de kantonrechter AirHelp niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans dat de kantonrechter haar deze zal ontzeggen, met veroordeling van AirHelp in de proceskosten.

2.2.

De vervoerder legt aan zijn incidentele vordering – samengevat – het volgende ten grondslag. AirHelp stelt in de hoofdzaak dat [betrokkene] (hierna: de passagier) vertraging heeft opgelopen op een vlucht van de vervoerder. AirHelp stelt dat de passagier haar eventuele vorderingsrecht tot compensatie aan haar heeft overgedragen door middel van cessie.[_d0378157-41fb-4efa-9121-1f5ee7775622] De vervoerder betwist dit. Hij voert primair aan dat de aard van het eventuele vorderingsrecht zich daartegen verzet. Subsidiair betwist hij dat het door AirHelp overgelegde overdrachtsdocument geschikt was om de vordering over te dragen.

2.3.

AirHelp voert verweer in het incident. Op de stellingen en verweren van partijen in het incident zal hierna – voor zover van belang – nader worden ingegaan.

3 De beoordeling in het incident

3.1.

De kantonrechter overweegt dat een incident een processuele verwikkeling is die rechterlijke bemoeienis vereist, die van andere aard is dan de beslechting van materiële geschilpunten. Dit betekent dat de grens van de mogelijkheid tot het instellen van een incidentele vordering, daar is gelegen waar deze vordering niet meer een procedurele kwestie betreft, maar de afwijzing van de (hoofd)vordering bewerkstelligt.

3.2.

Gelet hierop moet de kantonrechter de incidentele vordering van de vervoerder afwijzen. Als AirHelp niet-ontvankelijk zou worden verklaard, bewerkstelligt dit namelijk de afwijzing van de hoofdvordering. Daarbij komt dat de vraag of de passagier haar eventuele vorderingsrecht (geldig) aan AirHelp heeft overgedragen, beoordeling vergt van het materiële geschil. Dit is voorbehouden aan de rechter in de hoofdzaak en is dus geen procedurele kwestie. De incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid zal daarom worden afgewezen.

3.3.

De vervoerder zal in het incident in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de proceskosten van het incident.

3.4.

De zaak zal worden verwezen naar de rol voor het indienen van een antwoordformulier (formulier C) aan de zijde van de vervoerder.

4 De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

4.1.

wijst de vordering af;

4.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de AirHelp tot en met vandaag worden begroot op € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van AirHelp;in de hoofdzaak:

4.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 11 juni 2025 voor het indienen van een antwoordformulier (formulier C) aan de zijde van de vervoerder;

4.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.