Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 19 maart 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:3223Zaaknummer 11061027 \ CV EXPL 24-1082

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
1 april 2025
Zaaknummer
11061027 \ CV EXPL 24-1082
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Reparatie motorvoertuig. Schending art. 6:230l BW.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.167,95 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 113,54;

griffierecht € 496,00;

salaris gemachtigde € 238,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 11061027 \ CV EXPL 24-1082

Uitspraakdatum: 19 maart 2025

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Gomes Schadecentrum B.V., v.h.o.d.n. S.C.B. Schade Centrum Biemond

te Aalsmeer

de eisende partij

gemachtigde: De Best & Partners B.V.

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 3.959,94, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten

2.2.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.[_80361bc9-2fc0-44db-8921-918a8d7d3dee]

2.3.

De eisende partij heeft nagelaten een toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst. Ook heeft zij niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Normaliter wordt de vordering dan geheel afgewezen. Gezien het feit dat er ook mondeling aan de informatieplicht van artikel 6:230l BW kan zijn voldaan en omdat het een oude vordering betreft, past de kantonrechter slechts een sanctie toe.[_6bffe1dc-7137-4ca1-912b-81c9e9dfb2b9] De overeenkomst wordt gedeeltelijk vernietigd, te weten voor 20% van de door de gedaagde partij oorspronkelijk verschuldigde hoofdsom. Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 3.167,95 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 3.959,94 x 0.8).

Indien de eisende partij in de toekomst niet voldoet aan haar stelplicht, wordt haar vordering voor een groter deel of geheel afgewezen.

Rente

2.4.

De eisende partij heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd. Zij heeft echter niet gespecificeerd over welke periode deze rente is berekend en waarom. De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen of er een grondslag voor deze vordering bestaat.

2.5.

Voor zover de eisende partij stelt dat de gedaagde partij in verzuim is geraakt na het verstrijken van de betalingstermijn zoals vermeld op de overgelegde factuur geldt het volgende.

2.6.

Een betaaltermijn op een factuur is op zichzelf geen fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef en onder a BW. Daarvoor is in beginsel een voor nakoming overeengekomen termijn vereist. Uit het lichaam van de dagvaarding blijkt niet dat partijen de betalingstermijn zijn overeengekomen, zodat de gedaagde partij niet na het verstrijken van deze betalingstermijn in verzuim is geraakt.

2.7.

Uit de dagvaarding blijkt dat de eisende partij de gedaagde partij nog verschillende ingebrekestellingen heeft gestuurd. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het moment dat de in de laatste ingebrekestelling gestelde betalingstermijn is verstreken, omdat vast staat dat de gedaagde partij in ieder geval vanaf dat moment in verzuim verkeert.

Buitengerechtelijke kosten

2.8.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat een aanmaningsbrief conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW is gestuurd. Hiervoor geldt immers dat eerst het verzuim moet zijn ingetreden. Niet is gebleken (zie hiervoor 2.5-2.6) dat dat al voor 4 januari 2024 het geval was en de aanmaningen van 25 januari 2024 en 1 februari 2024 voldoen evenmin omdat de daarin genoemde termijn te kort is.

Conclusie en proceskosten

2.5.

De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.

2.6.

De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.167,95 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 113,54;

griffierecht € 496,00;

salaris gemachtigde € 238,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.