Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 19 maart 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:2947Zaaknummer 11185337 CV EXPL 24-4525

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
20 maart 2025
Zaaknummer
11185337 CV EXPL 24-4525
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eindvonnis na akte. De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Het bik-beding is oneerlijk en wordt vernietigd, zodat de gevorderde bik worden afgewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 54,56, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 49,99 vanaf 14 juni 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 137,39

griffierecht € 130,00

salaris gemachtigde € 40,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11185337 CV EXPL 24-4525

Uitspraakdatum: 19 maart 2025

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Capaccs Invest B.V. inzake Ladies Night Nederland B.V.

te Eindhoven

de eisende partij

gemachtigde: ACCS Incasso

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 22 januari 2025 (hierna: het tussenvonnis) is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om het incassobeding van de toepasselijke algemene voorwaarden[_a5df2644-11ea-4cf3-bd17-6567a1580077] te vernietigen. Hieraan heeft de eisende partij uitvoering gegeven bij akte van 19 februari 2025 (hierna: de akte).

2 De verdere beoordeling

Incassobeding

2.1.

In de akte heeft de eisende partij gesteld dat ten aanzien van de incassokosten niet naar de algemene voorwaarden van Ladies Night gekeken dient te worden, omdat de vordering middels cessie juridisch in eigendom is overgedragen aan de eisende partij. De eisende partij hanteert geen algemene voorwaarden, zodat de wettelijke bepalingen van toepassing zijn.

2.2.

De kantonrechter volgt deze stellingen niet en overweegt daartoe als volgt. Aan de onderhavige vordering ligt de tussen de gedaagde partij en de rechtsvoorganger van de eisende partij, Ladies Night Nederlands B.V. (hierna: Ladies Night), gesloten overeenkomst ten grondslag. Ladies Night heeft de vordering op de gedaagde partij gecedeerd aan de eisende partij. Dit heeft tot gevolg gehad dat ook de op de overeenkomst tussen Ladies Night en de gedaagde partij van toepassing verklaarde algemene voorwaarden (van Ladies Night) door de eisende partij zijn overgenomen. Daardoor zijn (nog steeds) de door Ladies Night gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing op de onderhavige overeenkomst. Daarom moet de kantonrechter deze algemene algemene voorwaarden ambtshalve toetsen op (on)eerlijkheid.[_aad9deb1-3a48-4208-8fc3-67d9d2b4c12c]

2.3.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen: het incassobeding van artikel 5.6 van de toepasselijke algemene voorwaarden is oneerlijk. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd en geen hogere incassokosten vordert dan wettelijk is toegestaan, doet aan de oneerlijkheid van de (combinatie van de) incassobedingen namelijk niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. Het gaat erom dat met het incassobeding de mogelijkheid is gecreëerd om de gedaagde partij te belasten met (veel) hogere kosten dan wettelijk is toegestaan.

Conclusie en proceskosten

2.4.

Voor het overige blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Dat betekent dat de gevorderde hoofdsom en wettelijke rente worden toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

2.5.

De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de akte komen echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat deze genomen moest worden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 54,56, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 49,99 vanaf 14 juni 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 137,39

griffierecht € 130,00

salaris gemachtigde € 40,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.