Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Noord-Holland, 17 maart 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:2732Zaaknummer 24/5068

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17 maart 2025
Publicatiedatum
26 maart 2025
Zaaknummer
24/5068
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opposant heeft opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar door de Dienst Toeslagen. De rechtbank het beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder aan opposant een dwangsom van € 50 moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Opposant heeft verzet ingesteld tegen de hoogte van de dwangsom. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van

S. Spaan, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [opposant] , wonende te [woonplaats] , opposant
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 24/5068

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 op het verzet van

[opposant] , wonende te [woonplaats] , opposant

(gemachtigde: mr. P.F.M. Deijkers).

Procesverloop

Opposant heeft een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door Dienst Toeslagen (verweerder) op het bezwaar tegen het besluit van 1 maart 2023.

Bij uitspraak van 17 oktober 2024 deze rechtbank het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen twaalf weken vanaf 2 september 2024 alsnog een beslissing te nemen op het bezwaarschrift. De rechtbank heeft bepaald dat verweerder aan opposant een dwangsom van € 50 moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000.

Op 27 november 2024 heeft opposante verzet ingesteld met het verzoek om gehoord te worden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2025 te Haarlem. Namens opposant is zijn gemachtigde verschenen. Namens verweerder is verschenen mr. [naam].

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond geacht en verweerder opgedragen binnen twaalf weken vanaf 2 september 2024 een besluit op het bezwaar te nemen. Mocht verweerder de hiervoor genoemde termijn overschrijden, is hij een dwangsom van € 50 per dag verschuldigd met een maximum van € 15.000.

2. Opposant verzet zich tegen de hoogte van de bepaalde dwangsom. Opposant heeft in zijn verzetschrift aangevoerd dat de rechtbank onnodig van het landelijke beleid is afgeweken, en dat het onduidelijk is welke versnellingsmaatregelen er zijn genomen door verweerder. Opposant stelt dat hij al een lange tijd op zijn beoordeling wacht en van geen enkele versnellingsmaatregel kennis heeft genomen. Opposant stelt dat het afwijken van het landelijke beleid grote gevolgen heeft voor zijn zaak. Het toekennen van een dwangsom van € 50 leidt er volgens opposant toe dat verweerder tot twee keer langer heeft gekregen om te beslissen omdat het 300 dagen duurt voordat het maximum van € 15.000 is bereikt. Indien een dwangsom van € 100 per dag wordt toegekend, duurt het 150 dagen voordat dit maximum is bereikt. Er kan volgens opposant getwijfeld worden aan de prikkelwerking van deze verlaging van de dwangsom. Voorts stelt opposant dat de rechtbank door de hoogte van de dwangsom aan te passen afwijkt van haar eigen standpunt dat een verandering in de dwangsomregeling aan de wetgever is en het buiten beschouwing laten van de dwangsomregeling niet aan de rechtbank is. Volgens opposant zorgt de rechtbank niet voor de vereiste rechtsbescherming.

3. Opposant heeft ter zitting hieraan toegevoegd dat hij het beleid van de rechtbanken niet begrijpt omdat alle rechtbanken anders oordelen en de advocaat daardoor niet weet waar hij aan toe is. Volgens opposant heeft verweerder over zichzelf afgeroepen dat het afdoeningsproces niet goed loopt omdat er een systeem is opgetuigd dat verweerder niet kan sturen. Opposant stelt dat de dwangsom een echte prikkel moet zijn om op tijd te beslissen en dat dat hierin niet het geval is. Voorts stelt opposant dat alle rechtbanken zich aan hetzelfde beleid moeten houden omdat er op die manier druk komt op het financiële systeem.

4. Verweerder voert ter zitting aan dat er geen weigerachtigheid is aan de kant van het bestuursorgaan maar dat het simpelweg niet lukt om tijdig te beslissen, omdat de toestroom van zaken te hoog is. Verweerder is met opposant van mening dat er een oplossing moet komen maar deze is volgens verweerder niet gelegen in het toekennen van een hogere dwangsom maar juist in het toekennen van een langere beslistermijn. De rechtbank heeft dan de vrijheid om hieraan een dwangsom te koppelen.

5. De rechtbank volgt opposant niet in zijn betoog. Het landelijke beleid van de rechtbanken vermeldt expliciet dat in concrete gevallen aanleiding kan bestaan af te wijken van de vastgestelde beleidsregels. Dat daarbij is vermeld dat bijvoorbeeld bij een zeer groot belang afwijking mogelijk is, laat onverlet dat ook in andere gevallen gebruik kan worden gemaakt van de geboden mogelijkheid tot afwijken. De rechtbank kon en mocht daarom afwijken van de regels van het beleid. Dat opposant zich niet kan vinden in de daarbij door de rechtbank gegeven motivering, doet daaraan niet af.

6. Uit het voorgaande volgt dat het verzet ongegrond verklaard moet worden. Dit betekent dat de uitspraak van de rechtbank van 17 oktober 2024 in stand blijft.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van

S. Spaan, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.