Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 19 februari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:1765Zaaknummer 11340118

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19 februari 2025
Publicatiedatum
17 maart 2025
Zaaknummer
11340118
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart; EPGV; opgelegde beperking door de luchtverkeersleiding; beroep op buitengewone omstandigheden slaagt

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde;

en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking;

5.3.

verklaart deze beschikking – voor wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11340118 \ CV FORM 24-7100

Uitspraakdatum: 19 februari 2025

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker], wonende te [plaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Société Air France,

gevestigd te Roissy (Frankrijk)

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)

De zaak in het kort

De passagier heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie verzocht voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een opgelegde beperking door de luchtverkeersleiding. Het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. Daarnaast heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen om de vertraging te beperken. Het verzoek van de passagier wordt daarom afgewezen.

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 4 oktober 2024;
  • het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 9 januari 2025.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 18 oktober 2022 moest vervoeren van Changi Airport (Singapore) naar Charles de Gaulle Airport (Parijs, Frankrijk) en op 19 oktober 2022 van Parijs naar Amsterdam-Schiphol Airport, met de vluchtcombinatie AF257 en AF1240.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht AF257 van Changi naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.

3.2.

De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00.[_29a04a5b-b99f-4b7b-bb5a-ee7fabca0211]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.[_03398b3f-1b34-41b7-9336-983d73ae0d9f]

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de vlucht met 36 minuten vertraging is uitgevoerd door een opgelegde beperking door de luchtverkeersleiding, namelijk een latere tijd waarop het toestel mocht opstijgen. Een dergelijke vertraging is een omstandigheid die niet inherent is aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.

4.4.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om (de vertraging als gevolg van) de buitengewone omstandigheid te voorkomen. De vervoerder stelt dat hij de vlucht alsnog zo snel mogelijk heeft uitgevoerd en de passagier heeft omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder daarmee voldoende heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te beperken. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. Het verzoek van de passagier zal daarom worden afgewezen.

4.5.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde;

en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking;

5.3.

verklaart deze beschikking – voor wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.