Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 28 november 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:16295Zaaknummer C/15/341313 / FA RK 23-2970

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2026
Zaaknummer
C/15/341313 / FA RK 23-2970
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Definitieve zorgregeling vastgesteld. Niet is gebleken dat de vader niet in staat is om goed aan te sluiten bij behoeften van de minderjarige en niet is gebleken dat uitbreiding van de omgang in strijd is met de belangen van de minderjarige. Als uitgangspunt dient te worden genomen dat de ouders, die samen belast zijn met het gezag, een gelijkwaardige opvoedrol moeten spelen in het leven van de minderjarige.

De rechtbank:

3.1.

stelt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt vast:

de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente], verblijft bij de vader:

- de ene week woensdagmiddag na school t/m maandagochtend voor school.

De vader haalt [de minderjarige] woensdag van school en brengt hem maandag naar school;

- de andere week van woensdagmiddag na school tot vrijdagochtend voor school. De vader haalt [de minderjarige] op woensdag van school en brengt hem vrijdagochtend naar school;

- indien er geen school is (bijvoorbeeld vanwege een studiedag of ziekte minderjarige) dan begint de regeling 09.00 uur en haalt vader [de minderjarige] bij moeder of brengt moeder [de minderjarige] bij vader (in overleg);

3.2.

stelt de volgende regeling vast voor vakanties en feestdagen voor de hiervoor

genoemde minderjarige:

- vakantie van een week: bij helfte verdelen en aansluiten bij de reguliere

zorgregeling (die afhankelijk van de week waarin de vakantie valt moet

worden uitgebreid);

- meivakantie:

o even jaren: eerste week bij de moeder, de tweede week bij de vader;

o oneven jaren: eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;

- zomervakantie: volgens een schema van 1-2-2-1 bij iedere ouder:

o even jaren: te beginnen bij de moeder;

o oneven jaren: te beginnen bij de vader;

- Kerstvakantie:

o even jaren: eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader;

o oneven jaren: eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;

- verjaardag [de minderjarige]: conform reguliere zorgregeling, viering in onderling overleg;

- eerste en tweede Paasdag, Goede Vrijdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag, Koningsdag: conform reguliere zorgregeling;

- Sinterklaas 5 december: conform reguliere zorgregeling. Viering in onderling overleg;

- de vakanties en feestdagen vangen aan op maandag om 09:00 uur;

3.3.

bepaalt dat partijen elkaar schriftelijk over en weer informeren over gewichtige aangelegenheden die de persoon en het vermogen van de minderjarige betreffen zoals in ieder geval maar niet uitsluitend medische controles, behandelingen en ingrepen, deelname aan schoolse en buitenschoolse activiteiten. Voor wat betreft de dagelijkse zorg in de beide thuissituaties (zoals voor gedrag, eten, slapen en activiteiten thuis) wordt door partijen een overdrachtsdocument gehanteerd;

3.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van S.M.J. Boon als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Haarlem

zorgregeling, informatie- en consultatieregeling

zaak-/rekestnr.: C/15/341313 / FA RK 23-2970

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 28 november 2025

in de zaak van:

[de vader],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. A.E. Sieswerda, kantoorhoudende te Heemstede,

tegen

[de moeder],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. N. Nuwenhoud, kantoorhoudende te Haarlem,

--betreffende de minderjarige--

[de minderjarige],

geboren op [geboortedatum] te [plaats],

hierna mede te noemen: [de minderjarige].

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de beschikking van deze rechtbank van 29 februari 2024 en de daarin genoemde stukken;

- de beschikking van deze rechtbank van 20 maart 2025 en de daarin genoemde stukken;

- de brief van de advocaat van de moeder, met bijlagen, van 30 september 2025;

- de brief van de advocaat van de vader, waaronder een wijziging van zijn oorspronkelijke verzoek, van 30 september 2025;

- de brief van de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, met bijlagen, van 1 oktober 2025, ingekomen op 2 oktober 2025;

- de brief van de advocaat van de moeder, met als bijlagen producties 17,18 en 19, van 27 oktober 2025.

1.2.

De voortgezette behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 oktober 2025 in aanwezigheid van partijen en hun advocaten. Tevens waren ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI], namens de GI.

1.3.

Gelijktijdig met dit verzoek is het verzoek om de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen behandeld, bij de rechtbank bekend onder het zaaknummer C/15/370149 / JU RK 25/1367. In die zaak is de ondertoezichtstelling verlengd tot 6 november 2026.

2 De verdere beoordeling

Beschikking 20 maart 2025

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 20 maart 2025 is in het belang van [de minderjarige] de verdeling van de zorg- en opvoedtaken (hierna: zorgregeling) met de vader (stapsgewijs) uitgebreid, waarbij de door de Raad geadviseerde opbouw en dagen en tijdstippen zijn overgenomen. Totdat nader wordt beslist, is de volgende tijdelijke zorgverdeling vastgesteld waarbij [de minderjarige] bij de vader verblijft:

- de eerste maand: iedere week van donderdagmiddag na school tot en met

vrijdagochtend voor school. De vader haalt en brengt [de minderjarige] bij school.

- de tweede maand: de ene week van donderdagmiddag na school tot en met zaterdagochtend en de andere week van woensdagmiddag na school tot en met vrijdagochtend voor school en zo door. De vader haalt en brengt bij school. Op zaterdagochtend wordt [de minderjarige] door de vader bij de moeder gebracht.

- vanaf de derde maand: om de week vanaf donderdagmiddag na school tot en met maandagochtend voor school. De vader haalt en brengt. De andere weken vanaf woensdagmiddag na school tot en met vrijdagochtend voor school. De vader haalt en brengt.

De beslissing over de definitieve zorgregeling – waaronder ook de verdeling van de vakanties en feestdagen – is PRO FORMA aangehouden tot 1 oktober 2025, waarbij is bepaald dat de GI en de advocaten van partijen de rechtbank uiterlijk 1 oktober 2025 informeren over het verloop van de tijdelijke (opbouwende) zorgregeling.

Verzoeken/standpunt vader

2.2.

De vader heeft bij brief van 30 september 2025 laten weten dat hij het primair in het belang van de [de minderjarige] acht dat hij wordt verzorgd en opgevoed door beide ouders. De onderlinge verschillen tussen de ouders in de wijze van communiceren doen er niet aan af dat [de minderjarige] de zorgregeling goed aankan. Ongeacht of de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] wordt verlengd, meent de vader dat in het belang van [de minderjarige] een definitieve zorgregeling moet worden vastgesteld. Gelet op de huidige feiten en omstandigheden wenst de vader zijn oorspronkelijke verzoek aan te passen voor wat betreft de zorgregeling. De vader verzoekt nu:

1. te bepalen dat [de minderjarige] bij vader verblijft:

 de ene week woensdagmiddag na school t/m maandagochtend voor school.

Vader haalt [de minderjarige] woensdag van school, brengt en haalt hem donderdag en vrijdag van en naar school en brengt hem maandag naar school;

 de andere week van woensdagmiddag na school tot vrijdagochtend voor school.

Vader haalt [de minderjarige] op woensdag van school en brengt en haalt hem op

donderdag en brengt hem vrijdagochtend naar school;

 indien er geen school is dan begint de regeling 09.00 uur en haalt vader [de minderjarige] bij moeder of brengt moeder [de minderjarige] bij vader (in overleg).

2. te bepalen dat de vakanties en feestdagen als volgt worden verdeeld:

• vakantie van een week: bij helfte verdelen en aansluiten bij zorgregeling (die

afhankelijk van de week waarin de vakantie valt moet worden uitgebreid);

• meivakantie, verdelen bij helfte:

o In de even jaren verblijft [de minderjarige] de eerste week bij moeder en de tweede week bij vader;

o In de oneven jaren verblijft [de minderjarige] de eerste week bij vader en de tweede

week bij moeder;

• zomervakantie, verdelen bij helfte: [de minderjarige] verblijft volgens een schema van 1-2-2-1 bij iedere ouder, in de even jaren te beginnen bij moeder en in de oneven jaren te beginnen bij vader;

• indien de in deze te wijzen beschikking voor kerst 2025 zal worden gewezen:

Kerstvakantie

• in de even jaren verblijft [de minderjarige] de eerste week bij moeder en de

tweede week bij vader;

• in de oneven jaren verblijft [de minderjarige] de eerste week bij vader en de

tweede week bij moeder;

 indien de in deze te wijzen beschikking na kerst 2025 zal worden gewezen:

Kerstvakantie

 in de even jaren verblijft [de minderjarige] de eerste week bij vader en de tweede week bij moeder;

 in de oneven jaren verblijft [de minderjarige] de eerste week bij moeder en de tweede week bij vader;

 verjaardag [de minderjarige]: conform zorgregeling, viering in onderling overleg;

 eerste en tweede Paasdag, Goede Vrijdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag, Koningsdag: conform zorgregeling;

 Sinterklaas 5 december: conform omgangsregeling. Viering in onderling overleg;

 te bepalen dat bij de vakantieregeling de dag om 09:00 uur aanvangt.

Daarnaast handhaaft de vader zijn verzoek om een informatie- en consultatieregeling vast te stellen en licht toe dat dit verzoek is gebaseerd op 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Verweer/verzoek moeder

2.3.

De moeder heeft zowel bij brief van 30 september 2025 als ter zitting verzocht een definitieve regeling vast te stellen. De moeder is echter van mening dat een co-ouderschapsregeling, waarbij [de minderjarige] in een tweewekelijks schema twee of meer nachten bij zijn vader is, niet werkt voor [de minderjarige]. Vanaf het moment dat de zorgregeling werd uitgebreid, kwam [de minderjarige] uitgeput thuis. De moeder merkt dat het voor [de minderjarige] verwarrend en onrustig is dat er volgens een tweewekelijks schema gewerkt wordt, waarbij er dus geen vaste dagen in de week zijn dat hij bij de ene of de andere ouder verblijft. Voor [de minderjarige] is het nooit duidelijk of hij na school naar zijn vader of moeder gaat. Daarbij komt dat iedere keer dat [de minderjarige] terug komt van zijn vader, hij ongeveer vier dagen nodig heeft om weer in zijn ritme te komen. De eet-, slaap-, en gedragsproblemen zijn niet alleen voor [de minderjarige] belastend, maar ook voor de moeder. In de dagen na thuiskomst is de zorg voor [de minderjarige] extra intensief. Gezien de ervaringen van de afgelopen maanden blijft de moeder bij haar eerdere standpunt dat een uitgebreide zorgregeling niet haalbaar is.

2.4.

Gebleken is dat de zorgregeling van de eerste maand wel goed werkte voor [de minderjarige]. De moeder verzoekt daarom om een zorgregeling vast te stellen die gelijk is aan die van de eerste maand. Zij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat [de minderjarige] vanwege zijn autisme gebaat is bij zoveel mogelijk voorspelbaarheid en routine. Bij [de minderjarige] speelt daarbij dat zijn ontwikkeling belemmerd wordt als hij teveel aan prikkels wordt blootgesteld. De moeder stelt dat de vader alsnog geregeld ervoor kiest om zijn eigen routines te volgen. Zo houdt hij zich volgens de moeder niet aan het medisch dieet, laat [de minderjarige] in zijn bed liggen in plaats van in zijn eigen bed en doet hij [de minderjarige] in bad in plaats van onder de douche. Waar [de minderjarige] volgens de moeder het meest last van heeft, is dat de vader hem overvraagt, over zijn grenzen gaat. De vader en de moeder hanteren een verschillende aanpak, maar [de minderjarige] kan nog steeds niet tot rust komen bij de vader. Tot slot heeft de moeder aangevoerd dat tot nu toe niemand met haar heeft meegekeken naar het gedrag van [de minderjarige] als hij terugkomt van zijn vader en is er geen enkel onderzoek gedaan naar de belastbaarheid van [de minderjarige], terwijl dit punt de ouders al jaren zo verdeeld houdt. Zolang de vader niet aansluit op de specifieke zorgbehoefte en aandoeningen van [de minderjarige], en [de minderjarige] oververmoeid van hem terugkomt, is de moeder van mening dat de door haar verzochte zorgregeling het meest passend is.

2.5.

Gezien het voorgaande verzoekt de moeder een zorgregeling vast te leggen waarbij [de minderjarige] bij de vader is:

- wekelijks van donderdagmiddag uit school tot en met vrijdagochtend naar school, waarbij vader [de minderjarige] van school haalt en naar school brengt;

- tijdens schoolvakanties van een week: van donderdagochtend 9.00 uur tot

vrijdagmiddag tot 15.00 uur;

- in schoolvakanties van twee weken: alleen de eerste week van donderdagochtend 9.00 uur tot vrijdagmiddag 15.00 uur;

- in de zomervakantie de eerste drie weken van donderdagochtend 9.00 uur tot vrijdagmiddag 15.00 uur, waarbij moeder [de minderjarige] naar vader brengt en vader [de minderjarige] naar moeder brengt.

De moeder staat er daarnaast voor open dat [de minderjarige] digitaal contact heeft met de vader, zoals whatsappen met pictogrammen, spelletjes (multiplayer) en beeldbellen, op initiatief van [de minderjarige].

Visie GI

2.6.

De GI heeft in haar brief van 1 oktober 2025 een terugkoppeling gegeven over het verloop van de zorgregeling van de afgelopen maanden. De school heeft geen opvallende veranderingen in het functioneren van [de minderjarige] waargenomen. Hoewel hij soms wat moe oogt, komt dit voor zowel na verblijf bij de moeder als bij de vader. De school wordt hierin als neutrale plek gezien en heeft geen zorgen over het welzijn en de ontwikkeling van [de minderjarige] doorgegeven. Nu de GI vanuit school geen signalen heeft ontvangen dat [de minderjarige] moeite heeft met de zorgregeling die is opgebouwd conform de beschikking van 20 maart 2025, acht de GI een 50/50 zorgregeling passend. De hierna voorgestelde zorg- en vakantieregeling geeft meer duidelijkheid en stabiliteit voor [de minderjarige]. De afspraken rondom medische zorg en het aangepaste overdrachtsdocument zorgen ervoor dat de communicatie tussen ouders beperkt blijft en [de minderjarige] rust en structuur ervaart. De GI stelt de volgende regeling voor:

a. Reguliere weken

 [de minderjarige] verblijft van maandagochtend tot en met maandagochtend bij de ene ouder en de week erna bij de andere ouder;

 de overdracht vindt plaats op maandagmiddag na school, zodat deze via school verloopt;

b. Vakantie-indeling

 tijdens kortere vakanties (zoals herfst- en kerstvakantie) blijft de normale omgangsregeling gelden, met overdracht om 12:00 uur op overdrachtsdagen;

 tijdens langere vakanties (zoals de zomervakantie van zes weken) verblijft [de minderjarige] drie aaneengesloten weken bij de ene ouder en aansluitend drie weken bij de andere ouder. Dit vermindert het aantal wisselmomenten en maakt het mogelijk dat ouders een volledige vakantie met [de minderjarige] doorbrengen.

c. Gezondheid en afspraken

De GI vindt het belangrijk dat beide ouders evenredig betrokken zijn bij afspraken die betrekking hebben op de gezondheid van [de minderjarige], zoals ziekenhuisbezoeken of medische consulten. Om dit te waarborgen:

 ouders sluiten afwisselend aan bij deze afspraken;

 de ouder die verantwoordelijk is voor de afspraak, plant deze zelf in. Zo wordt voorkomen dat een afspraak op een ongeschikt moment plaatsvindt.

d. Overdrachtsdocument

Totdat de opvoedondersteuning en het Parallel Solo Ouderschap (hierna: PSO) van start gaan, blijft de GI werken met de huidige overdrachtsmomenten. Wel wordt het overdrachtsdocument aangepast, zodat verdere communicatie tussen ouders niet nodig is. De aanpassingen:

 een vast tijdstip waarop het document verstuurd moet worden;

 het opnemen van contactgegevens van alle betrokkenen rondom [de minderjarige], zodat beide ouders dezelfde informatie hebben;

 het vastleggen van afspraken met externe partijen (zoals het ziekenhuis) en een korte weergave van wat besproken is;

 het uitbreiden van het document met aanvullende informatie, zoals [de minderjarige] gedrag, eten, slapen en activiteiten.

Deze aangepaste werkwijze zal tijdens het evaluatiegesprek in oktober met ouders worden besproken.

2.7.

Namens de GI is ter zitting toegelicht dat de week op week af zorgregeling intern is besproken met en geadviseerd door de gedragswetenschapper. Omdat [de minderjarige] juist gebaat is bij structuur heeft de voorgestelde zorgregeling voor de reguliere weken minder wisselingen. De GI wil nog wel onderzoek doen naar de door de moeder gestelde meltdowns. In het kader van de ondertoezichtstelling wordt gewerkt aan het vormgegeven van ouderschap op afstand (PSO), er zal opvoedondersteuning geboden gaan worden in beide thuissituaties en psycho educatie aan de ouders. Daarnaast zal ook gewerkt gaan worden aan de verstandhouding en onderlinge communicatie, maar het is niet de verwachting dat dat een positieve effect zal hebben. Bij de GI is overigens geen enkele melding van de moeder bekend dat [de minderjarige] het moeilijk heeft na de omgang met de vader, ook niet in het overdrachtsdocument.

Overwegingen rechtbank zorgregeling

2.8.

De rechtbank zal de reguliere zorgregeling en vakantieregeling zoals verzocht door de vader definitief vaststellen[_15ddaa09-42f0-4a6b-ad50-6c3f0bb0bd46] en legt hieronder uit waarom.

2.9.

Sinds partijen uit elkaar zijn gegaan begin 2020 is er strijd en worden procedures gevoerd over welke zorgregeling passend en geboden is voor [de minderjarige]. Daarbij zijn zowel in het vrijwillig als in het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling interventies gepleegd door hulpverleningsinstanties en de GI om een betere/ruimere omgang te realiseren tussen de vader en [de minderjarige] en tot een betere verstandhouding te komen tussen de ouders. De omgang tussen de vader en [de minderjarige] is tot de beschikking van 20 maart 2025 zeer beperkt geweest, terwijl de vader sinds het verbreken van de relatie heeft aangegeven dat hij een grotere rol in het leven van [de minderjarige] wenst. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft op verzoek van de rechtbank uitgebreid onderzoek gedaan naar welke zorgregeling in het belang van [de minderjarige] is en welke hulpverlening de ouders nodig hebben ter verbetering van hun verstandhouding en communicatie en ter bevordering van de gezamenlijke uitvoering van de zorg voor [de minderjarige]. De Raad heeft daartoe onder meer de therapeuten van [school] (school van [de minderjarige]) geraadpleegd. In het rapport van 24 september 2024 is de Raad tot de conclusie gekomen dat het in belang van [de minderjarige] is dat hij zijn vader meer kan zien dan destijds (eind september 2024) het geval was en de vader een substantieel deel van het leven van [de minderjarige] kan uitmaken. Door de Raad is daartoe een uitgebreidere zorgregeling voorgesteld die stapsgewijs wordt opgebouwd. Die opbouw met drie stappen is in het afgelopen half jaar gerealiseerd conform de beschikking van de rechtbank van 20 maart 2025. Daarbij is ook vastgesteld door de Raad dat op dat moment geen mogelijkheid meer werd gezien om de onderlinge communicatie tussen de ouders te verbeteren. Bemiddeling door professionals heeft in afgelopen jaren immers geen positief resultaat gehad. Na vele jaren van strijd is het volgens de Raad goed dat de ouders de komende paar jaar meer afstand van elkaar nemen.

2.10.

Voorafgaand aan de opbouw, nog tijdens het Raadsonderzoek, is door [school] gemeld dat [de minderjarige] in het begin van de week geen ander gedrag laat zien op school dan aan het einde van de week, als hij op vrijdag en zaterdag bij zijn vader is geweest. De GI geeft aan dat er vanuit de school ( [school]) de afgelopen periode (sinds de gefaseerde opbouw) ook geen opvallende veranderingen in het functioneren of welzijn van [de minderjarige] zijn waargenomen na de omgang met de vader. In het door de moeder overgelegde recente ontwikkelingsperspectiefplan blijkt verder ook niet dat [de minderjarige] zijn ontwikkeling is gestagneerd en dat er zorgen zijn over zijn welzijn die teruggevoerd kunnen worden naar de verruiming in de omgang met de vader. De moeder stelt dat verruiming van de omgang wel degelijk negatieve invloed heeft op de ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige]. Zo zou hij volgens de moeder sneller overprikkeld zijn en gedragsproblemen, huilbuien en eet- en slaapproblemen vertonen na de omgang met de vader. Vooral na de tweede stap en derde stap was dit aan de orde, aldus de moeder. De rechtbank vindt het opvallend dat [de minderjarige] dit gestelde gedrag en deze gestelde problemen alleen bij de moeder laat zien en niet op school, terwijl hij direct na de omgang met de vader naar school gaat. Daarbij valt ook op dat de moeder van dit onrustige gedrag van [de minderjarige] geen enkele melding heeft gemaakt naar de GI in de overdrachtsdocumenten, terwijl daarin uitgebreid wordt opgenomen hoe het thuis bij haar gaat. De rechtbank is bij deze stand van zaken van oordeel dat er onvoldoende aanwijzingen voor zijn dat de uitbreiding een negatieve invloed heeft op [de minderjarige]. De rechtbank ziet daarnaast een betrokken vader die heel erg zijn best doet, net als de moeder. 2.11. Niet is gebleken dat de vader niet in staat is om goed aan te sluiten bij behoeften van [de minderjarige]. Overigens is niet gebleken dat uitbreiding van de omgang in strijd is met de belangen van [de minderjarige]. Gelet op al het voorgaande dient als uitgangspunt te worden genomen dat de ouders, die samen belast zijn met het gezag, een gelijkwaardige opvoedrol moeten spelen in het leven van [de minderjarige]. De opbouw van de zorgregeling in de derde fase lijkt gelet op wat hiervoor is overwogen passend te zijn voor [de minderjarige]. De rechtbank zal dat dan ook als uitgangspunt nemen en de extra dag zoals verzocht door de vader daaraan toevoegen. Deze zorgregeling voor de reguliere weken is haalbaar voor de vader en doet recht aan een situatie van gelijkwaardigheid.

2.12.

Nu gelijkwaardig ouderschap als uitgangspunt dient te gelden, ziet de rechtbank ook aanleiding om de regeling voor de vakanties en feestdagen vast te stellen zoals verzocht door de vader. Daarbij zal de rechtbank om onduidelijkheid te voorkomen bepalen dat de vakanties starten op maandag om 09:00 uur.

2.13.

Hoewel er enerzijds nog interventies gepleegd zullen moeten worden, waarbij ook aandacht zal zijn voor diagnostiek bij [de minderjarige], is de rechtbank van oordeel dat het na vijf jaar strijd en discussies in het belang van [de minderjarige] en partijen is dat er duidelijkheid komt voor wat betreft de zorgregeling. De rechtbank spreekt de hoop uit dat door het vaststellen van een definitieve zorgregeling, meer rust ontstaat om te werken aan de doelen van de ondertoezichtstelling. In het kader van de ondertoezichtstelling zal ook blijvend aandacht zijn voor de uitvoering van de zorgregeling en het welzijn en de ontwikkeling van [de minderjarige].

2.14.

Het ligt nu op de weg van de ouders om hun verantwoordelijkheid te nemen en [de minderjarige] in staat te stellen contact te hebben met beide ouders. Daarvoor is ook van belang dat de spanningen die de ouders onderling voelen, worden weggehouden bij [de minderjarige] zodat hij niet wordt beïnvloed door negativiteit van de ene ouder naar de andere ouder. Volgens [school] kan er namelijk van uit worden gegaan dat [de minderjarige] de spanningen tussen de ouders aanvoelt.

Overwegingen rechtbank informatie- en consultatieregeling

2.15.

Ingevolge artikel 1:253a, lid 2 aanhef en onder sub c, BW kan de rechter op verzoek van de ouders of één van hen een regeling vaststellen over de wijze waarop informatie over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon of het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd.

2.16.

De vader heeft in zijn gewijzigd verzoek aanvullend verzocht de moeder te verplichten de vader te informeren en vooraf te consulteren over gewichtige aangelegenheden die de persoon en het vermogen [de minderjarige] betreffen zoals in ieder geval maar niet uitsluitend medische controles, behandelingen en ingrepen, deelname aan schoolse en buitenschoolse activiteiten en overigens te bepalen dat partijen beslissingen van enig gewicht samen zullen nemen waaronder in ieder geval medische behandelingen en ingrepen, verhuizingen en schoolkeuze.

2.17.

De vader heeft toegelicht dat hij zich zorgen maakt over de niet aflatende houding van de moeder naar de vader. De moeder neemt beslissingen rondom school en de gezondheid van [de minderjarige] voornamelijk zelf, zonder de vader daarbij op voorhand te betrekken. De vader kan zich daar niet meer in vinden. De vader zou ook graag heel concreet meer informatie van de moeder willen ontvangen over hoe [de minderjarige] in haar thuissituatie functioneert, zodat hij [de minderjarige] hetzelfde kan bieden in zijn eigen thuissituatie.

2.18.

Hoewel de moeder van mening is dat zij de vader al voldoende informeert en consulteert, heeft zij ter zitting ingestemd met de informatie- en consultatieregeling zoals verzocht door de vader, onder de voorwaarde dat deze regeling ook voor de vader zal gelden. Voor de dagelijkse zorg wordt gewerkt met het overdrachtsdocument.

2.19.

De rechtbank overweegt als volgt. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [de minderjarige] en zijn daarmee reeds verplicht elkaar te informeren, elkaar te consulteren en samen beslissingen te nemen over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot [de minderjarige]. Op grond artikel 1:253a, lid 2, sub c, BW kan de rechtbank slechts de wijze waarop partijen elkaar informeren en consulteren bepalen. Partijen hebben overeenstemming bereikt over een wederkerige nadere invulling van hun informatie- en consultatieverplichting. De rechtbank zal dit volgen en overeenkomstig beslissen met dien verstande dat de uitwisseling van informatie en consultatie schriftelijk dient te gebeuren. Deze regeling wordt voor wat betreft de dagelijkse zorg in de beide thuissituaties uitgebreid met het overdrachtsdocument. Zowel ter zitting als uit het overgelegde stuk van de GI blijkt dat het document wordt uitgebreid met aanvullende informatie, zoals [de minderjarige] gedrag, eten, slapen en activiteiten.

proceskosten

2.20.

Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

stelt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt vast:

de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente], verblijft bij de vader:

- de ene week woensdagmiddag na school t/m maandagochtend voor school.

De vader haalt [de minderjarige] woensdag van school en brengt hem maandag naar school;

- de andere week van woensdagmiddag na school tot vrijdagochtend voor school. De vader haalt [de minderjarige] op woensdag van school en brengt hem vrijdagochtend naar school;

- indien er geen school is (bijvoorbeeld vanwege een studiedag of ziekte minderjarige) dan begint de regeling 09.00 uur en haalt vader [de minderjarige] bij moeder of brengt moeder [de minderjarige] bij vader (in overleg);

3.2.

stelt de volgende regeling vast voor vakanties en feestdagen voor de hiervoor

genoemde minderjarige:

- vakantie van een week: bij helfte verdelen en aansluiten bij de reguliere

zorgregeling (die afhankelijk van de week waarin de vakantie valt moet

worden uitgebreid);

- meivakantie:

o even jaren: eerste week bij de moeder, de tweede week bij de vader;

o oneven jaren: eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;

- zomervakantie: volgens een schema van 1-2-2-1 bij iedere ouder:

o even jaren: te beginnen bij de moeder;

o oneven jaren: te beginnen bij de vader;

- Kerstvakantie:

o even jaren: eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader;

o oneven jaren: eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;

- verjaardag [de minderjarige]: conform reguliere zorgregeling, viering in onderling overleg;

- eerste en tweede Paasdag, Goede Vrijdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag, Koningsdag: conform reguliere zorgregeling;

- Sinterklaas 5 december: conform reguliere zorgregeling. Viering in onderling overleg;

- de vakanties en feestdagen vangen aan op maandag om 09:00 uur;

3.3.

bepaalt dat partijen elkaar schriftelijk over en weer informeren over gewichtige aangelegenheden die de persoon en het vermogen van de minderjarige betreffen zoals in ieder geval maar niet uitsluitend medische controles, behandelingen en ingrepen, deelname aan schoolse en buitenschoolse activiteiten. Voor wat betreft de dagelijkse zorg in de beide thuissituaties (zoals voor gedrag, eten, slapen en activiteiten thuis) wordt door partijen een overdrachtsdocument gehanteerd;

3.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van S.M.J. Boon als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.