Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 8 januari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:16294Zaaknummer 10919585 \ CV EXPL 24-920

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
8 januari 2025
Publicatiedatum
11 augustus 2026
Zaaknummer
10919585 \ CV EXPL 24-920
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eindvonnis in onderwijszaak. Bik-beding in algemene voorwaarden wordt als oneerlijk aangemerkt. De incassokosten worden daarom afgewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.355,33, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 januari 2024 tot de dag van de volledige betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 137,31

griffierecht € 372,00

salaris gemachtigde € 204,00;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere procesverloop
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10919585 \ CV EXPL 24-920

Uitspraakdatum: 8 januari 2025

Verstekvonnis in de zaak van:

de stichting

[eiser]

te [plaats 1]

de eisende partij

gemachtigde: [gemachtigde]

tegen

[gedaagde]

te [plaats 2]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Bij tussenvonnis van 13 november 2024 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld de toepasselijke algemene voorwaarden over te leggen en zich uit te laten over de eventuele (on)eerlijkheid van de daarin opgenomen bepalingen die verband houden met de vordering. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2 De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing algemene voorwaarden: Studentenstatuut d.d. 1 september 2018

(hierna: de algemene voorwaarden)

2.1.

De eisende partij heeft bij akte de toepasselijke algemene voorwaarden overgelegd. Artikel 3.4 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…) In het Inschrijvingsbesluit is ook omschreven welke betalingsvoorwaarden van toepassing zijn. Indien de student deze voorwaarden niet nakomt, is het College van Bestuur gerechtigd incassokosten in rekening te brengen.(…)”

2.2.

Op grond van dit artikel kan de eisende partij een hogere vergoeding in rekening brengen bij wanbetaling dan wettelijk is toegestaan. De bedongen kosten zijn niet begrensd in omvang en daarmee mogelijk hoger dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Bovendien lijkt uit de tekst van het beding te volgen dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de consument in verzuim is, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden De kantonrechter is dan ook van oordeel dat artikel 3.4 van de algemene voorwaarden daardoor aanzienlijk ten nadele van consument afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

2.3.

Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter het incassobeding in artikel 3.4 vanwege het oneerlijke karakter. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

2.4.

De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze toewijsbaar is.

2.5.

De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de

proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.355,33, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 januari 2024 tot de dag van de volledige betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 137,31

griffierecht € 372,00

salaris gemachtigde € 204,00;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.