Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 10 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:16009Zaaknummer 11383205
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 10 december 2025
- Publicatiedatum
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- 11383205
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 september 2024 tot de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 322,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11384205 \ CV EXPL 24-7714
Uitspraakdatum: 10 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Kumar
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eiser.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 4 september 2024 vervoeren van Geneve (Zwitserland) naar Amsterdam, met vlucht EZY7868 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier is omgeboekt naar de vluchten EZY2534 en EZY2519, waarmee hij 20 uur en 3 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Amsterdam is aangekomen.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de rotatie AMS-GVA-AMS niet tijdig kon vertrekken vanwege slotrestricties afkomstig van de luchtverkeersleiding met betrekking tot eerdere vluchten van het zelfde toestel, en vervolgens niet meer kon worden uitgevoerd omdat deze met vlucht (EZY7868) de avondklok te Amsterdam zou schenden. Daarom is ook de voorafgaande vlucht van Amsterdam naar Geneve geannuleerd. De passagier heeft hiertegen aangevoerd dat Schiphol geen harde nachtsluiting kent en ook ’s nachts is geopend.
In het licht van het gemotiveerde verweer van de passagier, heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. De vervoerder heeft niet toegelicht waarom het voor hem onmogelijk was om een nachtslot aan te vragen of dat en waarom een eventuele aanvraag zou zijn afgewezen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering tot compensatie zal toewijzen.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 135,97 | |
| - griffierecht | € | 87,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 80,00 | (2 punten × € 40,00) |
| - nakosten | € | 20,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 322,97 |
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 september 2024 tot de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 322,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.